Er zijn Griekse mieren en Duitse krekels

‘Hoepeljournalistiek’ noemde Wim Boevink het dinsdag in Trouw. Inderdaad vermakelijk om te zien hoe de nieuwe Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis, toen hij na zijn veelbesproken ontmoeting met Dijsselbloem in BBC’s Newsnight verscheen, telkens eigenwijs om de hoepel heen liep die hem werd voorgehouden, in plaats van er braaf doorheen te springen. Invalster Emily Maitliss was geen partij voor hem. ‘Simple, simple, simple!!’ riep ze op gegeven moment met overslaande stem, vermoedelijk de echo van wat zij in haar oortje hoorde.

En dat terwijl Varoufakis nu juist een meester is in de eenvoudige verwoording van complexe zaken. Als Emily Maitlis vraagt of Griekenland nog meer wil lenen, zegt Varoufakis: „Stel een vriend van u raakt in de schulden, hij is zijn baan kwijt en kan zijn hypotheek niet meer betalen, en iemand biedt hem een creditcard aan om nóg meer te lenen, zou u die vriend adviseren die creditcard aan te nemen?” Daar had mevrouw Maitlis niet van terug.

Tijdens de persconferentie met Dijsselbloem sprak hij Grieks en de ophef over zijn uitspraken zou zijn veroorzaakt door een slechte vertaling, maar de ware taalbarrière die Varoufakis opwerpt, gaat dieper: ook in conceptuele zin wil hij zijn eigen taal spreken. Hij accepteert het gangbare vocabulaire van de eurocrisis niet. De lezers van zijn populaire blog zal het niet verbazen. Hij vergelijkt economen met de wonderdokters van de Azande uit de fameuze antropologische studie van Evans Pritchard. Hun voorspellingen komen nooit uit, maar dat vergroot juist hun macht, want de ongerijmdheden moeten verklaard worden met nieuwe voorspellingen. Natuurkunde-theorieën worden getoetst in het laboratorium, maar de macro-economie hééft geen laboratorium, dus economische theorie is superstition, vindt Varoufakis. Bijgeloof.

„Het probleem van Griekenland is altijd gedefinieerd als een probleem van liquiditeit,” zei hij bijvoorbeeld tegen Newsnight, „maar het is een probleem van solvabiliteit.” De Nederlandse politiek wijzigde ooit eenzijdig de internationaal erkende definitie van het begrip ‘immigrant’ zodat er ineens haast geen immigranten meer wáren, en zo heeft de trojka geleidelijk aan het begrip ‘solvabiliteit’ opgerekt, om de banken te behoeden voor kolossale afschrijvingen.

Geert Mak betuigde zaterdag in Opinie & Debat zijn instemming met het ‘nee’ van Syriza en schetste een tegenstelling tussen Noord- en Zuid-Europa aan de hand van Aesopus’ fabel over de krekel en de mier. Uiteraard stelde dominee Mak ons de levenslustige krekel ten voorbeeld en werden wij gekastijd om ons mier-zijn. Ironisch genoeg is dat nu net de ‘toxische’ framing waar Varoufakis zich tegen verzet. De krekel-mier-analogie in de Eurocrisis komt uit een groot stuk in 2010 van de invloedrijkste economisch commentator van de Angelsaksische wereld, Martin Wolf. Zijn conclusie: leen nooit geld aan krekels.

V aroufakis maakt er korte metten mee. Wat voor de zuidelijke probleemlanden geldt, geldt exact voor Ierland, betoogt hij en ook vergeten we even dat het grootste insect van het economische terrarium óók een krekel is, de megakrekel genaamd Amerika.

Er zíjn wel krekels en mieren in de economie, stelt Varoufakis, maar in élke economie bestaan zij naast elkaar. In Duitsland zijn krekels, in Griekenland mieren. Door de rollen Noord-Zuid te verdelen, versimpel je de ware toedracht en leg je de schuld waar hij in het calvinistische (‘nordocentrische’) wereldbeeld altijd ligt: bij de lichtzinnige levensgenieter. ‘Onze enige optie: het dominante narratief ondergraven,’ schreef Varoufakis in 2011. Hij laat er geen gras over groeien. Ik ben benieuwd hoe lang hij het volhoudt.