Andy’s geest waart rond op Art Week

Liefhebber kan naar tentoonstelling én balletvoorstelling.

Rotterdam biedt deze week tijdens de Art Week het perfecte decor voor de liefhebber van pop-art. Het lijkt wel of de geest van Andy Warhol rondwaart met een voorstelling van diens tijdgenoot Woody van Amen en een balletvoorstelling geïnspireerd op de meester zelf.

Het perfecte dagje uit voor de pop-artliefhebber zou er als volgt uit kunnen zien. ’s Middags in de Witte de Withstraat naar de tentoonstelling A new romantic spirit samengesteld door Van Amen (1936) en zijn leerling Hidde van Schie (1978). Daarna een kunstzinnig hapje eten in de Fenixloods op Katendrecht, waar in het kader van de Art Week Rotterdam Westerkaatje een pop-uprestaurant heeft geopend. En tot besluit naar de Schouwburg voor de reprise van de op het leven van pop-artgodfather Andy Warhol gebaseerde Songs for Drella door het Scapino Ballet.

Wie het rustiger aan wil doen, mag in elk geval de tentoonstelling van Van Amen en Van Schie in TENT niet missen. Woody van Amen zelf bezocht Warhol nog in de jaren zestig in zijn New Yorkse atelier.

Leerling-meester

Gezien het leeftijdsverschil zou je denken: leerling-meester. En zo begon het ook. Als student aan de Willem de Kooning Academie ging Hidde van Schie (1976) in 1998 mee op excursie naar Texel onder leiding van docent Woody van Amen (1936), Nederlands bekendste pop-artkunstenaar en bouwer van een uniek, nog altijd uitdijend oeuvre.

Leerling en meester raakten bevriend, hun ateliers lagen dichtbij elkaar, Van Schie kwam regelmatig koffie drinken en dan praatten ze, over alles. Maar vooral over kunst. „Ik vond Woody’s kordate manier van optreden inspirerend”, zegt Van Schie. „En zijn vrije, onafhankelijke geest. De beste docenten moedigen je aan om dingen op je eigen manier te doen.” Voor Van Schie, die zichzelf een „eenling” noemt, is een kunstenaar een soort „ éénpersoons-televisiekanaal”. Hij maakt schilderijen, assemblages en collages en treedt ook op als singer-songwriter. In 2013 bracht hij een dubbelalbum uit, Dusty Diamond Eyes/The Mirror & The Razorblade.

Hij zon al langer op een mogelijkheid om met Van Amen samen te werken, en na een kleinere versie in Galerie Wansink in Roermond werd gisteravond in TENT Rotterdam een uitgebreide duopresentatie schilderijen, lichtsculpturen en assemblages geopend. Onder het motto New Romantic Spirit gaan junior en senior een twinkelende artistieke dialoog aan. Van Schie: „Woody is een halve eeuw bezig, ik pas veertien jaar – voor mij zou een retrospectief dus een beetje pretentieus zijn. In plaats daarvan hebben we een maquette gebouwd en zijn we gaan kijken welke werken we konden combineren. Dat was veel schuiven en keuzes maken.”

Het thema van de expositie verwijst naar een manifest dat Van Amen in 1973 publiceerde. Begin jaren zestig had hij twee jaar in New York gewoond en daar pop art-pioniers als Andy Warhol en Robert Rauschenberg leren kennen. Hij kwam vol inspiratie terug en was zijn omgeving opeens ver vooruit: zijn werken met Nederlandse merken als Rizla en Felix werden zulke hits dat Van Amens naam nog altijd in één adem genoemd wordt met pop-art. Begin jaren zeventig begon dat keurslijf al te knellen, en voelde Van Amen zich niet meer thuis in de hedendaagse kunst. „Het was kil, terwijl de mens een eeuwige behoefte heeft aan romantiek. Daar ging mijn tekst over.” Van Schie, kind van de nihilistische, cynische jaren negentig, kan zich vinden in Van Amens pleidooi voor romantiek in de zin van zuiver, oprecht gevoel.

Goede kunst is tijdloos, zegt Van Amen tevreden. „In TENT hangen twee schilderijen van mij uit 1963 tegenover twee vrij recente werken van Hidde – je ziet niet wat wanneer gemaakt is.” Van Schie: „De ongeïnformeerde toeschouwer moet bij ons ook iets kunnen beleven. Mijn gitaarsculpturen zijn een eerbetoon aan jeugdhelden als Kurt Cobain en Jimi Hendrix, ze verwijzen naar de mythische vorm van de Stratocaster. Maar je kunt er ook gewoon op spelen. Twee zalen verder staat Woody’s elektrische stoel. Hij geeft ook zijn eigen draai aan overbekende symbolen.”