Dit ‘pedagogisch onverantwoorde’ filmpje gezien? NRC sprak de maker

“Die jongens in Parijs hadden ook zo’n muts, hè? Je lijkt wel een beetje op die jongens”, zegt een vader tegen zijn zoon, die een Arabisch uiterlijk heeft. Het is het begin van een video van filmmaker Abdelkarim El-Fassi. Het filmpje maakt veel los op sociale media. Een gesprek met de maker.

“Die jongens in Parijs hadden ook zo’n muts, hè? Je lijkt wel een beetje op die jongens”, zegt een vader tegen zijn zoon, die een Arabisch uiterlijk heeft. Het is het begin van een video van filmmaker Abdelkarim El-Fassi. Het filmpje maakt veel los op sociale media. Een gesprek met de maker.

In het flimpje vraagt El-Fassi zijn 6-jarige neefje zich uit te spreken tegen terroristen. Dat zijn immers ook moslims. Een blond jongetje wordt door zijn moeder gevraagd afstand te nemen van Anders Breivik. Die was tenslotte ook blond. In het filmpje bieden beide jongetjes uiteindelijk hun excuses aan voor de aanslagen.

En dat is een slechte ontwikkeling, volgens El-Fassi. “Het is de afgelopen jaren steeds normaler geworden om moslims te vragen om afstand te nemen van terreur.” Volgens de filmmaker realiseren we ons niet wat we daarmee van mensen vragen en zou het ook geen effect hebben.

Twitter avatar Abdelkarimo Abdelkarim El-Fassi Nog nooit zo ongemakkelijk gevoeld bij het maken van een video: ‘Dutch children apologize for terrorism’ https://t.co/n1bue7G7HA #LetsUnite

‘Maar heeft het ooit geholpen? Afstand nemen?’

Op zijn 16e liep El-Fassi mee in een mars nadat Pim Fortuyn vermoord was. Er was toen ook al angst voor moslims.

“Ik dacht dat ik die angst kon wegnemen door mee te lopen in zo’n mars. Ik hoopte dat mensen begrepen dat ik het hier niet mee eens was. Enkele jaren later, toen Theo van Gogh vermoord werd, deden veel moslims dat weer: afstand nemen.”

El-Fassi ziet het nu weer gebeuren, ruim tien jaar later.

“Maar heeft het ooit geholpen? Afstand nemen? Nee. Mensen zijn nog steeds bang. Het mechanisme van afstand nemen niet helpt. Het doet juist het tegenovergestelde: het drijft mensen uit elkaar”.

‘Vraag niet om distantiëring van terroristen’

El-Fassi wil dat iedereen zich op zijn of haar eigen manier kan uiten. “Vraag anderen niet afstand te nemen van aanslagen. Geef mensen de vrijheid om dat op hun eigen manier te doen.” Omdat hem steeds wordt gevraagd om afstand te nemen, vindt El-Fassi dat hij een tweederangs burger is.

“Gaan alle blanke witblonde mensen zich ook nog verontschuldigen voor Breivik? Nee. Dat wil ik overigens ook niet: zowel moslims als witblonde mensen hoeven zich niet te distantiëren van dit soort terroristen. Iedereen is gelijk en moet zich uiten zoals hij of zij dat wil.”

Juist die veronderstelde hypocrisie wilde hij blootleggen met zijn video ‘Dutch children appologize for terrorism’.

“Wat er in dit filmpje gebeurt, gebeurt dagelijks. Het zit in de samenleving, maar niemand ziet dat. Als filmmaker wilde ik dit laten zien op microniveau. Het is mainstream geworden om moslims te vragen om afstand te nemen van aanslagen. Aboutaleb, Buma: ze doen het allemaal.”

Discussie over gebruik van kinderen

Er is ook veel discussie over het filmpje. Niet altijd over de inhoud, maar ook over het gebruik van kinderen. Pedagogisch onverantwoord vinden sommigen het. El-Fassi geeft ze gelijk. “Maar dit soort gesprekken en boodschappen zijn onderdeel geworden van de samenleving.”

De mensen die kritiek hebben op het filmpje zouden zelf in de spiegel moeten kijken, vindt El-Fassi. Zijn zij immers niet zelf die ouders? Verkondigen ze zelf niet het soort boodschappen uit zijn filmpje? “Maken ze zelf niet het onderscheid?”

Dat het pedagogisch onverantwoord is, ontkent hij niet. “Maar de kinderen in het filmpje is verteld dat het nep is. Het zijn hartstikke gelukkige kinderen.”

Hoewel El-Fassi hoopt dat de discussie vooral gaat om de boodschap, vindt hij goed dat mensen ook over de effecten op kinderen discussiëren.

“Kennelijk zijn ze het er niet mee eens dat kinderen dit gevraagd wordt. Dat is goed, dan zijn we het daar over eens. Niemand zou dit gevraagd moeten worden.”