Woest om een gevaarlijke gedwongen getuigenis

Strafpleiter Nico Meijering weigerde een verklaring bij de rechter-commissaris af te leggen. Toch was hij er witheet van.

Advocaat Nico Meijering Foto Evert Elzinga/ANP, beeldbewerking NRC

„Stoute kleine Nico moest bij de meester komen.” Zo omschrijft de Amsterdamse strafpleiter Nico Meijering wat hem gisteren is overkomen. De advocaat werd gedagvaard om bij de rechter-commissaris te getuigen in een viertal liquidatiezaken. Meijering had namelijk vorig jaar in het televisieprogramma Pauw gezegd dat de inzet van kroongetuigen door het Openbaar Ministerie (OM) zal leiden tot meer liquidaties.

Levensgevaarlijk, noemt Meijering die dagvaarding. De advocaat die in de hoofdstad „heel veel, hele enge cliënten” bijstaat – zoals een vooraanstaande collega het noemt – kan namelijk niet uit de school klappen, gelet op zijn geheimhoudingsplicht. „Alleen al de suggestie dat een advocaat als getuige zou verklaren omtrent hetgeen hem als advocaat ter ore is gekomen, brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee – des te meer daar waar het om liquidatiezaken gaat”, aldus Meijering.

Op televisie had Meijering gezegd dat twee jonge jongens, overigens geen cliënten van hem, zich tot een huurmoord zouden hebben laten verleiden omdat ze denken: als ze me pakken dan sluit ik gewoon een deal met justitie.

Bij het Openbaar Ministerie werd de uitzending van Pauw met grote belangstelling bekeken. Als Meijering belangrijke informatie heeft over ernstige strafbare feiten die niet zijn cliënten betreffen, dan kan hij zich ook niet beroepen op zijn verschoningsrecht als advocaat. Vandaar de dagvaarding.

„Een nogal infantiele opvatting”, noemt Meijering dat. Alles wat ik als advocaat hoor, valt onder mijn verschoningsrecht als advocaat. De Orde van Advocaten steunt hem hierin. Maar de rechter-commissaris die het verhoor gisteren deed, is het met het Openbaar Ministerie eens. Het recht van een advocaat te zwijgen is niet absoluut. Niet als het bijvoorbeeld om heel ernstige misdrijven gaat.

Nico Meijering moest dus verklaren, gisteren. Dat deed hij niet. Hij kreeg te horen dat hij niet zou worden gegijzeld. Toch ontstond er ruzie, omdat Meijering kwaad werd over de wijze van verbaliseren. Door de manier waarop de vragen werden vastgelegd, zou toch zijn af te leiden waar Meijering over had kunnen verklaren. Na drie uur stormde Meijering witheet het Amsterdamse paleis van justitie uit. Hij weigerde het proces-verbaal van het verhoor te ondertekenen.

De confrontatie heeft iets van powerplay door justitie, zegt een ingewijde. Een advocaat heeft weliswaar niet in alle omstandigheden het recht om te zwijgen, maar er geldt in deze ook het beginsel van subsidiariteit. Een advocaat dwingen te getuigen gaat wel ver als minder ingrijpende opsporingsmethoden ook kunnen volstaan.

Bij het Openbaar Ministerie en eveneens onder collega’s binnen de advocatuur bestaat ook onbegrip over het handelen van Meijering. Als hij zo bang is door de onderwereld als verlinker te worden gezien, waarom gaat hij dan wel op televisie zitten kletsen over liquidaties en durft hij niet te praten in beslotenheid bij de rechter-commissaris?

„Mijn advocatenhart bloedt als ik zie hoe het strafproces wordt verkracht door het Openbaar Ministerie. En dan trek ik aan de bel. Dat is mijn keuze”, zegt Meijering. Volgens hem kan het OM gewoon niet accepteren dat hij onwelgevallige kritiek uit op het inschakelen van kroongetuigen. „Ze kunnen het niet uitstaan dat ze door piepende advocaatjes voor de voeten worden gelopen.”