Zeehondensnuit heeft vreemde vachtharen

Duitse biologen zijn op een raadsel gestuit toen ze een zeehondenvacht onder de microscoop bekeken. De vacht op de snuit blijkt uniek. De snuit is bedekt met grote, platte haren die in bundeltjes groeien. Zo zien vachten er nooit uit. Toch lijkt het dier zijn snuit ermee warm te houden.

Het artikel dat woensdag in Interface verscheen, is al het tweede dat Nicola Erdsack van de Universiteit van Rostock wijdt aan zeehondensnuitharen. Zeehonden warmen hun snuithuid op met bloedvaten, omdat hun snorharen ook in koud water gevoelig moeten blijven. In 2013 beschreef Erdsack dat de snuitvacht uitstekend isoleert. Dat was verrassend, want zeehondenvachten gelden niet als isolerend.

Een zeehond houdt zich warm met vet; alleen pups hebben een vacht met wollig onderhaar.

Zelfs die warme snuitvacht bevat geen onderhaar. Erdsack onderzocht vier gestorven pups van de gewone zeehond (Phoca vitulina) uit de Noordzee. Hun snuitharen zijn allemaal dekharen (stevige bovenharen) en ze zijn plat. Misschien wordt zo’n vacht een ondoordringbare, warme plak als er water langs stroomt. De gladde vacht kan ook de stroomlijn van de zeehond ten goede komen.

Mensen hebben trouwens ook geen onderhaar of dekharen. Mensenharen zijn een tussenvorm.