Wachten op wat botfragmentjes

Van drie slachtoffers zijn geen stoffelijke resten gevonden. Een broer vertelt: „ Je wilt het liefst iets terug hebben om fysiek afscheid te kunnen nemen.”

Hoe is het om te rouwen om de dood van een geliefde van wie het lichaam ontbreekt? Piet Ploeg (56) uit Maarssen verloor bij de vliegramp MH17 zijn broer Alex, diens vrouw Edith en hun zoon Robert. Van zijn schoonzus en zijn 21-jarige neef werden stoffelijke resten teruggevonden. Van zijn 58-jarige broer niet. Alex Ploeg behoort tot de laatste drie slachtoffers, alle Nederlands, die nog niet zijn geïdentificeerd.

Ploeg: „We hebben een uitvaart van Edith en Robert gehad en een afscheid van Alex. Zonder Alex. Dat was op 8 november. De kans werd toen bijzonder klein geacht dat er überhaupt nog wat van hem terug zou komen. De winter was aangebroken in Oekraïne. Het was onzeker of er nog een missie naartoe zou gaan. Mijn vader was bovendien nogal ziek en wij wilden de zekerheid hebben dat hij er bij zou kunnen zijn. Mijn vader is er nog steeds, hoor. Het is een mooie crematie geworden. Het wrange was wel dat er op de dag van de uitvaart een vliegtuig vanuit Oekraïne met stoffelijke resten landde. Dat was lastig. Maar het heeft tot nu toe nog niet geleid tot identificatie. We weten het domweg niet. Het is wachten. En altijd bereikbaar blijven. Zodra ik telefoon krijg van een anoniem nummer, kan dat een familierechercheur zijn. Zo’n telefoontje laat je dus nooit lopen.”

De mogelijke identificatie houdt de familie bezig, vertelt Piet Ploeg. „We zitten niet de hele dag traantjes weg te pinken. Het leven gaat door. Maar het zit in je hoofd. En het maakt ook dat wij komende zaterdag, als er weer stoffelijke resten uit Oekraïne terugkomen, op Eindhoven zijn. Tot nu toe hadden we die behoefte niet. Na de eerste vluchten in juli hebben wij vanaf het dakterras van een kantoorpand langs de snelweg A27 in alle rust en stilte de stoet bekeken. Maar zaterdag gaan we toch naar Eindhoven. Want je weet dat er vandaag of morgen stoffelijke resten van mijn broer kunnen worden gevonden.”

Dagelijkse confrontatie met verdriet

Piet Ploeg is voorzitter van de Stichting Vliegramp MH17, en wordt ook in die hoedanigheid dagelijks geconfronteerd met het verdriet. Ploeg: „Er zijn bij nabestaanden natuurlijk meer dingen dan alleen de identificatie die de boel levend houden. Er is ook de stroom van berichten in de pers en Kamervragen over daders en discussies over de veiligheid van het luchtruim. Een heleboel speculaties die de wonden bij nabestaanden open houden. Die moeten er voortdurend over lezen of op televisie iets over zien. Dat helpt niet.”

Alex Ploeg was met zijn vrouw en zoon en een vriend van zijn zoon op weg naar Kuala Lumpur. Twee dochters bleven thuis. Piet Ploeg: „Mijn broer zat veel in Azië, voor zijn werk. Zijn vrouw ging ook wel eens mee. Hij was bioloog, gespecialiseerd in tropische vissen en werkte bij de brancheorganisatie voor dierbenodigdheden. Hij is gepromoveerd op een vis uit een zijtak van de Amazone. Daar heb ik altijd verschrikkelijk om moeten lachen. Mijn broer en ik hebben vroeger heel wat gevist en langs de sloot kikkers, salamanders en ringslangen gevangen. Maar hij was toch wel de echte visjesman en kon daar totaal in opgaan. Tijdens zijn promotieonderzoek in Artis zat hij tussen vissen op sterk water, ik heb hem vaak gepest dat hij was gepromoveerd op dooie vis.

„Mijn broer zat in internationale organisaties die zich bezig hielden met tropische vissen en ook met huisdieren. Aan zijn zoon wilde hij laten zien wat hij daar in Azië altijd uitspookte. Zijn zoon nam een vriendje mee. Zodoende gingen zij met z’n vieren naar Kuala Lumpur. Voor een vakantie. Ze zouden naar verschillende plekken gaan. Ze hadden er enorm naar uitgekeken. Ze zouden gaan duiken. Ze zouden een maand weg blijven. De dochters gingen niet mee. Dat zijn nuchtere dames, hoor. Ik zeg niet dat ze niet heel veel verdriet hebben en moeite hebben om het te verwerken. Maar ze redden zich wel. Het zijn meiden van 18 en 23. Ze wonen nu samen in hun ouderlijk huis in Maarssenbroek. Ze zijn onvoorstelbaar stoer. Ik ben trots op hen.”

Mijn broer zat op rij negentien

Dat Alex Ploeg nog niet is geïdentificeerd, betekent niet dat de familie hem als een vermiste beschouwt. Ze weten dat hij dood is, daar hebben ze geen bewijs voor nodig. „Maar toch wil je het liefst iets terug hebben om fysiek afscheid te kunnen nemen”, vertelt Ploeg. „Het is een bizarre gedachte dat er helemaal niks meer is. Dat mijn broer in feite al ter plekke is gecremeerd, want daar komt het op neer. Het middengedeelte van het vliegtuig heeft hard gebrand. Er was daar een enorme hitte. Meer dan duizend graden. Een hogere temperatuur dan in het crematorium. Dan blijft er weinig over. De identificatie verloopt het moeilijkst van de mensen die bij de vleugels zaten. Mijn broer zat op rij negentien.”

Vrij snel na de crash wist de familie dat hun geliefden dood waren. Ploeg: „We wisten niet direct het vluchtnummer want mijn broer had wel allerlei gegevens achtergelaten over de verzorging van zijn huisdieren maar niet over zijn eigen vlucht. Toen het nieuws over de crash kwam, zijn we op zoek gegaan in zijn computer en daar troffen we tickets aan en wisten we het zeker. Dat was shocking. Vervolgens naar mijn ouders om te vertellen dat hun zoon er niet meer was. Dat was geen topdag. Die beelden raak ik niet meer kwijt. Mijn ouders waren allebei ziek en lagen in het zorghotel. Je komt de kamer binnen en ziet daar de televisie aan staan met MH17-nieuws. Toen ik binnenkwam, wisten ze het meteen, want ik kwam op een ongebruikelijke tijd binnenwandelen en waarschijnlijk lachte ik ook niet zo erg. Mijn ouders hebben het er moeilijk mee. Ze hebben hun zoon en schoondochter en kleinzoon verloren. En elf jaar geleden is mijn tweelingzusje overleden. Dit wil je op je 81ste niet meer meemaken. Ik geef het je te doen.”

De familie van Alex Ploeg heeft geen formele identificatie nodig om zijn dood te kunnen verwerken. Wel verlangt de familie naar een persoonlijke herinnering. Ploeg: „Als er nu nog iets wordt gevonden, dan is dat minimaal. Ik ken mensen van wie een botfragmentje van twee vierkante centimeter is aangetroffen en dat geldt formeel als een identificatie. Toch zou ik het voor de dochters van mijn broer heel mooi vinden als er iets tastbaars terug kwam. Zijn trouwring bijvoorbeeld. Het lichaam van mijn schoonzus is wel goed teruggekomen, en ik heb gemerkt hoe belangrijk de trouwring van mijn schoonzus voor de kinderen is geweest.”

Ploeg wil vooral één ding: zorgvuldig zijn. „Ik heb er met mijn vrouw op de avond van de crash over zitten kletsen. We hebben tegen elkaar gezegd: we hebben maar één kans om het deze periode goed te doen, je kunt je geen missers veroorloven. Goed nadenken voordat je iets doet. Het zal niet voor het eerst zijn dat er bij een sterfgeval gedoe ontstaat in de familie. Dat wilden wij per se niet.”

Wat zou het betekenen als er alsnog identificatie van Alex Ploeg zou volgen? Ploeg: „Als mijn broer straks wél wordt geïdentificeerd, maar er zijn niet meer dan een paar botfragmentjes, dan hebben we ook een probleem. Wat we, denk ik, niet gaan doen, is de Staat machtigen de stoffelijke resten te cremeren. Wat we dan wel doen, weten we nog niet. Daar komt een heleboel gevoel bij. Wij hebben samen afgesproken: we wachten tot het eind, totdat de werkzaamheden in Oekraïne en in Hilversum helemaal zijn afgerond. En daarna nemen we een besluit.”