Het gaat goed met GroenLinks, maar zichtbaar in het land? Nee

GroenLinksers krijgen lof in de Kamer en zitten goed in hun vel. Maar waarom is de partij, die morgen congresseert, niet zichtbaarder buiten Den Haag?

Bram van Ojik Foto Martijn Beekman/ANP

Wie GroenLinksers vraagt naar hun partij, krijgt dezer dagen louter enthousiaste reacties. „Het gaat héél goed”, zegt de Amsterdamse fractievoorzitter Rutger Groot Wassink. „We zijn weer zelfbewust en koersvast”, zegt scheidend Eerste Kamerlid Tof Thissen. „We onderscheiden ons positief van andere linkse partijen”, aldus partijvoorzitter Rik Grashoff.

GroenLinks, dat zaterdag zijn jaarlijkse partijcongres houdt, zit goed in z’n vel. Er is weer energie en optimisme, er wordt zelfs uitgegaan van zetelbehoud bij de Eerste Kamerverkiezingen dit voorjaar – een hele prestatie met het rampjaar 2012 (interne ruzies, smadelijke verkiezingsnederlaag, aftocht van partijleider Jolande Sap) nog vers in het geheugen.

De architect van het hervonden zelfvertrouwen, zeggen GroenLinksers, is partijleider Bram van Ojik. Als hij ter sprake komt, buitelen de superlatieven over elkaar heen. Hij is „een fijne man”, „bedachtzaam”, „analytisch” en „een politicus die niet hijgerig achter elk incident aanrent”. „Hij wordt binnen de partij op handen gedragen”, aldus voorzitter Grashoff.

Over de rest van de Tweede Kamerfractie zijn GroenLinksers ook positief. Milieuspecialist Liesbeth van Tongeren is „toonaangevend” in het debat over de gaswinning in Groningen. De jonge, ambitieuze Jesse Klaver haalde afgelopen jaar de Franse stereconoom Thomas Piketty naar de Tweede Kamer en trok zo de discussie over inkomensongelijkheid naar zich toe. En het tijdelijke Kamerlid Corinne Ellemeet, dat de zwangere Linda Voortman vervangt, maakt dezer dagen indruk in debatten over de zorg.

De koers van Van Ojik lijkt onomstreden in de partij. Na de jaren van Femke Halsema, waarin GroenLinks flirtte met een links-liberaal profiel en zich profileerde als vertolker van het vrijzinnige geluid, richt hij zich weer meer op traditionele linkse thema’s als werk en inkomen. Van Ojik praat graag over de ‘ontspannen samenleving’, waarin mensen minder werken en meer tijd vrij kunnen maken voor hulp aan anderen en zelfontplooïing.

De meeste GroenLinksers zijn daar blij mee: ze vonden dat Halsema en Sap soms wat al te dicht tegen D66 aanschurkten. „Er was een beeld ontstaan dat GroenLinks minder te vertrouwen was op zijn linkse standpunten”, zegt partijvoorzitter Rik Grashoff. „We werken nu hard aan het herstel van vertrouwen.”

En toch knaagt er iets.

Goede recensies krijgen in de Haagse binnenwereld is namelijk niet hetzelfde als zichtbaar zijn in het land. En daar, erkennen GroenLinksers, zit een probleem: met slechts vier Kamerleden ben je niet gauw een relevante partij.

De kranten schrijven weinig over je, het journaal zendt zelden een quote van je uit. Met zo’n kleine fractie kún je het bijna niet goed doen, zegt Rutger Groot Wassink: „Óf je krijgt het verwijt dat je je Haagse werk niet goed doet, óf mensen vinden dat je te weinig het land ingaat.”

Een andere vraag waar GroenLinks mee worstelt: waar onderscheidt de partij zich nou precies van de grotere linkse broers? Ondanks de electorale malaise bij de PvdA en de beperkte winst van de SP lopen de linkse kiezers niet in groten getale over naar GroenLinks: in de meeste peilingen zit de partij op of net boven het huidige aantal Kamerzetels.

Ter verdediging zeggen GroenLinksers dat álle linkse partijen het op dit moment moeilijk hebben. „Ook wij hebben op dit moment niet hét grotere wervende verhaal, alleen aanzetten ertoe”, zegt Groot Wassink. „Anders hadden we wel op twintig zetels in de peilingen gestaan”. Ter relativering wijst hij erop dat GroenLinks ook in zijn hoogtijdagen nooit meer dan 11 Kamerzetels heeft gehad.

Daarmee benoemt hij meteen een structureel probleem: de GroenLinks-boodschap valt nu eenmaal niet makkelijk uit te leggen aan grote groepen kiezers: vóór vergroening maar wel met financiële offers op de korte termijn, vóór solidariteit maar wel met vernieuwende oplossingen en individuele keuzevrijheid. Kortom: een verhaal voor een klein clubje linkse fijnproevers – niet voor de massa.

Toch is het zelfvertrouwen bij GroenLinks groot genoeg om alvast aan te kondigen dat de partij na de Eerste Kamerverkiezingen niet het kabinet gaat gedogen – zelfs niet als de partij over de cruciale zetels beschikt.

Ook regeringsdeelname is niet zaligmakend, zegt Bram van Ojik. Maar, voorspelt hij: „Het kán niet anders dan dat het er een keer van komt.”