Guerrilla in het hart van onze samenleving

De Islamitische Staat (IS) volgt zijn eigen escalatie: eerst de onthoofdingen, deze week een Jordaanse piloot levend verbrand en twee dagen geleden een dreigbrief aan een Belgische krant. Twee jaar geleden hadden we nog nooit van deze organisatie gehoord. Nu is de Islamitische Staat de schrik van de wereld.

Hoe valt die snelle groei te verklaren? Dat is een vraag die in het Westen weinig wordt gesteld. IS vertegenwoordigt de meest fundamentalistische vorm van de islam. Het is mogelijk dat godsdienstige scherpslijpers tot de overtuiging waren gekomen dat het met het geloof de verkeerde kant opging en dat krachtig ingrijpen geboden was.

En er is nog een verklaring. IS wil met het Westen een rekening vereffenen. In 2003 is de regering van president George W. Bush onder valse voorwendsels de oorlog tegen Saddam Hoessein begonnen. Daardoor hebben volgens het Britse medische tijdschrift The Lancet ten slotte meer dan 600.000 mensen het leven verloren en de Amerikaanse strijdkrachten hebben een verwoeste staat achtergelaten. IS kan ook zijn voortgekomen uit een behoefte aan wraak. Daarmee wil ik de barbaarsheden niet goed praten. Ik geef alleen een verklaring.

In ieder geval is de Islamitische Staat nu de gevaarlijkste vijand van het Westen. Weliswaar hebben Koerdische strijdkrachten de stad Kobani heroverd, maar in Mosul heeft IS het nog voor het zeggen. IS is geen pan-Arabische organisatie, maar krijgt wel onofficiële steun van sympathiserende groepen in de regio. Moeten we daarom veronderstellen dat er een grote oorlog tussen de Arabische wereld en het Westen in ontwikkeling is?

Zover is het nog lang niet. De Arabische regeringen dragen hun macht of een belangrijk deel daarvan niet over aan een terreurorganisatie die zelfs geen landsgrenzen heeft. Jordanië heeft deze week twee terroristen geëxecuteerd die het mede schuldig acht aan de dood van de Jordaanse piloot. Diens beestachtige executie heeft een uitbarsting van volkswoede veroorzaakt. Het land wil een grotere rol bij de bestrijding van IS. De opkomst van de Islamitische Staat blijkt ook de oorzaak te zijn van een intern Arabisch conflict.

Het Westen bestrijdt de terroristische vijand vanuit de lucht. Regelmatig worden aanvallen met drones gedaan, die hebben bij de bevrijding van Kobani een belangrijke rol gespeeld. Maar kunnen drones de doorslag geven? Sinds het begin van de oorlog met Afghanistan hebben we veel over het effect van de luchtoorlog geleerd. Er wordt geweldige schade aangericht, maar de bommen geven niet de genadeklap. In Afghanistan en Irak bleek ook de landoorlog vergeefs te zijn geweest en buitengewoon kostbaar. Dit zijn de redenen waarom de Amerikanen een nieuw axioma hebben: no boots on the ground.

Sinds IS op het strijdtoneel is verschenen, ontwikkelt zich een nieuw soort oorlog: een guerrilla die zich niet alleen aan de grenzen maar ook in het hart van het Westen afspeelt. Onze gecompliceerde en verdraagzame samenleving is uiterst kwetsbaar. Als Tarik Z. niet met een namaakpistool maar als zelfmoordterrorist in NOS-studio was verschenen, was het wereldnieuws geweest.

Achteraf bezien markeert ‘9/11’ het begin van een nieuw tijdperk dat nu in een gevorderde staat van ontwikkeling is. Jihadisten gaan niet alleen naar Syrië om mee te vechten maar komen terug om te proberen hun orde op onze zaken te stellen. In de binnenlandse politiek groeit overal de politieke stroming die iedere niet-blanke ziet als een indringer of een potentiële terrorist; een soldaat van IS. Onze veiligheidssystemen worden strenger en geraffineerder en IS wordt zich meer bewust van zijn macht. We beleven nu de eerste periode van escalatie.