Gemeentelijke Rekenkamer wil meer geld

Rotterdam krijgt honderden miljoenen meer rijksgeld maar controleapparaat is hier niet op berekend.

500 à 600 miljoen euro. Zoveel geld krijgt de gemeente Rotterdam sinds 2015 jaarlijks van de landelijke overheid om alle zorgtaken van de decentralisatie uit te voeren. De vele miljoenen gebruikt de gemeente onder meer om dienstverlening in te kopen voor jeugdzorg. Dat betekent alleen wel extra werk. Want naast de financiën van de gemeente in de gaten houden, moet zij nu ook de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (voor de regionale inkoop van jeugdhulp) en de jeugdzorginstellingen controleren. Dit werd voorheen gedaan door de Algemene Rekenkamer, maar vanwege de decentralisatie doet zij dat niet meer. Neemt de Rotterdamse Rekenkamer die taak niet over, dan doet niemand het.

Volgens Paul Hofstra, directeur van de rekenkamer, heeft de Rekenkamer hier geen extra geld voor gekregen. Sterker nog: de afgelopen jaren heeft het controleapparaat van de stad een ton moeten inleveren.

Hofstra pleit er voor dat ergens binnen de gemeentebegroting weer extra geld beschikbaar komt voor zijn rekenkamer. „Ik dien dat verzoek in voor de begroting voor 2016, aangezien ik dit jaar toch nog geen onderzoek uitvoer.”

Een deel van de gemeenteraad lijkt daar voor te voelen. „Zij vindt dat er voldoende middelen moeten zijn voor de controle van jeugdinstellingen.” Om extreem veel geld gaat het volgens Hofstra niet. „Ik ga uiteraard geen verdubbeling van het budget vragen. Het zal zo’n 10 procent extra zijn, dus een ton, om die extra taken uit te voeren.”

De SP is voor. Fractievoorzitter Leo de Kleijn: „Wij zijn het met Hofstra eens dat bij meer gemeentelijke taken er ook extra capaciteit moet komen voor de Rekenkamer. Hetzelfde geldt wat ons betreft voor de gemeentelijke ombudsman.”

Daar tegenover staat Leefbaar Rotterdam, de grootste partij in de raad. Ira van Winden, woordvoerder Jeugd, vindt namelijk juist niet dat de Rekenkamer meer geld moet krijgen. „De overheid vraagt aan zorginstellingen om efficiënter te werken en zo te bezuinigen, wat niet makkelijk te realiseren is bij het bieden van kwalitatief goede zorg. Om in zo’n tijd de Rekenkamer juist meer geld te geven, is voor ons een brug te ver.”

De Rotterdamse raad is er dus nog niet uit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die in Almelo, waar al besloten is het budget te vergroten, vertelt Marike van Doorn van Lokaal Almelo Samen. „Almelo krijgt vanwege de decentralisatie 90 miljoen euro extra, terwijl de gemeenteraad uit parttimers bestaat. Zij kunnen nooit alle ingewikkelde onderzoeken doen om de uitgave hiervan te controleren.”

Almelo breidt daarom zijn rekenkamer uit of richt een extra toezichtkamer op, eventueel samen met Hengelo en Enschede.

De keuze van Leefbaar Rotterdam om geen extra geld uit te trekken vindt zij getuigen van een korte-termijnvisie. „De bevolking heeft op er de lange termijn het meeste nut van als het geld besteed wordt aan waar het voor bedoeld is. De 90 miljoen is niet geoormerkt en kan dus in de algemene middelen terechtkomen. Als de gemeente krap zit bij het onderhoud van wegen en groen, dan kan dit geld daarvoor gebruikt worden. Daar moet goed op worden gecontroleerd en dat mag wat kosten.”