‘Beowulf’ is het fundament van alles wat Tolkien was

Veel hardcore fans van The Hobbit en The Lord of the Rings zullen bedrogen uitkomen als ze het ‘nieuwste’ boek van J.R.R. Tolkien (1892-1973) aanschaffen: Beowulf is fantasy-avontuur noch roman. We hebben te maken met Tolkiens eigenzinnige prozavertaling van het oudste overgeleverde heldendicht in het Angelsaksisch en zijn doorwrochte commentaar vanuit zijn rol als Oxford-hoogleraar Oudengels. Het commentaar beslaat bijna de helft van Beowulf. Dat zegt veel over de aard van het boek en Tolkiens uitzonderlijke kennis van de Noord-Europese mythologie en linguïstiek, maar ook over de oprechte intentie van Tolkiens zoon Christopher als de inmiddels 90-jarige redacteur.

Deze Beowulf-uitgave, zo schrijft Christopher, ‘kan het beste beschouwd worden als een portret van de geleerde in zijn eigen tijd, in zijn eigen tot nog toe ongepubliceerde woorden’. Maar Christopher biedt meer dan alleen inzicht in de geest van zijn vader die in dit boek naar voren komt als een bezeten wetenschapper, begiftigd met een grote, literaire verbeeldingskracht.

Behalve dat het eigenlijke gedicht Beowulf (opgetekend tussen de 8ste en 10de eeuw) misschien wel het fundament vormt van alles wat Tolkien was, is Tolkiens vertaling van het epos over de gelijknamige ‘trotse prins van de Geaten’ (Zuid-Zweden) die het hof van de Deense Koning Hrothgar bevrijdt van het monster Grendel, ook daadwerkelijk de moeite van het lezen waard. Dat is niet vanwege de plot – die verloopt ondubbelzinnig dramatisch – en ook niet vanwege het karakter van de held – dat is ondubbelzinnig edelmoedig –, maar vooral vanwege Tolkiens benadering van de Oudengelse tekst. Zijn doel was een toegankelijke vertaling te maken die zo dicht mogelijk de betekenis van het Oudengelse gedicht naderde. Een vertaling in allitererende halve versregels, het oorspronkelijke metrum van Beowulf, ging te veel ten koste van de vertelkracht van het epos dat volgens Tolkien door de versmelting van Bijbelse verhalen met heidense noordse vertellingen meer was dan een historisch en filologisch interessant document.

Tolkiens archaïsch proza, dat het ritme van het origineel suggereert, vraagt erom hardop te worden voorgelezen. Gelukkig heeft de uitgever het Engels naast het volgzaam, maar matig leesbaar vertaalde Nederlands afgedrukt. Reciterend ontstaat zo een levendig beeld van een lang vervlogen wereld, zoals de onbekende auteur van Beowulf die zag. Met dank aan Tolkien.