De prijs voor ongelijkheid

Voor de ingang lurkt een man in toga aan een pijp, even pauze tussen de zaken door. De draaideur is kapot – herhaald bezoek wordt niet gestimuleerd. Het poortje van de beveiliging piept, de man voor mij – klein, donkere krullen – moet zijn tas leeghalen. Hij haalt er een bus deodorant uit. Xtra Strong, meldt de verpakking.

Dit is het Paleis van Justitie in Den Haag. Ik bezoek vier zittingen met zogeheten Dublinzaken.

De man die namens de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en het IND werkt, rolt een Samsonite achter zich aan. Er zit een klein systeem in zijn koffer: rechts liggen de gedane zaken, links wie nog aan bod komt. Het liefst stuurde hij ze allemaal op reis. Wanneer de rechter hem aanspreekt, blijkt dat hij de achternaam van een bekende Nederlandse dichter draagt.

De ‘vreemdeling’ om wie het gaat is niet aanwezig. Pech met de NS. Het betreft een vrouw uit Irak. Ze komt uit de provincie Duhok, een gebied waar veel yezidi’s naartoe zijn gevlucht. De advocaat voorspelt dat Duhok een getto wordt, omdat de opgejaagde minderheden op één plek een duidelijk doelwit vormen voor IS. De ‘vreemdeling’ is negentien jaar, ze is sinds haar vijftiende in Nederland. Haar ‘relaas’ werd ongeloofwaardig verklaard. Daarom gaat het de IND in deze zaak alleen om de vraag of er sprake is van een ‘15c situatie’ waarbij tijdelijk verblijf in Nederland wordt gehonoreerd, omdat terugkeer absoluut onveilig is. „Bij wijze van spreken betekent dat dat iedereen die daar naartoe gaat een bom op zijn hoofd krijgt”, omschrijft de IND’er. In Duhok is dat volgens hem niet het geval.

De advocaat van de jonge vrouw heeft het ‘sterk negatieve’ reisadvies op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken uitgeprint.

„Dat reisadvies is voor Nederlanders bedoeld”, weerspreekt de IND’er.

„Dan heb ik een principiële vraag: zijn de levens van mensen met een andere nationaliteit minder waard dan die van Nederlanders? „Bovendien”, voegt de advocaat toe, „vragen terroristen niet om een paspoort voordat ze een aanslag plegen”.

Volgende zaak. Mohammed komt binnen. De kleine zittingzaal ruikt chemisch fris, Xtra stong. Het Europese verdrag van Dublin stelt dat de vluchteling asiel moet aanvragen in het land waar hij aan wal komt. Maar Italië loopt vol en zegt Mohammed niet te herkennen. Wat we van vluchtelingen in ieder geval moeten leren: elk weggeschoven probleem komt uiteindelijk weer bij ons terecht. Dat is de prijs voor ongelijkheid. Wie gouden bergen bezit, houdt ze niet langer bij Mohammed vandaan.

De IND’er heeft daar geen antwoord op. Hij zou zijn beroemde naamgenoot moeten citeren:

‘Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen,

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.’