Minister, mijd die wapenbeurs in het Midden-Oosten

Wapenverkoop aan het Midden-Oosten is immoreel. Toch gaat de minister van Defensie binnenkort naar de wapenbeurs van Abu Dhabi. Blijf daar weg, betogen Midden-Oostenkenners Rena Netjes en Sylva van Rosse.

De zogenaamde Terminator-2 was te zien op de Russia Arms Expo 2013. foto Sergier Karpukhin/Reuters

Nederland verkocht in 2013 voor 116,6 miljoen euro aan wapens aan het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In vrijwel alle landen in die regio is sprake van gewapende conflicten. Van 22 tot 26 februari vindt een grote wapenbeurs plaats in Abu Dhabi. Onze minister van Defensie gaat daarheen met een delegatie vanuit drie ministeries en de Nederlandse wapenindustrie.

Ongetwijfeld om geld te verdienen voor Nederland. Maar waarom wil de regering wapens verkopen in een regio die in brand staat? De problemen van het Midden-Oosten worden niet opgelost door meer wapens. Integendeel, het zou gebaat zijn bij ontwapening. De zogenaamde economische belangen zijn kortetermijnbelangen en bovendien immoreel. En wel om drie redenen:

1) De landen in deze regio zijn dictatoriaal. Oppositie voeren is er levensgevaarlijk en verschillende regeringen hebben recent geweld gebruikt tegen eigen burgers.

In 2013 verkocht Nederland wapens aan Qatar, Saoedi-Arabië en aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Deze landen voeren proxy-oorlogen, in Libië en Syrië bijvoorbeeld. Qatar steunt in Libië politiek-islamistische partijen, terwijl de VAE die juist bestrijden, zoals Qatar, Soedi-Arabië en de VAE alles en iedereen bestrijden die naar eigen zeggen de stabiliteit bedreigen. Zij dragen daarmee actief bij aan het ontstaan van falende staten.

De Verenigde Arabische Emiraten zijn een groeiende macht in de regio. Het land is nummer 15 van wapenimporteurs internationaal. Saoedi-Arabië, nummer 5 van landen die wapens importeren, gaf in 2013 67 miljard uit aan wapens. Het land is berucht om zijn mensenrechtenschendingen.

Nederland leverde in 2013 ook wapens aan Egypte. In dat land is het democratiseringsproces ernstig gestagneerd en worden aan de lopende band politieke activisten opgepakt. Daarnaast is er sprake van geweld tegen burgers. Afgelopen zomer nam het kabinet een besluit dat weer marinewapens aan het militaire regime geleverd mogen worden, omdat anders de concurrentiepositie van Nederland in het geding zou komen.

2) Het risico bestaat dat wapens in handen komen van gewapende groeperingen waarvan de meeste niets geven om mensenrechten. Als het al niet problematisch is dat zulke groeperingen elkaar bloedig bestrijden, ten koste van het ontstaan of functioneren van een normale samenleving, zou het ons moeten interesseren dat veel van deze groepen een antiwesterse agenda hebben.

Zoals gezegd: Qatar en de VAE bemoeien zich met het gewapende conflict in Libië. Qatar levert vanaf 2011 wapens en geld aan bepaalde milities. De VAE bewapenen vanaf 2011 juist rivaliserende milities. De Egyptische autoriteiten hebben partij gekozen in de Libische conflicten en kondigden in augustus aan dat zij het Libische parlement zouden bewapenen, nadat het uit Tripoli gevlucht was en zich vestigde in het aan Egypte grenzende Tobruk.

Doorverkopen van wapens

In de andere grote brandhaard, Syrië, is de situatie ondoorzichtiger. Een aantal Syrische oppositiegroepen is bewapend door westerse landen. Jabhat Al-Nusra kreeg behalve van Al- Qaeda waarschijnlijk ook wapens van diverse individuen uit Qatar en Saoedi Arabië. Dat land levert verder al vanaf het begin van de burgeroorlog wapens aan het Vrije Syrische Leger (FSA) en aan het Salafistische Islamitische Front. Maar de situatie met rebellen is fluïde. Ze verkopen soms wapens door aan andere groepen. De soennitische leider Ahmad Abu Reesha van de Iraakse provincie Anbar bijvoorbeeld, zei onlangs in een interview dat zijn (pro-Amerikaanse) clans wapens smokkelen naar IS.

De grenzen tussen landen in het Midden-Oosten zijn poreus. Na de val van Qaddafi zijn veel van zijn wapenvoorraden door smokkelaars naar Egypte gebracht, en van daar naar Ansar Bait Al-Maqdis, bondgenoot van de Islamitische Staat (IS) in de Sinaï, naar de Gazastrook, naar rebellen in Syrië en in Mali. In datzelfde Mali liggen op dit moment Nederlandse VN- troepen onder vuur van gewapende rebellen.

3) Het lijkt logisch om IS met grof geweld te bestrijden en bijvoorbeeld lokale partijen te bewapenen omdat ze op dit moment onze partner zijn. Maar wat doen we voor de lokale bevolking – en voor onze eigen belangen – op de lange termijn? Waar zijn al die wapens over vijf jaar? Of over tien jaar? Grote kans dat ze dan in handen zijn van mensen die ons niet aanstaan.

Westerse betrokkenheid bij het bestrijden van terreurgroepen in het Midden-Oosten heeft nog nooit geleid tot het verdwijnen van dit soort groepen. Integendeel, ze lijken te groeien en ze worden steeds bedreigender. Daarom zou alle inzet gericht moeten zijn op het zoeken naar langetermijnoplossingen.

Dit kan Nederland niet maken

Nederland kan het niet maken om economische belangen te plaatsen boven het zoeken naar duurzame oplossingen in het Midden-Oosten. Het kan het niet maken wapens te verkopen aan regimes of partijen die geen bezwaar hebben tegen het beschieten van eigen burgers of die van buurlanden. Het zou zich in Europa en in gesprek met Rusland sterk moeten maken voor het beëindigen van ongecontroleerde wapenhandel, en voor veiligheid en democratisering.

We moeten ons richten op de oorzaken van de terreur. Op het feit dat de toekomst voor de jonge bevolkingen in het Midden-Oosten meestal uitzichtloos is, dat er geen stabiele middenklasse is, dat de zittende regimes corrupt zijn en nauwelijks om hun burgers geven. En op het feit dat westerse regeringen wel spreken over democratisering, maar zelf de voorkeur lijken te geven aan de heersende ondemocratische machthebbers.