Spetterend overzicht van 100 jaar animatie in Kade

Oh Willy..., korte animatie van Marc James Roels en Emma De Swaef (2012)

Het grootste wonder ligt vaak in het allersimpelste stukje materiaal. En op de net geopende tentoonstelling Move On…! – over honderd jaar animatiekunst – is dat wonder een eenvoudig stukje potlood. Met liefst tienduizend potloodtekeningen wekt de Amerikaanse cartoonist Winsor McCay in 1914 de schuwe, maar ook wat ondeugende meisjesdinosaurus ‘Gertie’ in vijf minuten tot leven. Hij, of liever gezegd, zij verovert met haar streken stormenderhand New York.

Tien jaar later doet de om zijn documentairestijl wereldberoemd geworden Russische regisseur Dziga Vertov hetzelfde in zijn klassieke, tekenfilm: Sovjet Speelgoed. Daarin verbeeldt Vertov – een overtuigd aanhanger van de Revolutie – met simpelweg een potlood zijn visie op de kapitalist (opgeblazen luchtballon), Kerk, arbeidersklasse en Rode Leger. Hij doet dat vol fantasie, surrealistisch en met komisch stuntelig bewegende figuren. Vertovs propagandistische boodschap verdwijnt naar de achtergrond.

In 1969 verovert animator Osvaldo Cavandoli de harten van de Italianen, en daarna van de rest van de wereld, met zijn animatiekarakter La Linea over een explosief mannetje dat van schaterlach in woedestuip verandert in de enkele lijn die de tekenaar met zijn potlood trekt. Zo zijn er veel voorbeelden van animatiemeesterwerken die nog steeds verbluffen en ontroeren door het geloof dat de maker heeft in die simpele potloodtechniek, en het verbond dat hij zo smeedt met zijn toeschouwer.

Kunsthal Kade in Amersfoort is de komende maanden spetterend hoofdkwartier van animatiekunst. Op Move On…!, die uiteenvalt in vijf onderdelen, is een kleine achttien uur film bijeengebracht. Het onderdeel over honderd jaar animatiefilm, samengesteld door Erik van Drunen en Mette Peters, oud-medewerkers van het opgeheven Nederlands Instituut voor Animatiefilm, behoort tot de belangrijkste. Een goede tweede plaats is voor de selectie met hedendaagse beeldend kunstenaars die met animatietechnieken werken. Onder die laatsten een bijzondere nieuwe installatie van Serge Onnen, die met schitterende inkttekeningen op papier animatieloops verbeeldt.

Het overzicht van de afgelopen honderd jaar is opgesteld in de grote zaal en is met zijn grootheden en een paar onbekende werken een absolute publiekstrekker. De Tsjechische surrealist Jan Švankmajer (80) laat twee biefstukken een paringsdans opvoeren, totdat de boter in de pan heet is. Michael Dudok de Wit won in 2000 terecht een Oscar met zijn melancholieke korte animatie Vader en Dochter. En Nick Parks vroege kleianimatie Creature Comforts, die hij maakte voordat hij zich op speelfilms stortte, is nog steeds onweerstaanbaar komisch. Iedereen zal hier opgeruimd vandaan komen.

Toch is er een minpuntje en dat is de wijze van vertoning. Het is een onmogelijke opgave om honderd films tegelijk in één zaal af te spelen. Want wat doe je met al dat geschater, geschreeuw, gekir en al die muziek? De oplossing van Kade is niet de meest ideale – met slecht functionerende telefoonhoorns naast een monitor en zitzakken van waaruit je een volledige speelfilm zou moeten bekijken. Waarom niet het naast de kunsthal gelegen Pathé erbij betrokken en daar een weergaloos programma in elkaar gezet onder omstandigheden die de lieflijke Gertie, het bewegende Sovjetspeelgoed, het mannetje ‘La Linea’ en alle andere toons verdienen.