Als Ilja Pfeijffer een rel wilde, dan is dat gelukt

Een dag na het uitbreken van een poëzierel krijgt de tot eerste Dichter der Nederlanden benoemde Joke Van Leeuwen bijval uit Vlaanderen. „ANV fascistoïde noemen is onnozel.”

„Een propaganda-vehikel van een fascistoïde club”, noemde dichter Ilja Leonard Pfeijffer de organisatie die Joke van Leeuwen tot Dichter der Nederlanden benoemde.

Na een Nederlandse en een Belgische Dichter des Vaderlands is er nu ook een Dichter der Nederlanden. Helemaal fout, zei Pfeijffer, auteur van het poëzieweekgeschenk, maandag in deze krant. Hij vindt dat Van Leeuwen hiermee de „nationalistische politieke doeleinden van het ANV dient”.

Van Leeuwen reageerde daarop verontwaardigd. „Ik vind het beledigend als Pfeijffer denkt dat ik een nationalistische vlaggenwapperaar ben.”

De functie is in het leven geroepen door het in Den Haag gevestigde Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) dat met de benoeming wil bijdragen aan de herdenking van 200 jaar Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tussen 1815 en 1830 waren Nederland en België één land.

Een dag na het uitbreken van de poëzierel kreeg de in Antwerpen wonende Van Leeuwen bijval uit Vlaanderen. „Pfeijffer verkoopt quatsch”, zegt Luc Devoldere, hoofdredacteur van Belgisch-Nederlands cultureel tijdschtift Ons Erfdeel. ANV fascistoïde noemen „is onnozel”, zegt Devoldere. „ANV-voorzitter is Nelly Maes, een linkse sociaal-democrate die wij in Vlaanderen notabene Rooie Nel noemen!”

Pfeijffers uitspraken hebben volgens Devoldere te maken met het „chronisch gebrek aan kennis” in Nederland van ‘de Vlaamse emancipatiebeweging’ die eind negentiende eeuw ontstond uit frustratie onder Nederlandstalige Vlamingen over de Franstalige dominantie in hun land.

Het in 1895 opgerichte ANV is een van de vele producten van die ‘beweging’ – ANV was een bundeling van Nederlanders en Belgen die de Groot-Nederlandse gedachte aanhingen. Door nazicollaboratie van sommige kopstukken uit de Vlaamse beweging kwam ook de Groot-Nederlandse gedachte in een kwaad daglicht te staan. Maar wie nu het ANV of iedere Groot-Nederlandsympathisant als ‘fout’ bestempelt, is volgens Devoldere „slecht geïnformeerd”. De ANV-statuten „zijn geschreven door mensen die vinden dat Nederlanders en Vlamingen samen tot mooie en goeie dingen in staat zijn”.

„Lachwekkend”, noemt de Brusselse dichter-schrijver Geert Van Istendael de aanval van Pfeijffer op Van Leeuwen. Hij steunt Van Leeuwens benoeming tot eerste Dichter der Nederlanden. „Ik ben voor íéder fatsoenlijk initiatief dat de eenheid der Nederlandse taal versterkt.”

Als Pfeijffer een rel wilde veroorzaken om poëzie meer onder de aandacht te brengen, „dan kan ik er nog begrip voor opbrengen”, lacht Dorian van der Brempt, de directeur van het Brusselse Vlaams-Nederlandse cultuurhuis deBuren. Maar volgens hem is Pfeijffer vanuit zijn standplaats Genua „niet de beste om Vlaamse geschiedenis en samenleving te duiden”. Van der Brempt, die zichzelf „een culturele Groot-Nederlander” noemt, heeft niet veel op met het fenomeen Dichter des Vaderlands of der Nederlanden. „Ik vind het zo negentiende-eeuws: een dichter koppelen aan het begrip nationaliteit. Je ziet wat er gebeurt, het leidt meteen tot ruzies. En dat is nou net waar poëzie níét voor bedoeld is.”