Abdullah verzekert zich van steun in rouwtent

Gisteren bezocht koning Abdullah de rouwende familie van de verbrande piloot. Steun van zijn machtige stam is belangrijk voor de strijd tegen IS.

Leden van de Kasasbehs, een van de grootste stammen in Jordanië, verzamelen zich in een tribaal centrum in de hoofdstad Amman kort nadat de Islamitische Staat een video naar buiten heeft gebracht waarin Moaz al-Kasasbeh levend wordt verbrand. Foto AFP

Net als de tent zijn laatste zuchtje zuurstof dreigt te verliezen, komen op een drafje de leden van de koninklijke garde aangesneld. Ze vormen een kordon om koning Abdullah een veilige aftocht te garanderen. De afgelopen twintig minuten was het staatshoofd van Jordanië in de groots opgezette bedoeïentent in het dorpje Ayy, om de familie van de vermoorde piloot Moaz al-Kasasbeh te condoleren. Vele honderden mensen duwen en trekken om een glimp van de vorst op te vangen.

Ayy is een West-Jordaans dorp op de flanken van de bergrug die uittorent boven de Jordaanvallei. De inwoners zijn overwegend ‘semibedoeïenen’: rondtrekken doen ze niet meer, maar langs iedere weg moeten auto’s toeteren om overstekende schapen te ontwijken. Maar deze dag worden de kruispunten vooral bevolkt door agenten die de weg moeten wijzen naar de condoleance. Aan de overkant van het dal rijden colonnes met parlementsleden en legerleiders het dorp binnen.

Na de levende verbranding van al-Kasasbeh – de gruwelijke beelden werden door de Islamitische Staat (IS) op internet gezet – kon het twee kanten op in Jordanië. Zou het land zijn steun aan de internationale coalitie tegen IS intrekken, of zou het de strijd juist intensiveren? De koning kiest voor het laatste, en de bevolking steunt hem vooralsnog massaal.

Steun grote stammen cruciaal

Cruciaal was hoe de grote stammen, waaronder die van de piloot, zouden reageren. Aanvankelijk uitten de Kasasbehs kritiek op de koning en zijn deelname aan de coalitie, wat Abdullah zorgen baarde. De familie van Moaz is groot en invloedrijk, met vele tienduizenden leden. Ze maken deel uit van de nog grotere Bararsheh-stam. De stammen uit de dorre gebieden in het westen en zuiden van het land zijn de steunpilaren van de koninklijke familie.

De bedoeïenen hebben een imago van mentale rust en fysieke kracht en leveren veel manschappen aan leger en de veiligheidsdiensten. In tegenstelling tot de miljoenen Palestijnen die de laatste vijftig jaar naar Jordanië vluchtten. Hierdoor bestaat er een scherpe tweedeling in de Jordaanse bevolking van acht miljoen zielen.

Toch moet de invloed van de stammen niet worden overdreven, zegt Mouin Rabbani, een Nederlands-Palestijnse analist die in Jordanië woont. „Er wordt wel naar hen geluisterd, maar ze bepalen niet het beleid.” Daarbij, zegt Rabbani, zijn de stammen geen monolithisch blok. „Er zijn grote interne verschillen, en niet iedereen bepaalt zijn positie op basis van zijn stam. Het is niet zo dat de stamoudste een verplicht standpunt oplegt.”

Vader piloot sprak steun uit

Dat blijkt ook in Ayy, in de mannentent – de vrouwen rouwen apart. Natuurlijk was er woede toen het executiefilmpje online kwam, maar de vader van de piloot bedaarde de gemoederen door zijn steun uit te spreken vóór Jordaanse deelname aan de strijd tegen IS. Op een van de achterste rijen, tussen oude mannen met keffiyehs op hun hoofd, zat Hassan Kasasbeh (25) zich evenwel te verbijten. De ingenieur is geen directe familie van de piloot, maar is goed bevriend met diens broer Jawadat. Waarom, vraagt hij zich af, moest Moaz zo nodig sterven voor de strijd van de buren?

Begrijp hem niet verkeerd: IS ziet hij wel degelijk als de vijand. „Wij zijn moslims, zij niet.” Maar, zegt hij, Jordanië is arm. Veel mensen zijn werkloos en het land heeft nauwelijks natuurlijke hulpbronnen. „We hebben onze eigen sores. Waarom moeten we altijd de VS gehoorzamen?” Ook het staatshoofd moet het ontgelden. „Abdullah stuurde Moaz naar Syrië. Hij is verantwoordelijk voor zijn dood. Ik hou van de koning, maar het is een diplomatieke inschattingsfout om de strijd tegen IS te steunen.” Hassan vertolkt een minderheidsstandpunt. Uit een peiling bleek drie maanden geleden dat 59 procent van de Jordaniërs de luchtaanvallen op IS steunt, 36 procent was tegen. Maar dat was voordat de piloot werd vermoord.

‘Moordvideo was een keerpunt’

Inmiddels begrijpt de bevolking dat IS de Jordaanse samenleving wil verdelen, zegt Oraib al-Rantawi, directeur van het in Amman gevestigde Al-Quds Center for Political Studies. „De gruwelijke moordvideo was het keerpunt. Je voelt hoe groot de wens is om IS aan te pakken.”

Zijn collega-analist Rabbani waakt evenwel voor voorbarige conclusies. „Nu willen de mensen inderdaad vooral vergelding en tonen ze hun solidariteit met Kasasbeh. Maar hoe is dat over een half jaar? Stel dat andere Arabische landen zich terugtrekken uit de coalitie. Is het dan nog een legitieme oorlog? En wat als IS uit wraak een aanslag pleegt in Jordanië?”

Af en toe was er in de afgelopen maanden in Jordanië een zwarte IS-vlag te zien. In de sfeer die nu is ontstaan, maken IS-sympathisanten zich niet meer bekend. Volgens Al-Rantawi moet de steun voor IS binnen Jordanië niet overdreven worden. „Ik denk dat ze de naam van de terreurgroep ook wel een beetje gebruikten om indruk te maken.” De verbrandingsdood van Kasasbeh, die algemeen wordt ervaren als on-islamitisch, heeft de populariteit van IS geen goed gedaan. Maar het is moeilijk in te schatten hoeveel Jordaniërs heimelijk achter IS blijven staan.

Als de vorst zijn weg naar buiten vindt, tientallen bewakers in zijn kielzog, wenst de scanderende menigte hem een lang leven toe. Boven Ayy scheren drie F-16’s door het luchtruim om hun overleden collega de laatste eer te bewijzen, op de terugweg van bombardementen op IS in Syrië.