Werk jij bij nrc.next? Zeker omdat je allochtoon bent

Op redacties van traditionele media werken maar nauwelijks allochtonen, blijkt uit onderzoek van NRC. nrc.next-redacteur Maral Noshad Sharifi (25), geboren in Iran, denkt dat diversiteit stigmatisering in de media kan voorkomen.

Illustratie Gijs Kast

Vorig jaar, een dag voor de gemeenteraadsverkiezingen twitterde Ferry Mingelen, oud-verslaggever van NOS: ‘Haagse lijsttrekkers PvdA en PVV vanavond in debat over Marokkanen.’ Acteur Achmed Akkabi reageerde: ‘Waarom debatteren over mensen die in Marokko wonen?’ Het was al de tweede keer die week dat Mingelen kritiek kreeg op zijn woordkeuze. Eerder twitterde hij dat de PvdA in Den Haag Marokkaanse stemmen wilde winnen. Reactie van verschillende twitteraars: ‘Het zijn NL’ers Ferry.’

Het had geen effect.

Als vluchteling kwam ik eenentwintig jaar geleden naar Nederland. Mijn vader vindt het lastig om foutloos Nederlands te schrijven. Toch ben ik redacteur bij nrc.next, een landelijke krant.

‘Jij een contract bij NRC? Hoe kán dat?’ is een vraag die ik vaak krijg. Vaak gevolgd door: ‘dat is zeker omdat je allochtoon bent?’ Het voelt altijd weer even als een kleine stomp in mijn maag. Alsof succes niet voor mij is weggelegd, alsof ik het niet op eigen kracht kan bereiken, alsof ik dom ben.

Zo merk ik ook bij jongeren met een niet-westerse achtergrond die ik interview voor de krant, dat ze verbaasd zijn over de achterdochtige opmerkingen die ze soms krijgen: ‘hoe kan het dat jij die baan hebt gekregen?’ Of juist het pamperende: ‘wat knap dat jij op de universiteit zit.’ Een groep studenten op de Universiteit van Amsterdam is hier zelfs een campagne tegen begonnen, I too am UvA. Ze zijn de achterstand namelijk al lang ontstegen. Ze voelen zich niet anders, maar worden toch als ‘anders’ benaderd. En dat creëert onbedoeld een afstand.

Net als de vraag: Waar kom je vandaan? Ik vind het niet erg maar als ik erover nadenk, is het best een gekke vraag. Ik woon hier bijna heel mijn leven en ik krijg die vraag zowat dagelijks, alsof ik hier net ben aangekomen, fresh off the boat. Ik weet niet eens hoe het leven in Iran is, ik ben nooit teruggeweest. Een Nederlander kan toch ook zwart zijn, of een volle bos krullen hebben en Maral heten?

Zien we Nederlanders als Nederlander?

Soms denk ik: steeds meer mensen voelen zich Nederlander, maar is Nederland er wel klaar voor om ze als Nederlanders te zien? Zien de media die deels het beeld van minderheden bepalen hen wel als Nederlanders?

De grens van wat wel en niet gezegd kan worden over minderheden wordt niet bepaald door minderheden zelf. De dominante groep bepaalt die grens met woorden als: kut-Marokkaan, knuffel-Marokkaan, excuusallochtoon, media-Marokkaan, de Turk (slager/groenteboer), buitenlander en neger. Het gebruik van die woorden werkt heel stigmatiserend. Een groep mensen wordt op die manier klein gehouden, gereduceerd tot een gimmick. Media reproduceren het, alsof het normaal is. En inmiddels zijn die woorden diep verankerd in onze taal.

Een voorbeeld: Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL die na de ‘minder, minder, minder’- uitspraak van Wilders een kritische brief schrijft en het dan zelf heeft over jonge kut-Marokkaantjes. Als het als normaal wordt beschouwd dat de hoofdredactie van RTL het woord ‘kut’ linkt aan een etniciteit, dan is het niet zo gek dat het volk ‘minder, minder, minder’ Marokkanen wil. Wat doen die uitspraken met het zelfbeeld van deze ‘kut’-jongeren? Het is toch feitelijk onjuist deze jongeren zo te noemen terwijl ze hier zijn geboren? Waarom noemt hij ze niet gewoon Nederlanders?

Twee weken geleden werd er in het coververhaal van Vrij Nederland zonder uitzondering gesproken over Turken en Marokkanen op scooters. De jongeren in het verhaal voelden zich ook geen Nederlander: wat een verrassing, als er zo over je geschreven wordt. Turkije en Marokko kennen ze ook niet, ze zijn nu eigenlijk stateloos.

Begrijpt niemand dat dit erg is?

Zien redactieleden niet in dat dit schadelijk is? Was er dan geen eindredacteur die tegen Klein zei dat het gebruik van de woorden kut-Marokkaantjes onbeschaafd is?

Datzelfde dacht ik van mijn eigen redactie toen afgelopen zomer het woord ‘neger’ in de krant stond. Het woord refereert aan de koloniale tijd. Als ik die dag niet met vakantie was, had ik er iets van gezegd en was het weggehaald. Dat was eerder ook al gebeurd – er wordt nooit moeilijk over gedaan.

Dat is wel het grote nadeel van de overheersend witte redacties. Bijna niemand vindt die woorden erg, het gaat niet over hen. Stigma’s en clichés worden zo constant bevestigd.

En als je niemand hebt op een redactie met een multicultureel netwerk, dan gaan de verhalen waar Khadija’s en Achmeds in voorkomen al snel alleen over moslimextremisme.

Is het belangrijk dat er mensen zijn op zo’n redactie die daar oog voor hebben? Ja, maar ik wil niet de enige zijn die het doet. Ik voel me verantwoordelijk, maar duw mezelf daarmee ook in een hoek waar ik echt niet wil zitten.

Als ik mijn collega’s hoor zeggen dat iets racistisch of cliché is, dan glunder ik stiekem van binnen. Maar ik zal nooit tegen ze zeggen: ‘hé wat knap dat jij dat begrijpt.’