De Boris-factor

De Britse ex-premier valt steeds meer samen met clichés: sigaar, soundbites in ‘sing-song gromstem’. Toch voegt Londens burgemeester er iets aan toe. Het zegt ook veel over Johnsons eigen politieke ambities.

Winston Churchill als Lagerhuislid in 1904, het jaar waarin hij van de Conservatieve Partij naar de Liberalen overstapte. Foto Rischgitz/Getty Images/Hulton Archives

Hij won de Tweede Wereldoorlog maar verloor de verkiezingen. Op een mistige middag in 1947 zit ex-premier Winston Churchill in het huisje op zijn landgoed dat zijn atelier is. Hij wil net aan een schilderij beginnen, als hij zijn vader in de leunstoel ziet zitten. Lord Randolph Churchill, een conservatieve parlementariër met meer eigendunk dan succes, is dan al vijftig jaar dood; hij stierf jong, in 1895. Winston zat nog op de militaire academie. In zijn atelier praat de zoon (dan 73) de vader bij. Over twee wereldoorlogen, over de andere soort tsaar die ze nu in Rusland hebben. En dat ‘OK’ een nieuwe, Amerikaanse uitdrukking is.

Randolph kijkt misprijzend, zoals hij zijn zoon altijd heeft bekeken. Wat is er van hem terechtgekomen? Hij woont in een klein huisje en is een middelmatig schilder. Toch lijkt de vader verwonderd over Winstons kennis van de wereld. Hij zegt: „Als ik je zo hoor praten, vraag ik me af waarom je niet in de politiek bent gegaan. Misschien had je wel iets voor elkaar gekregen.” Voor Winston kan antwoorden steekt zijn vader een sigaret op en is – poef! – verdwenen.

Churchill vertelde dit verhaal aan zijn kinderen. Later schreef hij het op. ‘De droom’ tekent volgens veel biografen de getroebleerde verhouding met zijn kille, afwezige vader. Zelfs nu werd hem de kans ontnomen zijn vader te laten zien dat hij iets goed heeft gedaan.

Enfant terrible

Dat mag allemaal waar zijn, schrijft Boris Johnson in The Churchill Factor. Maar de flamboyante burgemeester van Londen, enfant terrible van zijn partij, en – zo wordt aangenomen – met ambities voor het premierschap, ziet meer. Churchill zoekt niet alleen postume erkenning. ‘Hij zit ook heimelijk op te scheppen – tegen Randolph en de lezer – over hoe hij tegen alle belabberde verwachtingen in zijn vader in bijna elk opzicht heeft overstegen. Hier! zegt Winston tegen het spook van Randolph, stop dat maar in je sigarettenhouder, jij demagoog met je bolle ogen en je walrussnor.’

Vijftig jaar na zijn dood wordt Churchill (1874-1965) ‘onvolledig herinnerd’, omdat hij begint samen te vallen met de clichés: sigaar, soundbites in ‘sing-song gromstem’ (‘We shall never surrender’), al die champagne en whisky-soda. Johnson wil die trend ompolen in dit doorvoelde en geloofwaardige portret. Hij is de leraar die zo aanstekelijk vertelt dat je zijn verhalen nooit vergeet. Het boek bewijst weer eens hoe grijs Nederland is, met zijn politici die zelden (auto)-biografiën schrijven en in het algemeen intellectuele waagstukken ontwijken, waardoor ze zichzelf en het collectieve geheugen tekort doen.

Bluf en enorme risico’s nemen hoorden bij Churchills karakter. Dat hij als cavalerieofficier zoveel vuurgevechten in India, Soedan en Zuid-Afrika overleefde, is een wonder. Anderen hadden minder geluk. Als minister in de Eerste Wereldoorlog was hij verantwoordelijk voor een reeks fiasco’s , waarvan de operatie bij Gallipoli (56.000 geallieerde doden) het bekendst is. Zijn veerkracht – en opportunisme; hij wisselde een paar keer van partij – redden hem steeds. Niettemin leek zijn carrière in 1937 voorbij. De 61-jarige Churchill stond als parlementariër alleen in zijn mening dat koning Edward VIII niet hoefde af te treden als hij met Wallis Simpson, een gescheiden Amerikaanse, wilde trouwen. Hij werd weggehoond. Maar zijn finest hour moest nog beginnen.

De man die jarenlang had gewaarschuwd voor het Duitse gevaar werd drie jaar later premier. In mei 1940 stond zijn land met de rug tegen de muur. Churchill ‘mobiliseerde de Engelse taal’. Zijn retoriek, urenlang tot de laatste lettergreep geoefend om zijn stotteren te overwinnen, was voor één keer perfect getoonzet voor de gelegenheid. Bloed, zweet, tranen.

Dat is geen nieuw inzicht. Vanwaar dus dit boek? Omdat ik ‘Winstons genialiteit’ al zo lang bewonder, schrijft de man die voor de Britten ook geen achternaam meer nodig heeft. Churchill was ‘over the top, camp’, met zijn malle pakken (‘als een soort butler uit Downton Abbey’). Zijn partij wist zich geen raad met hem. Hij haatte compromissen. Hij was larger than life. Je houdt van hem of helemaal niet. Net als Boris.

Rivaal

Nee, op Johnson (50) is niet ‘op vier continenten geschoten’. Maar de smaak waarmee hij laat zien hoe voorbarig het is iemand politiek af te schrijven na een flater, toont zijn ambitie. Bij de verkiezingen in mei komt hij zeker in het parlement. Dan is hij een potentiële rivaal van premier Cameron, zijn partijgenoot. De grote kwestie wordt: blijft het Verenigd Koninkrijk lid van de Europese Unie nu anti-Europeanen de Conservatieve Partij erger dan ooit te splijten? Kan Cameron het tij keren, schuift hij op naar rechts? En: waar staat Boris?

Zijn visie op ‘Churchill als Europeaan’ is daarom interessant: geschiedenis als voorproef. Voor en tegenstanders beroepen zich op diens ideeën. Biografen hebben zich er het hoofd over gebroken. Dat Frankrijk en Duitsland de kern moesten vormen van een na-oorlogs grensoverschrijdend Europa, stond voor hem vast. Al in 1942 had hij het over de Verenigde Staten van Europa. Dat de Britten zo’n Europa moesten helpen vormgeven – „terwijl de klei nog nat was”– was evident. Maar over de vraag of de Britten er volledig deel van moesten uitmaken, was Churchill dubbelzinnig.

Johnson houdt omzichtig zijn kruit droog. ‘Het is niet zo dat [Churchill] tegen Europa was, of vijandig tegen een continentale macht. Maar het punt is dat hij een beeld had van Brittannië dat Europa oversteeg, gekeerd naar de rest van de wereld.’ Niet dat dat hielp. Het Verenigd Koninkrijk is al vijftig jaar geen wereldmacht, maar een middelgroot Europees land. Dat was de kern van Churchills worsteling. Margaret Thatcher en Tony Blair deden het dunnetjes over. Je hoopt bijna dat Johnson de volgende is. Of het grote publiek hem serieus genoeg vindt moet blijken. Saai wordt het in elk geval niet.