Scenario's museum over de geschiedenis van Nederland 2

Chris Groeneveld en Nel van Dijk leveren op de Opiniepagina van 28 november commentaar op de manier waarop Jan Vaessen, directeur van het Openluchtmuseum met hen de vloer zou hebben aangeveegd. Mag ik hen ongelijk geven dat ze deze gelegenheid gebruiken om hun concept van een Centrum voor Geschiedenis en Democratie (CGD), de dag voor het Kamerdebat, aan te prijzen? Ze gebruiken in hun betoog een groot aantal lege begrippen, en ik wil hun verzoeken, om aan deze modieuze taal inhoud te geven.

Wat betekent: ,,een stevige gezamenlijke identiteit''? Iedere Nederlander die daar op straat naar wordt gevraagd, weet hierop wel een antwoord te geven. Maar dat betekent dat er even zovele inhouden aan dit begrip gegeven worden. Wat is ,,een pluriform, maar ook gezamenlijk verleden'' en wat wordt er gesuggereerd met het woord `maar' in deze zin? Dit is taal die je hoort in een showroom.

Het is aanmatigend te stellen dat het CGD zich onderscheidt van historische musea door de focus op democratie en geschiedenis van heel Nederland, en de blik op de toekomst. Willen de twee auteurs zich eerst eens verdiepen in de formuleringen die musea produceren over hun visie en missie? Daarin staat veelal omschreven dat deze musea precies datgene doen wat Groeneveld en van Dijk voor het CGD claimen. Gebrek aan historisch besef is een gegeven.

Jezelf profileren als degene, die de beste of enige oplossing hiervoor kan bieden, is onbeschaamd.

Jonge mensen zijn vatbaarder voor een boodschap wanneer ze op het verkeerde been staan. Leren in een historisch museum is de plek om mensen te verrassen. De genoemde taak, het onderwerp en de methoden zouden niet passen bij die van historische musea (wel bij uitstek bij die van het CGD?). Dit is een onvergeeflijk vooroordeel. Historische musea zien het juist als hun taak om geschiedenis en historisch besef dicht bij de bezoekers te brengen. Leren doet een mens overal en altijd.