Experiment Björk als opera

Regisseur Sjaron Minailo en zangeres en componist Anat Spiegel maken muziektheater van een experimenteel album van Björk. „Ik houd van Björks muziek omdat zij zich niet conformeert aan de markt.”

Björks album Medúlla (2004, hier te beluisteren op Spotify) bestaat bijna geheel uit menselijke stemmen. Het mild raspende geluid van Björk wordt op onnavolgbaar virtuoze wijze ondersteund door een beatboxer, een Bulgaars vrouwenkoor, keelzangers en tot elektronische samples verwerkte stemmen. Medúlla (Latijn voor ‘merg’ ofwel de kern der dingen) is zo een ode aan het oudste instrument ter wereld, maar ook een politiek statement: Björk wilde een tegengeluid laten horen na „het idiote racisme en patriottisme dat volgde op de aanslagen van 11 september”, vertelde ze The Guardian. „Ik dacht, hoe zit het met de menselijke ziel? Wat gebeurde er voordat we verwikkeld raakten in problematische zaken als beschaving en religie en de natiestaat?”

In een van de liederen zingt ze: ‘I need a shelter to build an altar away/ From all Osamas and Bushes.’

Ruim tien jaar na Björks baanbrekende album is er nu Medúlla, de opera. Geïnspireerd door Björks artistieke engagement brengt de Israëlische, in Nederland wonende regisseur Sjaron Minailo deze week Medúlla bij de Munt in Brussel. „Liever dan het ensceneren van bijvoorbeeld een Händelopera maak ik muziektheater van iets wat nog niet in die vorm bestond”, legt hij uit. „En ik houd van Björks muziek omdat zij zich niet conformeert aan de markt. Ze had enorme commerciële successen kunnen behalen met mainstreamalbums, maar ging met bijvoorbeeld Medúlla een volledig eigenzinnige kant op.”

Samen met de Israëlisch-Nederlandse zangeres en componist Anat Spiegel, met wie Minailo eerder na de moord op Theo van Gogh een operafilm maakte over terrorisme, bewerkte Minailo Medúlla tot muziektheater. De oorspronkelijke solostem werd onder diverse personages en koren verdeeld, een selectie van de nummers verdeeld over vijf aktes. Plaats van handeling is een sciencefictionwereld waar voedselrituelen een belangrijke plek innemen, diezelfde rituelen een grote crisis van voedselschaarste veroorzaken (het in het ritueel gebruikte graan raakt op), maar daarna worden voortgezet alsof er niets aan de hand is.

Een commentaar op de huidige economische crisis? Ja, beaamt Minailo: „In navolging van Björk heb ik een meer recente crisis als uitgangspunt genomen, dus niet zozeer de polarisatie na ‘nine-eleven’ als wel de crisis in de financiële wereld. Maar voor bijna elke crisis geldt dat oplossingen worden gezocht die waarschijnlijk alleen maar bijdragen aan het probleem. Bijvoorbeeld in dit geval: het opkopen van staatsobligaties waarmee financiële instellingen die de crisis veroorzaakten, worden gesteund, in plaats van dat geld aan de bevolking ter bevordering van de economie te geven. Men heeft een tunnelvisie en durft zelden een minder voor de hand liggende, avontuurlijke weg te kiezen.”

Daarom is in Medúlla behalve voor oudere operazangers een grote rol weggelegd voor de tachtig leden van het Kinder- en Jeugdkoor van de Munt: zij belichamen de toekomst en de hoop. „Onze enscenering eindigt met twee zingende kinderen, een soort Adam en Eva die de maatschappij met behulp van een minder collectief, meer individueel stemgeluid op een betere wereld wijzen.”

In de praktijk is het nog niet eenvoudig om tachtig kinderen te regisseren, blijkt uit een eerste doorloop in de verduisterde Malibranzaal van de Munt in Brussel. De jonge koorleden liggen verspreid in groepjes op de speelvloer, rondom een soort altaar van metalen buizen waarop een berg graankorrels ligt.

„Jullie moeten absoluut stil liggen”, spreekt Minailo de door elkaar pratende kinderen in het Engels toe, terwijl twee koordirigenten een Franse vertaling geven: „Silence!”

Zodra het echt stil is, geeft dirigent Bassem Akiki vanaf het balkon de eerste maten en begint de muziek op magische wijze: een spookachtig, bijna onhoorbaar kikkergekwaak borrelt uit de jonge kelen omhoog, waaruit vervolgens de eerste herkenbare tonen opstijgen. Volwassen priesters komen op, bezwerende zang en een elektronische drone zwellen aan. Het ritueel kan beginnen.

„Zo’n bijzonder project heb ik niet eerder geleid”, zegt dirigent Bassem Akiki in de pauze, „er is nu immers geen orkest, maar wel twee kinderkoren. Bijna alles gaat a capella, al hebben we ook een mee-acterende slagwerker die soms de toonhoogte aangeeft. Deze kinderen zijn vooral klassiek gewend maar zingen nu dus Björk. Dat betekent dat ze anders met hun stem moeten omgaan, minder gecultiveerd, soms meer vanuit de keel. Deze productie is onderdeel van een bredere tendens, waarbij de werelden van pop en klassiek steeds dichter naar elkaar toe kruipen.”

Dat Minailo een Israëlische achtergrond heeft en dirigent Bassem Akiki een Libanese, is volgens beide jongemannen geen statement maar voor de hand liggend toeval. „De wereld is een smeltkroes, waarin artiesten van alle mogelijke achtergronden samenwerken”, aldus Akiki. Maar, voegt Minailo toe: „Diezelfde smeltkroes leidt ook tot angst bij de burgers, waardoor men geborgenheid zoekt in vermeende nationalistische waarden die juist grenzen opwerpen. Dat stug vasthouden aan tradities en rituelen zien we ook in onze voorstelling Medúlla, waar pas helemaal op het eind een nieuw idee wordt geboren.”

Komt Björk zelf ook kijken? Minailo glimlacht. „De vraag der vragen! We weten het niet. Als ze komt, komt ze op het allerlaatst onaangekondigd binnenlopen. Ze heeft uiteraard toestemming gegeven voor dit project. Haar belangrijkste zorg was dat het geen traditionele opera met alleen klassieke zangers werd, maar een zo breed mogelijke weergave van de menselijke stem. Dat is goed gelukt.”