Jonah’s joodse Kugel met peren

Vorige week, net toen ik bezig was te schrijven over de herdruk van De Joodse keuken, belde Claudia Roden mij op vanuit Londen. Het was puur toeval, maar ik kon haar toen mooi vragen welk gerecht zij graag in de krant wilde hebben deze week. ‘Perenkugel’, zei ze meteen, een recept uit het nieuwe, recent toegevoegde hoofdstuk over De Nederlands-Joodse gemeenschap. Claudia schreef hiervoor een inleiding over deze Joodse keuken in Nederland – die overigens grotendeels Asjkenazisch is – en Jonah Freud leverde de recepten. Dit is dus Jonah’s kugel, een heerlijk winters toetje.

Schil de peren, snijd ze in vieren en haal de klokhuizen eruit. Breng in een wijde pan 400 ml water met 75 gram suiker en het citroensap aan de kook en laat de stukken peer hierin 10 minuten zachtjes koken.

Roer in een mengkom de boter en de achtergehouden 75 gram suiker door elkaar en voeg citroenrasp, rozijnen en amandelen toe met de gesneden gember en de siroop. Zeef het zelfrijzend bakmeel boven het mengsel en roer het geheel met een garde tot een stevig deeg. Voeg een scheutje perenkookvocht toe en roer het deeg smeuïg.

Schep de peren met het kookvocht in een ovenschaal. Dek ze af met het deeg en strooi er wat kaneel overheen. Zet de ovenschaal afgedekt 1½ uur in de tot 180°C verhitte oven.