F*ck, gewoon op 20 meter van mijn raam

Het aantal moorden neemt af, maar zo lijkt het niet. Want de liquidaties zijn erg zichtbaar, vooral in Amsterdam. En juist die zichtbaarheid van de afrekeningen baart zorgen: hier is een nieuwe generatie criminelen aan het werk.

Pikdonker. 02.20 uur, vorige week dinsdagnacht. Bewoners van een dichtbebouwde wijk met torenflats in Amsterdam Osdorp schrikken wakker. Harde knallen. Een donkere auto schiet weg over straat. Dan stilte. Een 37-jarige Ghanees ligt bloedend op de stoep. Hulpverleners snellen toe en reanimeren. Tevergeefs. In de intercom van een flat zitten kogelgaten. Terwijl de politie forensisch onderzoek begint, twittert een buurtbewoner: „Was het dus toch een automatisch geweer net dat we hoorden. F*ck, gewoon op 20 meter van mijn slaapkamerraam.”

De liquidatie heeft alles in zich van de geruchtmakende moorden die de afgelopen maanden, vooral in Amsterdam, steeds gebruikelijker lijken. Afgelopen weekend: drie schietpartijen binnen 12 uur. En gisterochtend weer een ‘bekende van de politie’ die overleed door kogels in Amsterdam Nieuw-West.

Overeenkomsten: extreem vuurgeweld, zware wapens, onder het oog van gewone burgers, soms amateuristisch. Zeker in het geval van de Ghanees: de politie vermoedt een „vergissing”, de kogels zouden voor iemand anders zijn bedoeld. De man stond niet bekend als zware crimineel.

Zo komt de teller van het aantal moorden in de hoofdstad sinds begin dit jaar op zeven, waarvan drie als liquidatie beschouwd kunnen worden. Vorig jaar waren er 23 moorden in de hoofdstad. Burgemeester Van der Laan schreef eind vorig jaar al in een brief aan zijn gemeenteraad over „een liquidatiegolf” waarbij sprake is van „excessief en onvoorspelbaar geweld, met groot gevaar voor omstanders”.

Schietpartijen die in de kranten vaak een kort berichtje verdienen. Met daarin de woorden ‘opnieuw’ en ‘weer’. Maar in welk perspectief is dit geweld te plaatsen?

Zorgen om geweld

Het is niet zo dat er meer wordt gemoord in Nederland. Het aantal moorden lag vorig jaar op het laagste niveau in twintig jaar. Dat blijkt uit de meest recente Moordmeter van Elsevier. Het tijdschrift houdt sinds 1992 structureel het aantal Nederlandse moorden bij. In 2014 werden 137 moorden gepleegd. Ook uit cijfers van het CBS blijkt dat tien jaar geleden, in 2004, bijna honderd moorden meer werden gepleegd.

Maar een moord is iets anders dan een liquidatie. Een liquidatie is een geplande afrekening met een criminele tegenstander. ‘Gewone moord’, voor zover dat als gewoon te beschrijven is, kent vele motieven. Ruzies in de relationele sfeer zijn het vaakst de oorzaak, in ongeveer dertig procent van de gevallen.

Ruim vijftien procent van de Nederlandse moorden vorig jaar werd door de politie bestempeld als ‘liquidatie’, schrijft Elsevier. Dat is veel: in voorgaande jaren lag dit percentage rond de vijf procent.

Burgemeester Van der Laan maakt zich zorgen, ook al waren er vorig jaar niet meer moorden in zijn stad dan twee jaar terug. Aan de gemeenteraad schreef hij dat het vertrouwen van burgers in het gezag van politie en rechtsstaat „onder druk komt te staan.” Dat komt volgens hem door „het aanhoudende zichtbare excessieve geweldsgebruik.”

Kogelregen in de wijk

Zichtbaarheid. Liquidaties in woonwijken, soms op klaarlichte dag. Dat is wat de burgemeester bezorgd maakt. Na de liquidaties van twee Marokkaans-Nederlandse mannen eind 2012 in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam, werden niet alleen kogels in bomen en auto’s teruggevonden, maar ook in een kinderkamer. Na een moord vorig jaar mei zaten er kogelgaten in de muren van een kinderdagverblijf.

Een paar jaar geleden werden liquidaties juist voornamelijk uitgevoerd op afgelegen plekken. De aanslagen waren gerichter. Je zou haast denken, zegt de woordvoerder van de burgemeester, dat criminelen toen „professioneler” te werk gingen.

Dat het moorden nu zichtbaarder is, heeft alles te maken met een wisseling van de wacht in de onderwereld. Zichtbaarheid is het grote verschil tussen de twee meest prominente onderwereldvetes in Nederland: de oorlog met hoofdrolspelers uit de ‘liquidatiezaak’ aan de ene kant en de ‘mocro war’ aan de andere kant – een vete tussen veelal jonge Marokkaans-Amsterdamse criminelen.

De ‘mocro war’ begon drie jaar geleden. Modus operandi van de hoofdrolspelers: grof geweld, onvoorzichtigheid, zware wapens, gevaar voor omstanders. Het conflict zou begonnen zijn met een ‘ripdeal’ in een Belgische haven; het stelen van een partij drugs van de ene criminele groep door de andere. Grof gezegd staan sindsdien twee groepen met Marokkaans-Amsterdamse roots tegenover elkaar. Sinds 2012 zijn meer dan tien liquidaties te linken aan dit conflict, vermoedt de politie.

De liquidaties van de twee Marokkaans-Nederlandse mannen in de Staatsliedenbuurt is het symbolische startschot. Kalasjnikovs, een achtervolging rond normale huizenblokken, schoten op de politie, eindigend in een koelbloedige executie.

De moord op Gwenette Martha, die werd gezien als hoofdrolspeler in de ‘mocro-oorlog’, vorig jaar mei, is ook tekenend. Hij werd doorzeefd met kogels toen hij een shoarmazaak in Amstelveen uitliep. De lijkschouwer vond meer dan tachtig kogelgaten in zijn lichaam. Een brandende vluchtauto werd al snel gevonden.

Bovendien werd in de reeks liquidaties zeker één onschuldige man gedood. Een vergissing, denkt de politie. Net als, vermoedelijk, de moord vorige week op de Ghanees.

Kalasjnikovs zijn bijna normaal

Hoe anders ging dat bij die andere prominente, Hollandse, onderwereldvete. Die ruzie gaat minimaal terug tot begin jaren negentig. Het gaat om geld, en om de toppositie in de Amsterdamse onderwereld. De Amsterdamse crimineel Willem Holleeder is in die ruzie volgens justitie een van de middelpunten.

Twee verschillende groepen dus, maar helemaal zwart-wit is het niet. Er spelen op dit moment ook moorden onder Turkse criminelen die een conflict met elkaar hebben, naast de Marokkaans-Nederlandse onderwereldvete, zegt Sander Janssen. Hij is advocaat van zowel een hoofdverdachte in het liquidatieproces (huurmoordenaar Jesse R.) als een hoofdverdachte in de ‘mocro war’ (Benaouf A.) „Het lijkt op een club die elkaar in het openbaar aan het uitmoorden is, maar zo simpel ligt het niet. Het is makkelijk te denken dat in die sfeer alles met elkaar te maken heeft, maar criminelen kijken niet naar etniciteit. Die willen gewoon geld verdienen.”

En er is nog meer aan de hand. De vete in de Hollandse onderwereld was de laatste jaren uit de straten van Amsterdam verdwenen. Opgedroogd. Er loopt een groot onderwereldproces, bekend als het ‘Passageproces’. Justitie probeert huurmoordenaars en hun opdrachtgevers achter de tralies te krijgen. Holleeder wordt door justitie gezien als opdrachtgever van diverse huurmoorden. Vrijwel alle hoofdrolspelers in dit proces verschijnen elke week in de rechtbank, of zijn dood.

Maar ook deze onderwereldruzie lijkt op straat weer op te laaien. Vorig jaar werd vechtsporter Hans Nijman (55) geliquideerd. Doodgeschoten op een afgelegen plek, koelbloedig en zonder ‘overbodige’ kogelregen. Zoals dat meestal gebeurt in de Hollandse onderwereldvete.

Dit jaar nog werden twee verdachten in het liquidatieproces, die de uitspraak in vrijheid afwachtten, beschoten. De van wapenhandel verdachte Sjaak B. werd in Panama beschoten. Hij ligt in coma. Vermeend opdrachtgever Ali A., neergeschoten in Istanbul, is dood. Opvallend: twee verdachten in hetzelfde proces, die vlak na elkaar worden vermoord. Ook de man die gisteren overleed in Amsterdam had banden met criminelen gelieerd aan dit proces. Opnieuw schoten in Amsterdam.

„Een paar jaar geleden riepen we allemaal: ‘wow, kalasjnikovs in een woonwijk”, zegt Janssen. „Nu lijkt dat bijna normaal.”