Een utopie moet geluk systematiseren

Halverwege het schrijven aan Het boek van wonderlijke nieuwe dingen kreeg de vrouw van Michel Faber te horen dat ze ongeneeslijk ziek was. Dat tekende zijn roman. „Het ging vanaf dat moment vooral om de vrees herinneringen aan iemand te verliezen.”

Michel Faber: ‘Ik ben een begaafd schrijver die steeds beter zijn vak is gaan beheersen. Maar dat heeft ook een nadeel’ Foto Robin Utrecht

‘Dit boek is extremer dan mijn vorige werk. Dat komt doordat ik dit keer meer vanuit mijn instinct heb gewerkt. Ik had het nodig om op een totaal onbekende plek te verkeren”, vertelt Michel Faber. We hebben het over de positie van zijn nieuwe roman Het boek van wonderlijk nieuwe dingen in zijn oeuvre.

Faber, geboren in Nederland, opgegroeid in Australië en nu woonachtig in Schotland, is in Amsterdam ter promotie van de recent uitgekomen vertaling van dat boek, waarin hoofdpersoon Peter naar Oasis vertrekt, een planeet waar aardbewoners een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Hij laat zijn vrouw achter op aarde en daar volgt in hoog tempo de ene ramp op de andere. Op Oasis heeft hij als taak de oorspronkelijke bewoners te bekeren tot het christendom.

Het is een beladen boek (zie de recensie op de rechterpagina): halverwege het schrijven kreeg Faber te horen dat zijn vrouw Eva ongeneeslijk ziek was. Na haar dood kondigde hij aan te stoppen met romans schrijven. ‘Poems, from now on’, verklaart hij aan het slot van het gesprek. Bovendien wil hij zich de komende tijd richten op het fotograferen van mooie plekken, die als decor dienen voor de rode schoenen van zijn vrouw.

Wat is instinctief schrijven?

„Ik ben een begaafd schrijver die steeds beter zijn vak beheerst. Maar dat heeft ook een nadeel: hoe meer je een vakman wordt, des te beheerster je te werk gaat. En toen ik aan dit boek begon, merkte ik dat het niet altijd goed is als je te veel controle hebt. Je moet genóeg controle hebben, maar niet te veel. In dit boek wilde ik kijken wat er zou gebeuren wanneer ik de duisternis zou betreden zonder te weten waar ik zou uitkomen. Natuurlijk vormde ik het verhaal zelf terwijl ik schreef, maar ik wilde mezelf verbazen, gedesoriënteerd raken. De reis van Peter naar een totaal onbekend gebied was voor mij een goede manier om dat te doen.”

U probeerde dus te ontdekken hoe ver u kon gaan met uw schrijven. U was op zoek naar de grenzen.

„Ja, ik ging zoveel mogelijk op mijn instinct af en probeerde me onderweg niet af te vragen waarom bepaalde onderwerpen of gebeurtenissen in mijn boek belandden. Uiteindelijk is het thematisch gezien wel een strak geheel geworden, maar dat komt niet door rationele besluiten.”

Dat is nogal verrassend, omdat er in uw roman veel verwijzingen zitten naar Dante, Orpheus, missionarissenromans, sciencefiction en ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad. Zijn die er allemaal later ingestopt?

„Die dingen bleken pas achteraf. Meer mensen wezen me op de referentie naar Dante, die ik gemaakt zou hebben door de vrouw van Peter Beatrice te noemen. Maar ik heb Dante nooit gelezen, dus het is niet bewust gebeurd. Wat er wel bewust in zit, is Heart of Darkness en vooral de verfilming ervan, Apocalypse Now.”

Is de visie op het kolonialisme van de aardbewoners op Oasis daarop gebaseerd?

„Je mag in de uiteindelijke tekst de plot niet voor de lezer verpesten, dus je moet maar zien hoe je het verwerkt. Maar je verwacht wel steeds dat duidelijk wordt wat de kolonisering van die planeet nu precies betekent. Je verwacht dat er iets gebeurt waardoor blijkt dat er sprake is van absolute uitbuiting van de oorspronkelijke bewoners van de planeet. Of dat zo is, laten we dan maar even in het midden. Maar het is geen België-in-Congoverhaal of zoiets.”

Heeft u bij uw typering van de oorspronkelijke bewoners van Oasis aan andere sciencefiction willen refereren?

„Nee, de aliens moesten zo geloofwaardig mogelijk neergezet worden. Ik wilde ze visualiseren. Het probleem met sciencefiction is dat buitenaardse wezens vaak geportretteerd worden als rare mensen met rare kleren, dat wilde ik beslist niet. Ze mochten niet menselijk zijn en ook geen menselijke uiterlijkheden hebben of een soort marsmannetjes zijn. Wel moesten ze zo menselijk zijn dat je om ze gaat geven. Ik wilde buitenaardse wezens die echt buitenaards waren.”

Dat nadrukkelijk visualiseren is wel ironisch, want Peter kan in de brieven aan zijn vrouw totaal niet overbrengen wat hij heeft gezien. Hebben we beelden meer nodig dan woorden?

„Ik denk dat we geen van beide nodig hebben. Wel zouden mensen met elkaar samen moeten zijn zonder dat er iets gezegd hoeft te worden, zoals bij de dieren. We zouden moeten beseffen dat we van dezelfde soort zijn. Maar dat is voor de mens vooral lastig, want zodra je eenmaal de taal machtig bent, ga je onderscheid maken binnen je soort. Ook kun je gefrustreerd raken omdat je verkeerd begrepen wordt, of omdat je identiteit miskend wordt. Je wilt dan meer een individu zijn.

„Een schaap is niet bang om herkend te worden. Misschien willen we ook zo zijn: gewoon onderdeel van een gemeenschap. Maar we kunnen dat niet omdat we de taal hebben. Het is alsof je daardoor het paradijs verliest.”

Dat verlies van een paradijs koppelt u in uw roman aan het verlies aan herinneringen. Komt dat doordat u halverwege het schrijven hoorde dat uw vrouw ongeneeslijk ziek was?

„Ja, dat besef van herinneringen werd op scherp gesteld toen Eva te horen kreeg dat ze niet te genezen was van kanker. Ik was toen halverwege. Op dat moment werden we geconfronteerd met mijn enorm slechte geheugen. Ik herinner me niets van vroeger, mijn tienerjaren zijn zo goed als verdwenen. Mijn geheugen is een probleem en ik wist dat ik op den duur ook mijn herinneringen aan haar kwijt zou raken. Dat was confronterend. Vanaf dat moment ging het boek over de vrees voor het verliezen van herinneringen en mijn poging eraan vast te houden.”

Veranderde er nog meer?

„De roman begon als een verhaal over buitenaards zijn en over vormen van communicatie. Maar na het slechte nieuws over Eva ging het steeds meer over verlies en over lichamelijk verval. Ze was steeds minder mobiel en heeft vreselijk geleden. Wat zoiets betekent, heb ik geprobeerd te verwerken. Ook vond Eva het aanvankelijke slot, terecht, te wijsneuzerig, dus dat heb ik aangepast.”

Nu is er hoop aan het slot. Is dat haar invloed?

„Al mijn romans hebben een open einde, deze misschien iets minder. Maar opvallend is dat de manier waarop je het slot nu leest veel zegt over hoe de lezer in elkaar zit. Ik zie ook een hoopvol einde: hoop op een weerzien tussen Peter en Beatrice. Maar de vroegere aartsbisschop van Edinburgh, die ook de begrafenis van Eva leidde, zei juist tegen me: ‘Ze zien elkaar niet meer.’ Ik weet niet wat het wil zeggen dat uitgerekend hij voor de cynische interpretatie gaat.”

Welke versie gaf uw vrouw aan het slot?

„Ze wist het niet, maar ze ging er vanuit dat hij terug zou keren naar de aarde, terug naar Beatrice. Ze koos de hoopvollere variant.”

In uw boek ‘Het vuurevangelie’ was meer ruimte voor humor rondom godsdienst. Nu is die humor verdwenen, maar het geloof is nog wel nadrukkelijk aanwezig. Bent u anders naar geloof gaan kijken door Eva’s ziekte? Of is er iets anders gebeurd?

„Als de persoon van wie je het meest houdt wegvalt, dan wil je echt geloven dat er nog iets is na de dood. Dat je elkaar weerziet of dat ze het op de een of andere manier goed heeft. Tot mijn verdriet lukt dat me niet.

„Voor mensen die er wél in geloven kan ik sympathie opbrengen. Alles wat je kan helpen na de dood van een geliefde, wat je het leven weer doet koesteren in plaats van je weg te laten zakken in wanhoop, is iets goeds. Dus de behoefte aan geloof blijft belangrijk.

„Wanneer er niets meer is, betekent het geloof voor veel mensen de laatste strohalm. Ik kan er niet op teruggrijpen, maar ik drijf nooit de spot met mensen die zich er wel op beroepen. Zeker in een boek waar het overbrengen van religie zo belangrijk is, zou ik het onfatsoenlijk vinden hen belachelijk te maken. Dit boek heeft meer compassie.”

U heeft hier op het bureau de roman ‘Een hand vol sneeuw’ van de Duitse schrijfster Jenny Erpenbeck liggen. Hier wordt een gestorven personage telkens tot leven gewekt. Zoekt u mogelijkheden voor een volgend leven in fictie?

„Sinds Eva’s dood lees ik geen fictie meer, ik kan dat niet opbrengen. Ik las alleen de romans die ik recenseerde voor The Guardian, maar ook daar ben ik mee gestopt. Eva was de grote lezer, ik luisterde naar muziek en lees bij voorkeur over muziek. Dus nee, ik las al weinig en nu eigenlijk helemaal niet meer. Maar Erpenbeck boeit me, onder meer omdat ze het geloof van de mensen in een communistische ideologie zo prachtig neerzet.”

De personages creëren in uw boek een utopie, waarbij je je kunt afvragen of dat lukt. Is het mogelijk om in een roman een utopie te scheppen en die ook vol te houden?

„Een utopie is een manier om geluk te systematiseren. En geluk bestaat omdat je opgelucht bent dat je je niet ongelukkig voelt. Het leven zit vol contrasten. Wanneer je geluk probeert te systematiseren, dan ontgaat het je zoals dat in een communistische staat het geval was. Of er ontstaat een status quo waarin niets gebeurt, niets creatiefs of nieuws wordt bedacht. Er wordt dan een staat bereikt waarin mensen niet ongelukkig zijn, maar dat werkt in de praktijk niet zo. Hetzelfde geldt voor dystopieën, die gaan mensen ook vervelen. Beide varianten zullen er dus zijn. Pessimisten zitten er net zo goed naast als mensen die alleen maar positief denken.”

Sorry dat ik het toch vraag, maar waar gaat uw volgende boek over?

„Ik heb een gedicht geschreven, ‘Don’t hesitate to ask’: Veel mensen aan wie ik heb verteld dat ze is overleden, hebben gezegd: als er iets is wat ik kan doen, wat dan ook, aarzel niet om te vragen. Nou, nu je het toch aanbiedt, ja. Zou je het erg vinden om me dwars door het universum te brengen, met vijftien miljoen kilometer per uur? [...] Plankgas, dwars door de poort van het noodlot. Sterrenstelsels doorkruisend, dwars door zwarte gaten en supernova’s, op weg naar de schuilplaats van God. Wacht dan op me, terwijl ik de deur van zijn directiekamer openbreek en de godallemachtige klootzak uit zijn vergadering met de eeuwigheid haal, zijn topoverleg over de wonderen van het leven onderbreek zodat hij me even kan uitleggen waarom het nodig was om mijn vrouw te martelen vernederen en uiteindelijk te verdelgen...