Staren naar Rembrandt – en hij staart terug

Ik moet bekennen dat ik me minder verheugde op Rembrandt, the Late Works dan op bijvoorbeeld de grote Da Vinci-overzichtstentoonstelling die de National Gallery in Londen eerder organiseerde. Want had Rembrandt niet al in 2006 veel aandacht gekregen?

Gelukkig dat ik toch ben gegaan – en ook mijn bezoekende ouders daartoe heb overgehaald. De kracht van Rembrandts werk is vanaf de eerste zaal, met vier zelfportretten, overweldigend. Afzonderlijk zijn de vier prachtig, samen in één kleine, donkere ruimte verbluffend. De pijnlijk eerlijke zelfbeschouwing, het idee dat je diep zijn ziel inkijkt, zijn lijden ziet in de rimpels die hij schilderde.

De meeste bezoekers van de National Gallery liepen de zelfportretten een voor een langs. Beter werkte het voor mij om in het midden te staan, en ze al ronddraaiend te bewonderen. Starend naar Rembrandt, die in viervoud terugstaart. De ogen en de man hetzelfde, maar ieder portret met een eigen karakteristiek.

Dat Late Works niet chronologisch is opgehangen, maar thematisch of eerder in emoties, werkt goed.

Rembrandt keerde regelmatig terug naar oude ideeën, maar met nieuwe technieken. Bovendien karakteriseren woorden als bezinning en intimiteit zijn latere werk. Het laatste zeker bij bijvoorbeeld de badende Hendrikje Stoffels (normaal in de National Gallery) of De Joodse Bruid (Rijksmuseum).

Het is moeilijk een favoriet te kiezen uit de tientallen schilderijen die de conservatoren uit alle hoeken van de wereld bijeen kregen. Elk is een meesterwerk op zich. Elk geeft het idee een intiem portret van de geschilderde te zijn. Zijn spel met licht, de verfstreken: zo bekend en toch opnieuw verrassend.

Helaas vielen de elegante etsen en tekeningen uit de British Library en het Fitzwilliam in Cambridge in het niet. Zowel bij de grootte en de energie van bijvoorbeeld De samenzwering van Claudius Civilius (normaal in Stockholm), Jakob zegent de zonen van Jozef (normaal in Kassel) of De Staalmeesters (Rijksmuseum), als door het feit dat het in de National Gallery zo druk was – ondanks een gelimiteerd aantal toegangskaarten per uur en ondanks het feit dat je van tevoren moest boeken. Je hebt ruimte nodig, omdat de etsen zo klein en fijn zijn en er net als bij de schilderijen veel op is te ontdekken. In Londen werd je soms door ongeduldige medebezoekers weggekeken en zelfs weggeduwd.

Maar dat is de enige kritiek, die bovendien vooral geldt voor de Sainsbury Wing. Die voelt altijd aan de krappe kant voor de blockbusters die de National Gallery er organiseert. Maar zelfs in deze overvolle zalen, omringd door al die mensen, weten de late Rembrandts me diep te ontroeren.