Vliegveiligheid boven oorlogsgebied in databank

Ondanks bezwaren van Rusland hebben de 191 lidstaten van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO gisteren met grote meerderheid hun steun verleend aan de vorming van een centraal informatiesysteem met waarschuwingen over de vliegveiligheid boven conflictgebieden – een internationaal initiatief naar aanleiding van de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines vorig jaar in Oost-Oekraïne.

Deelnemers aan een VN-conferentie over luchtverkeersveiligheid in de Canadese stad Montreal hebben ICAO een mandaat gegeven om zo’n systeem voor de uitwisseling van informatie zo snel mogelijk te ontwikkelen. Doel is dat de databank, die krachtig is bepleit door Nederland, uitgroeit tot een openbare website met actuele gegevens over risico’s voor het vliegverkeer in het luchtruim van landen. Eenvoudige toegang tot die gegevens moet luchtvaartmaatschappijen beter in staat stellen hun vliegroutes te kiezen.

Rusland bood de felste weerstand tegen het plan. De Russische delegatie, onder leiding van Alexey Novgorodov, plaatste vraagtekens bij de legaliteit van het informatiesysteem onder beheer van het VN-orgaan. Rusland pleitte voor uitstel tot de tweede helft van volgend jaar, nadat financiële en juridische aspecten van het concept beter in kaart zijn gebracht.

Nederland verwierp dat pleidooi. „Wij vinden niet dat we met de ontwikkeling van een prototype moeten wachten totdat al het financiële en juridische werk volledig is afgerond”, zei Rob Huyser, Directeur Luchtvaart van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, tegen de conferentie. Eventuele kwesties kunnen gaandeweg worden bekeken, zei hij. „We stellen het zeer op prijs dat ICAO een prototype van een systeem voor de uitwisseling van informatie met spoed ontwikkelt en test. Laten we het eenvoudig houden en op korte termijn beschikbaar stellen.”

Nederland heeft zich ingezet voor het plan wegens de ramp met vlucht MH17 van Amsterdam naar Kuala Lumpur op 17 juli. Alle 298 inzittenden van het toestel, onder wie 196 Nederlanders, kwamen om toen het toestel in Oost-Oekraïne uit de lucht werd geschoten. Begin deze week vaardigde Nederland staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA) af om de conferentie op te roepen het voorstel te steunen.

Rusland gaf aan dat landen informatie moeten delen over de veiligheidssituatie in hun eigen luchtruim, maar verklaarde zich „zorgen te maken over de poging om meningen van anderen” in het systeem op te nemen. Adviezen van lidstaten om het luchtruim van andere landen te mijden door de veiligheid er in twijfel te trekken kan volgens Rusland worden gebruikt als diplomatiek drukmiddel of „dreigement”.

Het is niet duidelijk of dat aan de orde is. De database moet volgens het plan worden gevuld met bestaande gegevens als zogeheten NOTAMs (Notice to Airmen). Daarnaast kunnen lidstaten hun adviezen aan hun eigen luchtvaartmaatschappijen algemeen beschikbaar stellen. In een korte presentatie toonde ICAO een model voor een website waarbij de gebruiker een land aanklikt en enkele meldingen ziet over de verkeersveiligheid in het luchtruim van dat land.

Andere delegaties, waaronder die van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, steunden het concept. „Ik zie niet in hoe het eenvoudigweg delen van informatie die door een land is verstrekt aan zijn luchtvaartmaatschappijen juridische kwesties kan oproepen, of kwesties over de verantwoordelijkheid van ICAO als een organisatie”, verklaarde Patricia Hayes, Directeur-Generaal Burgerluchtvaart van het Verenigd Koninkrijk.

Rusland heeft geen vetorecht over het plan, al probeert ICAO doorgaans besluiten te nemen op basis van grote consensus. De Russische delegatie verzette zich niet tegen de conclusie van de voorzitter dat er „sterke steun” bestaat om een prototype van het informatiesysteem „per omgaande” te ontwikkelen.

Overigens presenteerde Nederland gisteren ook een voorstel om de clausule van het internationale burgerluchtvaartverdrag over onderzoeken naar vliegrampen aan te scherpen. Er zou grotere duidelijkheid moeten komen voor gevallen waarbij het land waar het ongeluk is gebeurd niet bereid of in staat in om het onderzoek uit te voeren, en een richtlijn voor betrokkenheid van landen die een groot aantal slachtoffers hebben geleden. Niemand was er tegen om dat nader te bespreken.