Zelfbereide bagels

Van oorsprong bevatten bagels geen eieren, maar in dit recept van Claudia Roden wordt ei en gist gebruikt om het deeg lichter en zachter te maken. Hun kenmerkende bite krijgen de broodjes doordat ze eerst gepocheerd worden en daarna gebakken.

Meng bloem, gist, zout en suiker door elkaar. Voeg de eieren, olie en beetje bij beetje het water toe. Meng met de handen tot een zachte, samenhangende bal.

Kneed 10-15 minuten op een bebloemde plank tot een zeer soepel en elastisch deeg. Leg de deegbal in een met olie ingevette kom. Dek af met plasticfolie en laat 1½ uur op een warme plaats rijzen tot het in omvang verdubbeld is.

Kneed het deeg nogmaals kort door. Rol het tot een rechthoek van 2½ cm dik uit en snijd in 11 gelijke stroken. Rol iedere strook tot een rol van 18 bij 1½ cm. Breng de uiteinden naar elkaar toe en druk deze stevig tegen elkaar tot een ring. Leg de ringen op een ingevet werkvlak en laat ze 1 uur rijzen tot ze in omvang verdubbeld zijn.

Breng een grote pan water aan de kook, matig het vuur en laat 4 bagels tegelijk in het water vallen. Pocheer ze 1-2 minuten, draai ze om als ze boven komen drijven. Schep met een schuimspaan uit het water en leg op een doek te drogen. Doe dit met alle bagels. Leg ze op een ingevette bakplaat, bestrijk met eiwit en bak 15-20 minuten op 190 °C tot ze mooi bruin zijn.