Klemrijden? Dat is stoere taxitaal

Taxichauffeurs zijn boos dat er zo weinig chauffeurs van de webdienst UberPop zijn beboet. Dreigt een taxi-oorlog?

Op de standplaats bij station Amsterdam Amstel scrollt een taxichauffeur door zijn telefoon. Hij toont een lijst met tientallen kentekens en autotypes: auto’s van UberPop, particulieren die hun taxidiensten aanbieden via taxi-app Uber. Hun diensten zijn illegaal sinds de rechter zich daarover in december uitsprak.

In de Amsterdamse taxiwereld circuleert de lijst met kentekens al langer. Taxichauffeurs kunnen de UberPoppers er zo uitpikken. Ze herkennen ze aan de kentekens, ze zien ze op de Uber-app, ze zien ze klanten wegkapen pal voor hun neus. Daarom begrijpen ze niet dat er van de pakweg honderd UberPop-chauffeurs in Amsterdam ‘slechts’ vier zijn beboet.

Zo’n twintig chauffeurs van verschillende taxibedrijven richtten twee weken geleden Stichting Taxi Belangen 020 op. Ze begonnen een handtekeningenactie en riepen de gemeente en de Inspectie Leefomgeving en Transport, verantwoordelijk voor de handhaving, op tot actie tegen UberPop. (De Inspectie: „Niet alle acties zijn zichtbaar.”) Als er niet snel iets gebeurt, zei ‘woordvoerder Ali’ in kranten, „zien 3.500 Amsterdamse taxichauffeurs zich genoodzaakt de confrontatie met UberPop zelf aan te gaan”. Mogelijkheid: „Klemrijden.”

Van zulke taal was de gemeente niet gediend. De handtekeningen, 1.400 stuks, wilde de wethouder alleen ontvangen als de dreigende taal van tafel ging. De chauffeurs gingen akkoord. En dus stonden zeven chauffeurs met stropdas gistermiddag te wachten voor het stadhuis. Rillend, ze waren hun jas vergeten. „Kunnen we niet naar binnen? Het is een beetje koud toch?”

Een dame van de gemeente: „De afspraak was om búíten de handtekeningen te overhandigen.”

Na de ontmoeting met de wethouder is het tijd voor een sigaret. Taxichauffeur Redouane Allouch: „Klemrijden vinden wij ook niet de oplossing. Het is meer: we horen erover van andere chauffeurs. Die hebben er genoeg van.” En ‘woordvoerder Ali’ dan? De chauffeurs glimlachen. „Die kennen we niet. Die zei alles op eigen houtje.”

Staat Amsterdam een ‘tweede taxioorlog’ te wachten? „Eerst zien, dan geloven”, zeggen chauffeurs op de standplaats bij station Amstel. Een aantal hebben de petitie getekend. Maar klemrijden? „Het is vaak stoere taal.”

De taxiwereld is bovendien geen homogene groep, zegt chauffeur Olav van der Stad. De „bloedgroepen” variëren van „de straatratten” tot chauffeurs uit de autohandel, oud-portiers, jonge chauffeurs („de kleine kinderen”) en de „elite” in dure auto’s „die zich beter voelt dan een ander”. Elke club heeft eigen belangen, eigen fora en groepen op berichtendienst WhatsApp.

Taxichauffeur Leo Hagen, die ook heeft getekend, zou zelf nooit UberPoppers klemrijden. „Dan ben ik m’n baan kwijt. Ik moet denken aan m’n VOG’tje.” Maar de woede begrijpt hij: „Dan staat er iemand hier bij de standplaats op de stoep. Een klant, lijkt het. Dan kijkt hij op zijn telefoon en stopt er opeens een auto zonder daklicht waar-ie instapt. En weg zijn ze.”

Voordat ze stoppen, wuiven UberPoppers meestal eerst naar de klant. Dat ze om de hoek moeten instappen. „Hier stoppen is geen optie”, zegt Hagen. „Dan wordt-ie doodgeslagen.” Hij neemt een trekje van zijn sigaret. „Ja, niet door mij hoor.”