Nu even geen buitenlanders ontvoeren Tot de verkiezingen

Boko Haram moordt in het noorden. In het zuiden houden rebellen en criminelen zich koest. Maar als ‘hun’ president Goodluck Jonathan volgende week de verkiezingen verliest, is de afgekochte vrede voorbij.

Fred Fouye ontbloot zijn scheve tanden. 39 jaar oud is hij nu. Daarvan bracht hij bijna vijftien jaar door in de kreken van de Nigerdelta. Diepe krassen in zijn gelaat verraden een lang leven in de misdaad. Kidnapper, saboteur van oliepijpleidingen, afperser. Dat was hij, Fred Fouye. De prijslijst voor een blanke kan hij je zo geven. 50 miljoen naira (een kwart miljoen euro) voor een operations manager, 30 miljoen voor een ingenieur, en zo verder. Kidnapping werd hier zo gewoon dat kruimeldieven zelfs Nigerianen voor een paar honderd dollar in de verkoop zetten. Maar Fred Fouye is geen kruimeldief.

Boko Haram krijgt nu de aandacht van de wereld. Maar de eerste militanten die investeerders in dit land angst aanjoegen met zwarte maskers, kalasjnikovs en soldatenkistjes waren zij: christenen uit het zuiden, de strijders van de MEND (Movement for Emancipation of the Niger Delta). Dat is de koepel van de vele gewapende strijdgroepen die vanaf 1996 zeiden te strijden tegen de vervuiling van de Delta door de buitenlandse oliebedrijven en de weigering van de regering om de opbrengsten te delen van de olie die hier uit de grond komt. De MEND specialiseerde zich in ontvoeringen, sabotage en bomaanslagen om oliebedrijven en regering te dwingen meer te doen voor de Delta. Maar de beweging dreigde ook met aanslagen op moskeeën „om uitroeiing van het christendom” door Boko Haram te voorkomen.

Niet urineren!

Fred Fouye zit op een plastic stoel, aan een plastic tafel in het centrum van de stad Warri, het hart van de opstand. Achter zijn rug legen cafébezoekers hun blazen in het open riool, de rechterhand steunend op een muur met rode verf: ‘Don’t Urinate’. Hij drinkt McDowell’s, Indiase whisky. Er was niets van dat losbandige leven in de kreken rond Warri. Het leven in de kampen was er hard, gedisciplineerd: „Er was daar geen vrijheid.” Maar als de leider het vraagt, keert hij vandaag nog terug naar zijn kamp. „Boko Haram strijdt nergens voor. Wij streden voor een rechtvaardige zaak, het lot van onze mensen.”

Zijn leider is Government Ekpemupolo, beter bekend als Tompolo, die in de aanloop naar de verkiezingen op 14 februari dreigt met geweld als de zittende president Goodluck Jonathan, geboren in de Delta, verliest. Tompolo was jarenlang de man naar wie het Nigeriaanse leger het hardst op zoek was. Na een wekenlang offensief door een Joint Task Force staakte Tompolo in oktober 2009 zijn strijd en verliet hij met zijn strijders Kamp 5. „Het was als de hel. Het leger kwam met Apache-helikopters. Veel van mijn vrienden zijn omgekomen. Tot Tompolo zei: ‘Iedereen eruit, iedereen naar huis’”, beschrijft Fouye. De regering bood de 26.000 militanten in de Delta niet alleen amnestie, maar ook een maandsalaris van 65.000 naira, omgerekend zo’n 300 euro. Hun leider Tompolo kreeg van de regering een contract ter waarde van 90 miljoen euro om de kreken te beveiligen tegen militanten. De ex-strijders vrezen dat verlies van Jonathan bij de verkiezingen het einde betekent van dat herenakkoord.

„In de geschiedenis van Nigeria heeft nooit eerder iemand uit de Delta het land bestuurd”, zegt Demeki Ij, rechterhand van Tompolo. „Er zal geen vrede zijn als de macht ons wordt afgenomen.” Hij is er niet alleen van overtuigd dat oppositiekandidaat Muhammadu Buhari, een moslim uit het noorden, een einde zal maken aan het amnestieprogramma. Hij houdt diens partij, het APC (All Progressives Congress), ook verantwoordelijk voor de aanslagen van Boko Haram. „Buhari heeft gezegd dat hij het land onbestuurbaar zal maken voor Jonathan. Buhari is het brein achter Boko Haram. Dit is Nigeria. Dit is geen Nederland. Hier gebeuren dat soort dingen. En als hij het bestuur van Jonathan onmogelijk wil maken, dan kunnen wij dat ook met dat van Buhari.”

Politiek van de maag

De vondst van olie in Nigeria na de onafhankelijkheid in 1960 heeft de rechtsstaat in de regio gestaag ontrafeld. Olie vervuilde de kreken, en doodde meer dan alleen de vissen. De oudere bewoners verloren hun baan als visser, en hun gezag. De jeugd radicaliseerde. Het nieuwe gezag werd het geld, de naira, dat met het saboteren van oliepijpleidingen voor het oprapen lag.

Volgens kunstenaar en radiocommentator Dafe Sowho heeft het amnestieprogramma voor de georganiseerde misdaad de rechtsorde niet alleen in de Delta ondergraven maar in het gehele land. „Zonder dat amnestieprogramma was Boko Haram nooit ontstaan. Ze zijn begonnen met hun aanslagen in het noorden in het jaar dat het amnestieprogramma van kracht werd, in 2009. Natuurlijk. We geven amnestie aan de saboteurs, de kidnappers. Wie is de volgende: de bond van prostituees? Iedereen wil een stuk van de taart voor zichzelf. Dit is politiek van de maag.”

De oppositiekandidaat Muhammadu Buhari van het APC voert campagne tegen de corruptie onder Jonathan. Buhari was al eens president, begin jaren tachtig. Hij maakte naam met zijn ‘oorlog tegen slechte discipline’. Ambtenaren die te laat op hun werk kwamen, kregen straf. Hij eiste nette rijen bij de bushalte. Staken was verboden, opposanten eindigden in de gevangenis.

Een gouden nummerplaat

De man die voor Buhari’s partij Warri wil vertegenwoordigen in het parlement, ontkent echter dat in die filosofie geen plaats is voor een amnestieprogramma. „Het amnestieprogramma is niet van Jonathan, maar van de staat”, zegt ‘Chief’ Vincent Okudolor. Hij rijdt door Warri in een Mercedes met gouden nummerplaat. Hij draagt zijn naam ook in goud om zijn nek. Hij stapte nog niet zo lang geleden over van de partij van Jonathan naar het APC van Buhari. Dat is politiek Nigerian style.

Boko Haram kan volgens hem op dezelfde manier gestopt worden als de militanten in de Delta werden gestopt. „Natuurlijk kunnen ook de strijders van Boko Haram amnestie krijgen. Als de MEND het krijgt, waarom zij dan niet?”

Veel militanten lijken hun operaties te hebben verplaatst van de Delta naar internationale wateren, waar Nigeria nu Somalië heeft ingehaald als de piraterijhoofdstad van Afrika. De Nigeriaanse kustwacht voerde de afgelopen drie jaar het aantal patrouilles op, schafte boten aan en zette vliegtuigen in.

Kapitein Warredi Enisuoh van het maritieme veiligheidsagentschap NIMASA stelt de piraterij in de Nigeriaanse wateren bijna te hebben uitgebannen. „Je moet ervoor zorgen dat je de lokale gemeenschap aan jouw kant krijgt bij de aanpak van militanten”, zegt hij. Zo kan ook het probleem met Boko Haram in het noorden worden opgelost. „Ik zou zeggen: ‘Geef die taak aan mij en ik zal eens kijken wat ik kan doen’.”

Berucht om bloeddorst

Maar in de Delta zijn de problemen niet verdwenen. De kidnappings zijn minder geworden, maar niet gestopt. De sabotage van de oliepijpleidingen evenmin. Veel jongeren weigerden amnestie. „Ik laat me niet voor de gek houden door de regering”, zegt Augustin Ebudi. „Ze geven geld, maar geen banen.”

Hij omlijst die weigering met de veelgehoorde klacht dat de regering nooit iets voor de Delta heeft gedaan. Hij werkte onder een andere leider binnen de MEND, Jonathan Togo. Togo was berucht om zijn bloeddorstigheid en kwam in 2011 om het leven bij een bombardement. Togo had amnestie geweigerd. In de Delta zeggen ze dat hij zich verraden voelde omdat hij niet, zoals andere leiders, met een groot contract beloond werd. Zijn strijders voelen zich ook bekocht. De 65.000 naira die in het kader van het amnestieprogramma maandelijks wordt uitgekeerd, verbleekt bij de 2 tot 3 miljoen naira (10.000 euro) die ze in de kreken zeggen te kunnen verdienen met oliediefstal.

„Er zijn heel veel mensen in het dorp die geen amnestiegeld kregen”, zegt Ebudi. „We kunnen zo weer gaten gaan slaan in de oliepijpleidingen, mensen gaan kidnappen.” Dan kijkt hij met een priemende blik naar de andere kant van de tafel. „Je hebt niet eens beveiliging. We hadden je zo mee de bush in kunnen nemen.” Hij kijkt naar de fles met insectenolie op tafel. „En daar zitten heel veel muggen.”