Tsjaad opent offensief op grond tegen Boko Haram

Tsjaad zet 2.500 militairen in tegen terreurgroep in buurland.

Bevochten grensgebied

Na dagenlange beschietingen vanuit de lucht is het leger van Tsjaad deze week begonnen met een grondoffensief in het noordoosten van Nigeria, gericht op het vernietigen van bases van de islamitische terreurgroep Boko Haram. Gisteren werd het eerste succes gemeld: meer dan 200 strijders zouden zijn gedood bij de Nigeriaanse grensstad Gambaru.

Maar de Tsjadische opmars verloopt minder glorieus dan werd gehoopt. Terwijl Tsjadische militairen, bijgestaan door Kameroense collega’s, Nigeriaans grondgebied betraden, trokken strijders van Boko Haram onopgemerkt in de tegenovergestelde richting. In het Kameroense stadje Fotokol, vlak bij Gambaru, richtten zij gisteren een bloedbad aan. Mensen werden aangevallen in huizen en in een moskee, velen werd de kelen doorgesneden, anderen werden doodgeschoten. Volgens lokale bronnen zijn er meer dan honderd doden.

Dat Tsjaad nu het voortouw neemt in de strijd tegen Boko Haram, is een blamage voor Nigeria. Knarsetandend laat de regering in Abuja de buitenlandse interventie tot dusver toe. Men maakt zich drukker over de komende verkiezingen van 14 februari dan over het verslaan van Boko Haram.

Het offensief onderstreept ook de regionale rol die Tsjaad zich de afgelopen jaren heeft toegemeten, onder leiding van president Idriss Déby. Deze voormalige gevechtspiloot greep 24 jaar geleden de macht in N’Djamena en heeft al menige gewapende rebellie overleefd, de laatste in februari 2008 met Franse steun.

Twee jaar geleden deed Déby iets terug. Hij stuurde 1.200 infanteristen en 800 man ondersteunend personeel naar het noorden van Mali om Frankrijk te helpen de opmars daar van terreurgroepen vanuit de Sahel te stoppen. Tot grote waardering van Parijs vochten de Tsjadische militairen in de voorste linies. Vorig jaar besloot Frankrijk het regionale commandocentrum van zijn militaire antiterreuroperatie Barkhane (Sikkelduin) in N’Djamena te vestigen.

Het Tsjadische optreden in de door geweld geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek verliep minder gelukkig. Los van alle beschuldigingen over gekonkel achter de schermen in het buurland, liep het Tsjadische blazoen een grote deuk op door een bloedbad vorig jaar maart in de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui. Zeker 30 burgers kwamen om toen Tsjadische vredessoldaten om zich heen begonnen te schieten. Tsjaad moest zijn troepen terugtrekken.

Nu heeft Tsjaad ongeveer 2.500 militairen naar de Nigeriaanse grens bij Gambaru en naar andere plekken bij de grens met Niger gestuurd. Dat past in de recente oproep van de Afrikaanse Unie om de dreiging van Boko Haram met een regionale troepenmacht te weerstaan.

Maar Tsjaad heeft ook eigen, zwaarwegende overwegingen om te interveniëren. Het wil de wapentoevoer uit Libië (onder andere via Niger) controleren. En, niet minder belangrijk, als land dat niet grenst aan zee is het voor Tsjaad van vitaal belang dat zijn handelsroutes en zijn oliepijpleiding via Kameroen naar de Atlantische kust openblijven.