Bussemakers gelijk: studeren veelal geen investering in jezelf

May 17, 2014 Illustratie Adam Zyglis

Kijk eens naar de werkloosheid en al die vakkenvulbaantjes van hoogopgeleiden. Dat een studie loont, is niet vanzelfsprekend meer, meent onderwijspublicist Leo Prick.

Tijdens de discussies over het wetsvoorstel Sociaal Leenstelsel in de Tweede Kamer in 2013 en 2014 betoogde minister Bussemaker dat er een ‘paradigmaverschuiving’ zou hebben plaatsgevonden.

Het belang van de gemeenschap bij het studeren van jongeren zou zijn afgenomen terwijl het persoonlijk belang van de student zou zijn toegenomen. Logisch dat de student meer en de gemeenschap minder zou bijdragen aan de kosten. Zij onderbouwde dit met cijfers van het Centraal Planbureau, die aantoonden dat afgestudeerden de afgelopen jaren, in vergelijking met lager opgeleiden, steeds meer verdienen. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer was dit een reden om met het voorstel akkoord te gaan.

De cijfers van Bussemaker golden overigens de vijftien jaren van economische voorspoed die eindigden in 2008. Daarvoor, tijdens de crisis van de jaren tachtig, werden de verschillen in beloning tussen hoog- en laagopgeleiden juist kleiner en hetzelfde zien we nu opnieuw. De tijd dat hoogopgeleiden weer de winnaars worden op de arbeidsmarkt kan wel eens lang op zich laten wachten, en tot die tijd komen er steeds weer nieuwe horden hoogopgeleiden bij die, in afwachting van een baan op eigen niveau, vakken vullen, in de horeca werken of als zzp’er met losse klusjes een schamel kostje bijeen harken.

Lees na 14.00 uur verder in NRC Handelsblad: ‘Bussemakers gelijk: studeren veelal geen investering in jezelf’ (€)