Argwaan is nog lang niet geweken

Een vrijhandelszone van Boekarest tot San Francisco: dat moet TTIP worden. Maar Europa en Amerika liggen nog mijlenver uiteen.

Tarweoogst in Kirkland, Illinois in de Verenigde Staten. Het trans-Atlantisch vrijhandelsoverleg gaat onder andere over landbouwproducten. Foto Daniel Acker / Bloomberg

Geen nieuwe eurocommissaris heeft zo snel krediet opgebouwd als de Zweedse Cecilia Malmström in de afgelopen twee maanden. Het oordeel is eensgezind: deze handelscommissaris doet het beter dan de vorige, de Belg Karel De Gucht. Zozeer zelfs dat er voor het eerst in lange tijd weer wat optimisme is over TTIP, het vrijhandelsverdrag dat de Europese Unie wil sluiten met de Verenigde Staten. Het grootste en meest ingrijpende akkoord in zijn soort, en daarom ook zonder twijfel het meest emotioneel beladen.

Deze week was de achtste onderhandelingsronde, en de eerste met Malmström aan het roer. „Met haar gaan we zonder meer betere tijden tegemoet”, zegt Europarlementariër Wim van de Camp (CDA). „Met Amerikanen praten is moeilijk. Ze onderhandelen niet, maar slaan een hoge toon aan. De Gucht blufte terug en dat werkt niet.” Zijn collega Bas Eickhout (GroenLinks), die TTIP (voluit: Transatlantic Trade and Investment Partnership) vierkant afwijst, kan zich voorstellen dat de voorstanders „dolblij” zijn met Malmström. „Ze is slimmer.”

Een vrijhandelszone van Boekarest tot San Francisco, met 320 miljoen Amerikanen en 510 miljoen Europeanen – dat is niet niks. Lang wist de Commissie zich moeilijk raad met de stortvloed aan vragen die dat oproept. De houding was defensief, laatdunkend, geërgerd. Heikele onderwerpen, zoals ISDS, een omstreden arbitragemechanisme waarmee bedrijven buiten de gewone rechtsgang om tegen staten kunnen procederen, vatten daardoor snel vlam.

Malmström kiest voor de uitgestoken hand. Nadat het onderhandelingsmandaat dat Brussel van de lidstaten heeft gekregen al eerder openbaar was gemaakt, besloot zij vorige maand om dat deels ook te doen met de verdragsteksten die de EU aan de VS voorlegt.

Meelezen met lopende onderhandelingen, het is uniek, en de Commissie heeft zelfs de moeite genomen om de vaak met jargon doorspekte documenten te voorzien van een leeswijzer. Het is belangrijk dat iedereen kan zien en begrijpen wat we aan voorstellen doen en – minstens zo belangrijk – wat niet”, zei Malmström, die beloofde dat na de eerstvolgende ronde meer teksten zullen volgen.

Prijzen en banen

Is het wantrouwen daarmee weg? Nee, nog lang niet. Tijdens een zogenoemde stakeholder meeting deze week in Brussel, waarbij bedrijven en maatschappelijke organisaties in gesprek kunnen met Europese en Amerikaanse onderhandelaars, werd duidelijk dat veel standpunten nog steeds ver uit elkaar liggen, zo niet onoverbrugbaar zijn. Maar Malmström kreeg volop complimentjes, van zowel vriend als vijand. „Dat is wel opvallend, ja”, zegt een ambtenaar van de Commissie.

Wim van de Camp is blij met die nieuwe sfeer, maar durft nog niet te voorspellen of de strategie van Malmström ook gaat werken. „Ik ben een boerenzoon en ik heb altijd geleerd dat onderhandelen in het openbaar niet zo verstandig is”, zegt hij. „Het hoeft ook niet: uiteindelijk moet het resultaat toch langs ons, langs het Europees Parlement. Op dat moment heb je transparantie.”

Niet alleen Malmströms opstelling is anders, ook de door de Commissie gebruikte argumenten zijn dat. Onder De Gucht was TTIP vooral goed voor de portemonnee: een gemiddeld huishouden in de EU zou jaarlijks 500 euro meer te besteden krijgen, dankzij het gecombineerde effect van extra banen en prijsdalingen. „Daar werd teveel nadruk op gelegd”, zegt een Amerikaanse diplomaat. „Wij doen dit soort projecties niet. Ze zijn moeilijk te staven en dat is vragen om kritiek.”

Het nieuwe sleutelwoord is ‘geopolitiek’ en het behoud van invloed in de wereld. „Vooral de Oekraïne-crisis en het schokeffect dat de wereld niet alleen uit honingzoete samenwerking bestaat, heeft TTIP zonder meer in een ander daglicht gesteld”, zegt Winand Quaedvlieg van werkgeversorganisatie VNO-NCW. „Het gaat niet alleen om handel, maar ook om onze way of life, onze waarden.”

Van de Camp noemt zichzelf een „believer” als het om vrijhandel gaat, in de beste traditie van de VOC. „Met TTIP kunnen we de Amerikaanse markt openbreken. Die is nu heel ontoegankelijk. Alles wordt goedgepraat met veiligheid en terrorisme, maar het is keiharde protectionistische politiek.” Hij wijst onder meer op de Jones Act, een oude wet waardoor VS-schepen niet in Europa onderhouden mogen worden. „Doe je dat wel, dan moet je daarna 50 procent invoerbelasting betalen.”

Of TTIP de beloofde banenmotor is durft hij niet te zeggen. „De onderzoeken hierover zijn niet eenduidig, daar sluit ik mijn ogen niet voor, al vind ik wel dat er door voor- en tegenstanders vrij selectief uit geshopt wordt. Hoe dan ook: geopolitiek weegt op dit moment zwaarder.”

Daarbij denkt de CDA-politicus niet alleen aan Rusland, maar ook aan de vaart die de Amerikanen zetten achter het sluiten van handelsverdragen met China en India. „Daar krijg ik het af en toe wel warm van”, zegt Van de Camp. „De VS en de EU zouden samen de wereldnormen kunnen stellen voor handel, we hebben een unieke kans om dit te doen en we zijn dom als we het niet doen.”

Charmeoffensief

Bas Eickhout begrijpt het geopolitieke argument. Door de Oekraïne-crisis heeft hij bijvoorbeeld meer waardering gekregen voor het militaire bondgenootschap NAVO – een hele opgave voor een groene politicus. Maar in een versteviging van de trans-Atlantische relatie via TTIP ziet hij niks: de Europese bevolking zou het niet trekken. „We hebben in Europa gezien hoe ingrijpend een interne markt is. We moeten niet weer zo’n grote stap gaan zetten, terwijl we de vorige nog aan het verwerken zijn.”

Vorige week breidde Malmströms charmeoffensief zich uit tot ISDS. Het arbitragemechanisme, dat investeerders extra bescherming biedt, is een standaardonderdeel in handelsverdragen, maar ligt onder vuur. De dreiging van miljardenclaims zou staten verlammen bij het maken van nieuwe wetten. Arbiters zouden niet onafhankelijk genoeg zijn.

Malmström stelt nu voor dat Europa de regels van de Verenigde Naties over transparantie in dit soort geschillen overneemt. Dit zou moeten gaan gelden voor alle 1.300 investeringsverdragen die Europese lidstaten hebben met andere landen.

Maar of het luide verzet tegen ISDS zich daarmee laat overwinnen, is de vraag. Drie weken geleden publiceerde de Commissie de resultaten van een publieke consultatie over het arbitragemechanisme. Het aantal reacties was zonder precedent: 150.000. Vrijwel allemaal negatief.

De Amerikanen hebben weinig begrip voor de uitgebreide democratische exercities die Europa zich getroost. Of zoals de Amerikaanse diplomaat het zegt: „Tienduizenden handtekeningen tegen TTIP in een economie die niet groeit – dat is nogal kras.” Maar voorlopig liggen de onderhandelingen over het lastige arbitragehoofdstuk stil. Malmström zou wijselijk besloten hebben om het dossier pas weer in te brengen als de onderhandelingen zo goed als afgerond zijn, in de loop van volgend jaar, maar mogelijk later – de deadline is al ettelijke malen verschoven.

Niet alleen burgers morren. Naar aanleiding van de consultatie vroegen Parijs en Berlijn om herziening van de ISDS-clausule in een ander handelsakkoord, met Canada. Dit verdrag, bekend onder het acroniem CETA, werd eind 2013 afgerond. Het gaat nu het ratificatieproces in. Voor wijzigingen zouden de onderhandelingen moeten worden heropend.

Ook in het Europarlement, dat het verdrag samen met lidstaten moet goedkeuren, ligt een grote horde. De sociaal-democraten, die met de christen-democraten een grote coalitie bestieren, zijn tegen ISDS: het hoort niet thuis in een verdrag tussen de twee sterkste rechtsstaten ter wereld, Europa en Amerika.

Standaardbezwaren

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie besloot daarom vorig jaar al dat de definitieve knoop over de arbitrage niet door de liberale Malmström moet worden doorgehakt, maar door zijn rechterhand, sociaal-democraat en supercommissaris ‘Betere Regelgeving’ Frans Timmermans. „Timmermans wordt geacht zijn politieke geestverwanten te bedienen in dit dossier”, zegt een ingewijde.

De publieksenquête over ISDS riep ook andere vragen op: 97 procent van de reacties bleek identiek. Organisaties boden online standaardteksten aan die met één druk op de knop naar de Commissie konden worden gestuurd. Sindsdien doet in Brussel het hardnekkige gerucht de ronde dat Rusland en China de consultatie een duw hebben gegeven.

Eickhout verdedigt de standaardformuliertjes. „Je kan niet van iedereen professionele input eisen”, zegt hij. „Of is Europa er inderdaad alleen voor bedrijven en lobbyisten? Als ik de Commissie was zou ik dat beeld proberen te vermijden.”