Cherkaoui artistiek leider Ballet Vlaanderen

Moderne choreografen aan top van klassieke gezelschappen zijn een trend

Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui (Antwerpen, 1976) wordt op 1 september artistiek directeur van Ballet Vlaanderen. Hij volgt de Portugese Assis Carreiro op, die in augustus werd ontslagen. Naast het balletgezelschap zal Cherkaoui zijn eigen groep Eastman blijven leiden. Beide gezelschappen zijn gevestigd in Antwerpen.

Vanuit Stuttgart, waar hij werkt aan een nieuwe choreografie, vertelt Cherkaoui dat het gezelschap hem kort na het vertrek van Carreiro benaderde. „Ik wilde al lang met het Ballet Vlaanderen werken, maar hoewel ik de laatste tien jaar vaker bij klassieke gezelschappen stukken creëerde – in 2011 bij Het Nationale Ballet – kwam het er nog niet van.”

Ook de beschikbaarheid van een orkest, een koor en de mogelijkheid met Opera Vlaanderen producties te maken, trokken hem over de streep.

De benoeming was voor velen verrassend. Ballet Vlaanderen is een klassiek repertoiregezelschap, Cherkaoui komt uit het hedendaagse circuit. Ook intern was er verdeeldheid. Twee bestuursleden, beiden vertegenwoordigers van de Vlaams-nationale partij, stemden op artistieke grond tegen.

Toch past de benoeming in een bredere trend. Meer traditionele balletgezelschappen zoeken het experiment. Meestal gaat het om gastchoreografieën, maar de laatste jaren kijkt men ook voor de artistieke leiding buiten de bekende kaders. De benoeming van choreografenkoppel Emio Greco en Pieter Scholten tot directie van het Ballet National Marseille is een ander voorbeeld. Cherkaoui realiseert zich dat die trend ook het gevolg is van economische omstandigheden en vergrijzend publiek. „Maar ballet heeft altijd gewerkt met kunstenaars die iets wilden uitvinden. Om de zoveel jaren moet er een nieuwe wind waaien.”

Vanaf september zal de focus van Cherkaoui bij Ballet Vlaanderen liggen op creëren. Eastman kan fungeren als laboratorium. Cherkaoui wil daarnaast generatiegenoten uitnodigen. Vooralsnog zullen ook grote klassieke werken op het repertoire blijven. „Ik vind traditie super-boeiend. Als je maar niet fossiliseert, kan er van alles gebeuren. Je kunt in de programmering schakelen in de tijd, maar het moet dramaturgisch kloppen. Daar zoek ik nu de juiste parameters voor.”