Knot betwijfelt het effect opkoopprogramma ECB

DNB-President Klaas Knot gaf gisteren tekst en uitleg over het opkoopprogramma van de ECB waar hij zelf tegen was.

Klaas Knot in het Kamergebouw. Foto ANP

Voor iemand die een besluit moest verdedigen waar hij het zelf hardgrondig mee oneens was, zat hij er monter bij. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank (DNB), was gisteren in de Tweede Kamer om toe te lichten waarom de Europese Centrale Bank de komende anderhalf jaar voor 1.140 miljard euro aan geld gaat scheppen.

De beslissing van de ECB, twee weken geleden, wordt door velen als de grootste maatregel in de geschiedenis van de centrale bank gezien. Knot was een van de vijf leden van de 25-koppige beleidsraad die tegen waren, en verbergt dat niet. Doorgaans zijn leden van de raad naar buiten toe discreet over de interne verhoudingen, maar dit onderwerp is daar eenvoudigweg te groot voor.

De nationale centrale banken van de eurozone gaan vanaf maart elke maand voor ongeveer 50 miljard euro aan staatsobligaties kopen. Elk land koopt alleen zijn eigen waardepapier. Hiermee wordt voorkomen dat de financiële risico’s van een staat terecht komen op de balans van de ECB en zo het probleem worden van alle eurolanden. Voor DNB betekent het programma een balansvergroting van 140 miljard naar 200 miljard. „Wij zullen dat loyaal uitvoeren”, zei Knot.

Dure basispunten

Deze regeling is voor zover bekend het belangrijkste winstpunt van de tegenstanders. Voor Knot was het idee dat de risico’s gedeeld zouden worden een van de grootste bezwaren. Dat hij ondanks deze tegemoetkoming tegen het opkoopprogramma was, zal te maken hebben met zijn twijfels over de effectiviteit ervan.

De ECB wil met deze zogeheten kwantitatieve verruiming de inflatie in de eurozone verhogen. Sinds december is die negatief, met name door de daling van de olieprijs. Maar ook als die factor niet wordt meegewogen, ligt de inflatie ver beneden de doelstelling van bijna 2 procent. De bedoeling is dat door staatsobligaties te kopen de marktrentes dalen, de banken ruimhartiger worden met kredietverlening, dat de vermogens van huishoudens groeien en de euro in waarde daalt, wat gunstig is voor de export.

Door voor 1.140 miljard in de economie te pompen wil de ECB in anderhalf jaar tijd de inflatie met 0,5 procentpunt verhogen. „Ik zelf vind 1,14 biljoen voor 50 basispunten redelijk dure basispunten”, zei Knot droogjes.

De lage olieprijs zal de inflatie dit jaar waarschijnlijk lager doen uitvallen dan verwacht. Knot zag nog geen aanleiding om de inflatieverwachting voor volgend jaar naar beneden bij te stellen. Dat is pas aan de orde als er „tweede-ronde-effecten” optreden, aldus de president. Hij doelt op een negatieve spiraal van prijsdalingen en lagere lonen.

Schulden afbouwen

Als er zoveel geld in de economie gepompt wordt, groeit de kans op financiële zeepbellen. „Kwantitatieve verruiming bevordert risiconeming op de financiële markten en drijft daar de prijzen op, maar we hebben ook meer risiconeming in de reële economie nodig. Het maakt activa meer waard maar creëert geen nieuwe activa.” Zolang de prijsstijgingen op de markten zich niet vertalen in de bereidheid van bedrijven en huishoudens om meer risico te nemen, zal het effect op de inflatie en economische groei zeer beperkt zijn, verwacht Knot.

Dat bedrijven en huishoudens nog niet veel meer uitgeven komt doordat ze nog bezig zijn hun schulden af te bouwen. Bovendien is er weinig aanleiding om te investeren als de groeivooruitzichten beperkt zijn. Gisteren was er wel licht positief nieuws op dit vlak: de Europese Commissie stelde haar groeiverwachting voor de eurozone dit jaar ietsjes naar boven bij: van 1,1 naar 1,3 procent. De werkloosheid blijft echter hardnekkig steken boven de 11 procent.

Voor spaarders pakt het verruimingsprogamma slecht uit, omdat zij minder rente krijgen. Daarentegen verwacht Knot dat de hypotheekrentes zullen dalen. Op die manier zou er toch nog een indirect effect op de reële economie zijn.