Sander van Opzeeland is prettig tegendraads

Beuken op één toets: dat is de nieuwe stijl, zegt Sander van Opzeeland, beukend op één toets. De cabaretier wil regeltjes doorbreken, zegt hij. Niet echt, want Kunst met een grote K is een keurig comedyprogramma, waarin maar kort lelijk op één toets wordt gebeukt. Subversieve handelingen, zoals een kwartier te laat opkomen of twintig minuten het nazisme verheerlijken, zaten zogenaamd in een try-out, waarover hij een badinerende recensie voorleest.

Toch staat Van Opzeeland op het podium met een afstandelijkheid en aangezette stugheid die prettig tegendraads aandoet. Hij speelt dat hij zijn tekst niet kan onthouden en niet weet waar het programma heen moet. Moppen vertelt hij verkeerd, aan de actualiteit wil hij niet, verklaart hij. Het zijn schijnbewegingen. Echt aan het twijfelen brengt hij je niet. Gek worden van de Sinterklaas-discussie en er dan toch een nummer over doen, dat werk. Een geestig nummer, dat wel.

Als hij de anti-comedy loslaat, blijft hij nog altijd een onwillige outsider en dan komt zijn mild absurdisme goed tot zijn recht. Volmaakt in een satirisch nummer over sociale media, in een mooi uitgesponnen vergelijking met de jaren tachtig, toen het nog vechten was om informatie en contact.

Toch wordt grinniken steeds vaker glimlachen. Om te eindigen bij de vaststelling dat Van Opzeeland een interessante comedian is. Zoals wanneer hij formats van populaire tv-programma’s radicaler wil uitwerken: niet één maar tien jaar Utopia, met een miljoen idioten en dan een hek eromheen. Bij zo’n aanscherpende blik zou zijn eigen programma ook baat hebben.