‘Jongste kinderen zijn het grappigst’

Dat meldden diverse media vorige week

illustratie emmelien stavast

De aanleiding

Ben jij de jongste in je familie? Dan ben je vast hilarisch. En vooral veel grappiger dan je broer of zus die thuis de oudste is.

Tenminste, dat is de strekking van een nieuwsbericht dat vorige week overal opdook. Uit Brits onderzoek zou blijken dat het „jongste kind in de familie het grappigst is”. Het bericht stond (en de lijst is niet uitputtend) op de site van de Britse krant Metro, die van de krant Daily Mirror, op distractify.com, op de website van de EO en die van de Libelle.

Flink wat aandacht dus. Dat is misschien ook niet zo gek. Iedereen is of heeft een jongste zus of broer, tenzij je enig kind bent natuurlijk. Altijd leuk om te lezen dus. Maar is het ook waar?

Waar is het op gebaseerd?

Het nieuws is gebaseerd op een enquête van het Britse onderzoeksbureau YouGov onder 1.782 inwoners van Groot-Brittannië. Zij werden gevraagd zichzelf te vergelijken met broers en zussen (enig kinderen werden uitgesloten). Bijvoorbeeld: hoeveel meer of minder gevoel voor verantwoordelijkheid dan je broer(s) en/of zus(sen) heb je?

Zo’n vraag was er ook over humor. In hoeverre ben je grappiger of minder grappig dan je broers en zussen?

En, klopt het?

Nou, er gaat in de berichten meteen het een en ander mis.

Het onderzoek is gebaseerd op zelfrapportage, op eigen waarneming dus. Omdat je niet objectief over jezelf kunt oordelen, kan de uitslag van dit onderzoek nooit zijn dat je als jongste (of oudste) het grappigst bent, alleen dat je denkt het grappigst te zijn. En dat hoeft natuurlijk niet per se waar te zijn. De stelling is dus niet goed onderbouwd.

Daarnaast zijn de verschillen tussen de antwoorden van de oudste kinderen en de jongste kinderen op dit onderwerp niet erg groot. De oudsten antwoorden in 36 procent van de gevallen dat ze het leukst zijn, de jongsten in 46 procent. Je kunt je afvragen hoeveel waarde je aan zo’n kleine meerderheid kunt geven.

Uit dit onderzoek blijkt dus niet dat jongere broers of zussen grappiger zijn. Maar het zegt ook niet dat het níet zo is. Is daar toch een antwoord op te geven? We zoeken verder.

Over de invloed van geboortevolgorde op de ontwikkeling van kinderen doen veel huis-tuin-en-keukenwaarheden de ronde. Berichten erover doen het goed op nieuwtjessites – zoals we al constateerden – en er verschijnen veel zelfhulpachtige boeken over. Een populaire bewering is dat jonge kinderen zich vaker „clownesk gedragen” om aandacht te vragen, zegt Frits Boer, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie in het AMC. Zo zouden ze compenseren voor hun oudere broers of zussen die andere dingen al veel beter kunnen dan zij.

Juist het feit dat dit soort weetjes zo populair zijn, gaat een rol spelen in de beeldvorming: volgens de Amerikaanse psycholoog Judith Reich Harris gaan mensen daardoor steeds weer op zoek naar bevestiging van deze aannames.

Maar voor dit soort generalisaties is geen sluitend wetenschappelijk bewijs. Zo laat onderzoek zien dat de eventuele effecten van ‘birth order’, zoals het in jargon heet, op latere leeftijd verwaarloosbaar zijn, zegt Boer. De verschillende patronen die ontstaan zijn, bestaan alleen binnen de context van de familie, zoals onderzoek van (onder meer) Harris uitwijst. Dus verdwijnen ze ook weer – tenzij je je hele leven samen met je broers en zussen bij je ouders blijft wonen natuurlijk.

Conclusie

Op verschillende plekken dook vorige week het bericht op dat jongste kinderen het grappigst zijn. Het blijkt gebaseerd op slordige lezing van een Brits onderzoek. Daarin zegt een kleine meerderheid van jongste kinderen dat ze het grappigst zijn. Ze beoordelen dus hun eigen gevoel voor humor. Grappig denken te zijn, is iets anders dan daadwerkelijk grappig zijn. Voor dat laatste is geen wetenschappelijk bewijs. De stelling is daarom ongefundeerd.

(heeft één jongere zus)