Dat advocaten mogen zwijgen is in het algemeen belang

Intimidatie, misbruik van macht of juist een gepaste poging om verdere liquidaties te voorkomen? Gisteren vielen grote woorden rond het afgedwongen verhoor van strafrechtadvocaat Nico Meijering door de rechter-commissaris in Amsterdam. Aanleiding voor de ophef waren uitspraken van Meijering in het tv-programma Pauw. Daar zei hij dat zijn kantoor over aanwijzingen beschikt dat de royale kroongetuigenregeling die het Openbaar Ministerie (OM) aanbiedt, liquidaties juist vergemakkelijkt en tot leugenachtige verklaringen leidt.

Volgens Meijering zouden bedragen als de 1,4 miljoen euro die justitie overheeft voor een kroongetuige in het Passageproces, twee jonge criminelen ertoe brengen best huurmoorden te willen plegen. Daarna zouden zij een deal met justitie willen sluiten om vervolgens in de rechtszaal een ander te beschuldigen. Meijering waarschuwt al geruime tijd voor de perverse effecten van gekochte verklaringen door beschermde getuigen. Zijn uitspraken bij Pauw pasten in het kader van het Passageproces: belangenbehartiging via de tv voor zijn cliënt tegen wie een kroongetuige bewijs leverde.

Gisteren liet het OM echter koeltjes weten dat „iedereen die kan bijdragen aan de oplossing van liquidaties kan worden bevraagd of als getuige worden gehoord”. Dus ook advocaten. En daarom moest Meijering bij de rechter komen om namen te noemen. Wat hij pertinent weigerde. Had hij het wel gedaan, dan was zijn leven in gevaar geweest, zei hij. Terwijl advocaat Meijering als dienaar van de rechtspleging ook recht heeft op bescherming – ook tegen het criminele milieu wiens rechten hij in het strafproces wordt geacht te verdedigen. Ook zijn beroepsuitoefening kwam in gevaar; die is behalve op betrouwbaarheid, deskundigheid en partijdigheid gebaseerd op beroepsgeheim en verschoningsrecht. Alles wat hem of zijn kantoorgenoten in functie ter ore komt en dat van belang is voor hun cliënt of zaak, behoren zij geheim te houden.

De Hoge Raad bevestigde nog in december 2013 de rol van de advocaat als vertrouwenspersoon. Die functie gaat in beginsel boven het aan het licht brengen van de waarheid. Tot een advocaat moet „een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies kunnen wenden”. Inbreuk op het verschoningsrecht van advocaten kan volgens de hoogste rechter alleen in „zeer uitzonderlijke gevallen”. Bijvoorbeeld wanneer de advocaat zélf samen met zijn cliënten ernstige strafbare feiten zou hebben gepleegd. Dat heeft het Openbaar Ministerie niet betoogd, zodat het er toch op lijkt dat hier geprobeerd is Meijering te beschadigen. Dat is dus het gebruik van bevoegdheden voor andere doelen dan waarvoor die zijn gegeven: misbruik van macht.