Herinneringen aan Coosje Oldenburg

Het Stedelijk krijgt een grote schenking van Coosje en Claes Oldenburg, het beroemde Amerikaanse kunstenaarsduo. Kunst uit de jaren 60 en 70. Veelal van kunstenaars met wie Coosje in haar korte periode als conservator van het Stedelijk bevriend was geraakt.

Een demonstratie met gevolgen. Zo zou je de sit-in kunnen omschrijven die boze Amsterdamse kunstenaars in 1970 organiseerden in het Stedelijk Museum Amsterdam. De hoofdstedelijke kunsttempel had te veel oog voor buitenlandse kunstenaars, meenden de actievoerders. Ze kozen de overzichtstentoonstelling van Claes Oldenburg, de beroemde Amerikaanse kunstenaar die met zijn uitvergrote hamburgers, zakmessen en wc-potten de basis legde voor de pop-art, om lucht te geven aan hun ongenoegen.

Coosje van Bruggen, de jonge en frêle conservator van het Stedelijk, brak de spanning door de demonstranten in het museum toe te spreken. Dat even spontane als moedige optreden maakte indruk; Coosje en Claes raakten dik bevriend. Van Bruggen, kunstcritica en kunstenaar, gaf niet veel later haar baan bij het Stedelijk op. Ze vertrok naar New York en trouwde met Oldenburg. Eerder hadden de twee al besloten om ook als kunstenaars voortaan een duo te vormen. Die samenwerking resulteerde, tot het overlijden van Coosje in 2009, in veertig grote kunstwerken in de openbare ruimte. Een van hun grootste beelden, Flying Pins (2000), staat in de middenberm van de kaarsrechte John F. Kennedylaan in Eindhoven: een bowlingbal met een doorsnede van bijna 7 meter die met een strike alle tien kegels door de Brabantse lucht laat vliegen.

Coosje van Bruggen nam de Amerikaanse nationaliteit aan maar vergat haar Nederlandse roots niet. Dat blijkt uit de omvangrijke schenking die het Stedelijk Museum vandaag bekendmaakt. Coosje van Bruggen en Claes Oldenburg deden het museum 175 werken cadeau.

De lijst met namen van de kunstenaars – onder anderen Carl Andre, Hanne Darboven, Anselm Kiefer, Bruce Nauman, Jeff Wall en Lawrence Weiner – lijkt op de index van een geschiedenis over de kunst in de jaren zestig en zeventig.

Een donatie aan een Amerikaans museum zou de familie een groot belastingvoordeel hebben opgeleverd. Maar dat is nooit overwogen, blijkt uit een toelichting van dochter Maartje Oldenburg. „Het sprak vanzelf om deze werken aan het Stedelijk te schenken”, zegt zij vanuit New York. „Veel kunstwerken heeft mijn moeder cadeau gekregen van kunstenaars met wie ze bevriend raakte in haar jaren als conservator. Nergens zullen deze werken zo goed passen als in de collectie van het Stedelijk.”

Hoofd collecties Bart Rutten toont de aanwinsten in het museumdepot. Met witte handschoenen opent hij doos na doos, om de zorgvuldig ingepakte tekeningen, foto’s, kleine sculpturen, boeken en affiches te laten zien. „Conceptuele en minimalistische kunst worden vaak als klinisch en analytisch beschouwd”, zegt Rutten. „Maar deze collectie is doordrenkt van een menselijke en persoonlijke ondertoon. Je proeft de intimiteit, de warme relatie die de conservator met deze kunstenaars onderhield. Lees bijvoorbeeld eens de decennialange correspondentie tussen Van Bruggen en Hanne Darboven, die we ook hebben gekregen.”

De familie heeft het aanbod voor een aparte tentoonstelling afgeslagen. „Coosje zou niet graag op die manier de aandacht op zichzelf hebben willen vestigen”, zegt Maartje Oldenburg. „Ze was altijd deelnemer, zowel als conservator, kunsthistoricus en kunstenaar. Mijn vader en ik zien graag dat deze kunstwerken op dezelfde manier actief zullen zijn in tentoonstellingen, als afgezanten die aan Coosje herinneren.”