Geen grip De Boer op geknakt Ajax

Titelprolongatie is ver weg voor Ajax, na de 1-0 nederlaag thuis tegen AZ. Na een rode kaart voor Niklas Moisander was er geen leider meer over.

Frustratie bij de Ajacieden Lasse Schöne (boven),Frank de Boer en debutantDaley Sinkgraven (onder); blijdschap bij de voor AZ scorendeAron Jóhannsson. Foto’s Olaf Kraak/ANP en Ed van de Pol / ANP / Pro-shots

Afscheid nemen van de landstitel valt hem zwaar en Ajax is niet het soort club waar de strijd om het kampioenschap zomaar laat op een donderdagavond met een zinnetje op een persconferentie wordt gestaakt. Er is een achterban – supporters en aandeelhouders – om rekening mee te houden, misschien had Frank de Boer die in zijn achterhoofd toen hij de onvermijdelijke vraag over verkeken titelkansen kreeg. „We moeten niet omhoog of omlaag kijken”, klonk het net als zondag na de nederlaag tegen Vitesse. Toen was de achterstand op PSV negen punten geworden, nu is die twaalf. „We moeten ons eigen Ajax-spelletje negentig minuten volhouden, en niet 45 minuten zoals vandaag. En dan zien we verder.”

Gisteravond was AZ te sterk, althans, werd te sterk op het moment halverwege de tweede helft dat Ajax-aanvoerder Niklas Moisander na een net-niet overtreding op een niet helemaal doorgebroken Aron Jóhannsson onverbiddelijk rood kreeg. Dat Ajax daarna finaal knakte zegt veel over het gebrek aan weerbaarheid dezer dagen. Maar ook was pijnlijk zichtbaar dat De Boer met zijn ingrepen de ‘touch’ volledig kwijt is, nadat hij in de eerste seizoenshelft nog kon bogen op het succesvolste wisselbeleid – qua scorende invallers dan. Zijn plan om aanvallend impulsen op het middenveld te brengen werd door de rode kaart gedwarsboomd, verklaarde De Boer achteraf. Even later maakte Jóhannsson 1-0, wedstrijd gespeeld.

Nu is het crisis, al heeft Ajax maar één punt minder dan vorig jaar na 21 speelronden. Het is PSV dat er 26 meer heeft, de club die een vrijwel unieke daad stelde in dit tijdsgewricht, namelijk het behoud, tegen alle biedingen in, van de twee WK-gangers Georginio Wijnaldum en Memphis Depay. Het is Ajax al die jaren nooit gelukt om spelers van dat kaliber, voor zover ze er waren, te verleiden tot een langer verblijf.

Implosie

Wat als Siem de Jong en Daley Blind waren gebleven? De implosie na de winterstop had met één of twee leiders zomaar eens voorkomen kunnen worden. Toen Moisander tegen AZ van het veld moest bestond de volledig as van Ajax uit gelegenheidsspelers, op doelman Jasper Cillessen na. Joël Veltman, Thulani Serero en Davy Klaassen zijn geblesseerd, spits Arek Milik voldoet al een paar weken niet en ervoer daarvan gisteren, als reservespeler, de consequentie. Tekenend voor het gebrek aan leiderschap op het veld is dat de communicatie in de slotfase liep via de reeds afgeschreven Niki Zimling. Het ontbreekt De Boer aan een vertrouweling op het veld met tactische bagage en charisma.

Met Lasse Schöne als ‘valse nummer negen’ in de punt van de aanval had De Boer in de eerste helft tekenen van herstel gezien, en dat droeg bij aan een verbazingwekkend montere houding na afloop. Inderdaad, er was combinatiespel en milde dreiging, maar tot uitgespeelde kansen kwam het niet. Linksback Nicolai Boilesen kreeg nog de mooiste kans maar de Deen produceerde oog in oog met AZ-doelman Esteban iets ondefinieerbaars. Inmiddels zijn er 345 minuten verstreken, het eigen doelpunt van FC Groningen vier wedstrijden geleden niet meegerekend, sinds de goal van Ricardo Kishna – de enige Ajacied die in 2015 doel trof. Schrikbarend.

Troonsafstand

Zo kan met steeds minder voorbehoud alvast de balans van het seizoen van de troonsafstand worden opgemaakt. De vijfde landstitel op rij zou een nooit vertoonde binnenlandse hegemonie hebben betekend, maar zo een pover Ajax gaat geen geschiedenis schrijven. Hoe zal er over pakweg twintig jaar worden teruggekeken op het Ajax dat vier titels op rij won? Wat was dat voor team, wat was dat voor een tijd? De eerste Nederlandse ploeg die drie of meer titels achterelkaar won en dat deed zonder in Europa een rol van enige betekenis te spelen, een teken van de marginalisering van de eredivisie in internationale context.

De beste dus in een niet al te beste periode voor het Nederlands voetbal. De Boer sleutelde voortdurend en met succes, terwijl de directie zich een breuk lachte op weg naar de bank. Champions League-gelden en het batige transfersaldo maakten van Ajax Europa’s gezondste club, zo analyseerde Standard & Poor’s. Dat is ook wat waard, maar de zuinigheid zou de club vroeger of later opbreken.

Juist nu de titel als verloren mag worden beschouwd, was er het debuut van Daley Sinkgraven, de duurste aankoop (7 miljoen euro) sinds De Boer eind 2010 aantrad als hoofdtrainer. Dat Marc Overmars, directeur voetbalzaken, bereid was de het vermogen voor een keer significant aan te spreken, zou de coach over de streep kunnen trekken bij het wikken en wegen over zijn toekomst. Voordeel van een onderpresterende selectie is dat die wegens internationale desinteresse in tact kan blijven. De Boers beslissing om te blijven hangt „honderd procent” af van de potentie van het spelersmateriaal, zei hij onlangs. Gisteren zei hij dat hij „binnenkort” duidelijkheid zal verschaffen. „Maar ik heb gewoon een contract tot 2017.”