Gauw doorlopen

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Je hebt van die mensen die komen overal net niet te laat. Net niet is namelijk op tijd. Precies op tijd.

Ze kunnen heel snel ren-

nen en fietsen, vallen af en toe zelfs, ja, soms gaat het niet zonder de bocht uit te vliegen, maar goed, c’est la vie. Ze moeten snel zijn.

Niet dat ze zich altijd haasten, dat is het niet. Het is meer een leven op de rand van lekker rustig aan en dan even aanpoten. Ze zijn er goed in, want ze doen het hun hele leven al.

Op school, als de bel al voor de tweede keer gegaan was, gaven ze nog net een zwieperd aan de dichtvallende poort. Dan was het een kwestie van zo snel mogelijk naar binnen hollen en via het noodtrappenhuis de geheime route naar een aan het eind van de gang gelegen klaslokaal te nemen. Snel de tas uitpakken en meteen zitten, zodat het in het geheel niet opviel dat ze als laatste binnen waren.

Dit soort mensen gokt erop dat de rij voor de bioscoopkassa het kortst is als de voorstelling net begonnen is. Het is het moment dat de zaaldeur al dicht is, maar ze weten: dan zijn alleen die irritante reclames pas aan de gang.

Reizen met het vliegtuig is ook zo iets. Vinden ze onzin, want ze doen niet aan in de rij staan. Deze precieze gasten zijn goed in binnenglippen. Ze kwakken hun fiets neer en wagen de sprong. Zo komen ze op de gekste plekken.

Eenmaal binnen vraagt niemand meer of het op het nippertje was.