Art Rotterdam mag gedurfder

Op Art Rotterdam spelen veel galeries op safe, met fleurige schilderkunst. Voor het ‘gekkere’ werk moet je naar de nevenbeurzen.

De blikvanger op Art Rotterdam is dit jaar de stand van Annet Gelink. De galerie heeft haar hele ruimte gewijd aan een installatie van één kunstenaar: Eindhovenaar Dick Verdult. Zijn Bullshit defines architecture bestaat uit een circuit van tafels en planken, bedolven onder klei, met daarop keramieken sculpturen. De kleurige, geglazuurde vormen reiken omhoog en storten weer in, als karkassen van gebouwen. De kunstenaar laat om de zoveel tijd een speelgoedtank door het circuit rijden. Inspiratie haalde hij uit foto’s van de belegering van de stad Grozny.

Verdult (1954) heeft al een flinke loopbaan achter de rug als multidisciplinair kunstenaar. Zijn oeuvre omvatte al tekeningen, films, performances, radio en cumbiamuziek. Vorig jaar voegde hij daar keramisch werk aan toe, na een werkperiode aan het Europees Keramisch Werkcentrum.

Annet Gelink is blij met de keuze die ze heeft gemaakt. „We hadden hier met allerlei kleine dingetjes naartoe kunnen komen, maar we maken liever één groots gebaar.”

Die gedurfde aanpak vindt op de beurs weinig navolging. Schilderkunst overheerst, en daarbinnen lijken de galeries vooral gekozen te hebben voor werk in fleurige tonen.

Bij Willem Baars Projects hangen portretschilderijen van Emo Verkerk. Een keuze die haast niet verkeerd kan gaan: het Gemeentemuseum Den Haag toont momenteel een overzicht van Verkerk, dat lovend is ontvangen. „De beurs is pas een uur open, en nu al heb ik drie van zijn schilderijen verkocht”, zegt Baars.

Er is meer kunst op de beurs die weldra in een museum te zien zal zijn: D+T Project Gallery uit Brussel toont de duistere humor van de Tjech Kristof Kintera. De Kunsthal Rotterdam wijdt over twee weken een tentoonstelling aan zijn slapstickachtige sculpturen en installaties. Veel van zijn werken communiceren met de toeschouwer, en ook op Art Rotterdam is er zo’n absurde ontmoeting: een plastic tas met boodschappen zeurt dat hij het allemaal zat is.

Tot diep nadenken stemt dat echter niet. De echte uitdagingen voor de geest bevinden zich bij Intersections, een nieuwe nevenbeurs waar kunstenaarsinitiatieven zich mogen presenteren. Hier viert de conceptuele kunst hoogtij. De vorig jaar in Rotterdam geopende kunstruimte A Tale of A Tub heeft bijvoorbeeld het werk van een kunstenares meegebracht die werkt aan een opera, maar dan zonder muziek. Deze Nicoline Timmers verwerkte de doorhalingen van Wittgenstein in zijn Lecture on Ethics (1929) tot motieven op vazen en weefgetouwen. „Dat zijn de partituren”, legt curator Suzanne Wallinga uit.

Dat conceptuele kunst ook zonder achtergrondkennis aantrekkelijk kan zijn, bewijst de Zweedse Jenny Lindblom. Zij is een van de dertien jonge kunstenaars die in 2013 ondersteund werden door het Mondriaan Fonds. Op de tentoonstelling Prospects & Concepts zijn zwanen te zien die zij vouwde van handdoeken. Het werk zegt iets over de hypocrisie in de vakantie-industrie, waar hotelgasten baden in luxe, terwijl schoonmakers worden onderbetaald. „Bezoekers willen mijn sculpturen telkens aanraken”, zegt ze. „Alsof ze niet weten hoe een handdoek aanvoelt.”