Zijn meest gedurfde schilderijen bij elkaar

Dat er een Rembrandt-tentoonstelling georganiseerd wordt in Nederland, is niet bepaald uniek. In het Rembrandt-jaar 2006, toen het vierhonderdste geboortejaar van de schilder herdacht werd, waren er onder meer in de Leidse Lakenhal (Rembrandts landschappen), het Haagse Mauritshuis (Een zomer met Rembrandt) en het Amsterdamse Van Gogh Museum (Rembrandt-Caravaggio) mooie presentaties te zien. Toch wordt de blockbuster Late Rembrandt in het Rijksmuseum, die vandaag aan de pers gepresenteerd is en volgende week donderdag opengaat voor het publiek, een tentoonstelling die alle voorgaande zal overtreffen.

Late Rembrandt richt zich op grofweg de laatste twintig jaar van het leven van Rembrandt Harmensz van Rijn (1606-1669). Dit was een periode waarin de kunstenaar ingrijpende tegenslagen te verwerken kreeg, waaronder een faillissement en de dood van zijn geliefde Hendrickje Stoffels en zijn enige zoon Titus. Maar het was ook een tijd van ongekende creativiteit. De late werken van Rembrandt behoren tot zijn beste, omdat ze zoveel vrijer en gedurfder zijn dan zijn vroege werken. Er spreekt grote emotionele diepgang en tederheid uit late schilderijen als De Joodse Bruid (Rijksmuseum, circa 1665) of Badende vrouw (The National Gallery Londen, 1554).

Wat deze tentoonstelling uniek maakt, is de onwaarschijnlijke volledigheid ervan. Met ruim honderd schilderijen, etsen en prenten, en met bruiklenen uit vele grote musea in de wereld, zijn vrijwel alle meesterwerken bijeengebracht die Rembrandt tussen circa 1651 en 1669 maakte. De Lucretia (1664) uit de National Gallery of Art in Washington hangt naast de Lucretia (1666) uit het Minneapolis Institute of Arts. De Titus (1660) uit het Rijksmuseum is herenigd met de Titus (1656) uit Museum Boijmans Van Beuningen. En zelfportretten uit Londen, Washington, Den Haag, Kenwood en Keulen zijn weer voor een paar maanden terug in de stad waar ze ontstaan zijn.

De tentoonstelling is gemaakt in samenwerking met de National Gallery in Londen, waar Rembrandt: The Late Works door de pers lyrisch ontvangen werd en tussen 15 oktober en 18 januari ruim 260 duizend bezoekers trok.

In Amsterdam is de tentoonstelling iets groter dan in Londen. Het Rijksmuseum beschikt over de zojuist gerenoveerde daglichtzalen van de Philipsvleugel, die veel ruimer is dan de ondergrondse Sainsbury Wing van de National Gallery. Vier schilderijen die niet in Londen te zien waren, kreeg het Rijksmuseum wel in bruikleen. Het gaat om Het familieportret (Herzog Anton Ulrich-museum, Braunschweig), Portret van Jan Six (Collectie Six, Amsterdam), het Zelfportret als Zeuxis (Wallraf-Richartz Museum, Keulen) en Jakob en de engel (Gemäldegalerie, Berlijn).