Korte metten met genocideclaims

Kroatië en Servië betichtten elkaar van genocide in hun oorlog van de jaren 90. Niet bewezen, oordeelt het VN-hof.

Het Servische leger nam de Kroatische stad Vukovar in november 1991 na drie maanden in. Foto Vincent Amalvy/EPA

De beschuldigingen van genocide vliegen al jaren over en weer tussen de volkeren van het voormalige Joegoslavië en vergiftigen vaak de onderlinge verhoudingen. Maar gisteren maakte het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, de rechtbank van de Verenigde Naties, duidelijk dat het tijd is die retoriek over de oorlogsmisdaden van de eerste helft van de jaren negentig te temperen. Het wees de genocideclaims die Kroatië en Servië tegen elkaar hadden ingediend, beide resoluut af.

De Kroatische regering had betoogd dat met name tijdens de bijzonder gewelddadige Servische bezetting van de Kroatische stad Vukovar in 1991, maar ook elders, sprake was geweest van genocide. De Kroaten eisten bovendien financiële compensatie. Al in 1999 diende de regering haar claim in bij het Hof in Den Haag. De Serviërs op hun beurt stelden dat de wrede manier waarop 200.000 Serviërs waren weggejaagd uit Kroatische gebieden eveneens viel te karakteriseren als genocide. Bij de oorlog tussen Kroaten en Serviërs vielen tussen 1991 en 1995 in totaal zo’n 20.000 doden.

Uitroeiing van bevolkingsgroep

De president van het Hof, Peter Tomka, zette bij het voorlezen van de uitspraak uiteen dat aan twee voorwaarden moet zijn voldaan voor misdaden tot genocide, ook wel volkerenmoord genoemd, kunnen worden bestempeld. Er moet sprake zijn van fysieke daden zoals het doden van mensen van een bepaalde groep of het opzettelijk ernstig verwonden. Daarnaast moeten plegers van genocide aantoonbaar de bedoeling hebben een bevolkingsgroep of een substantieel deel daarvan uit te roeien.

Het Internationaal Gerechtshof concludeerde echter dat Serviërs destijds weliswaar tal van misdaden tegen Kroaten hebben gepleegd maar dat de Servische acties erop gericht waren de meeste Kroatische inwoners weg te jagen, „niet op de fysieke of biologische vernietiging”. Kroatië had onvoldoende bewijs aangedragen voor Servische plannen tot massamoord, oordeelde het Hof. Daarom werd de eis afgewezen.

Over de Servische tegenclaim waren de rechters korter maar ze kwamen tot dezelfde conclusie: er is geen bewijs geleverd voor genocide of andere schendingen van de Genocideconventie door Kroatië en daarom werd ook de Servische eis afgewezen. Wel merkten de rechters op dat ook de Kroaten misdaden hadden begaan jegens Servische inwoners.

Passende vergoeding

Tomka en de zijnen hadden ook nog een advies voor beide rivalen. „Het Hof moedigt de partijen aan hun samenwerking voort te zetten met het oogmerk een passende vergoeding te geven aan de slachtoffers van zulke schendingen en daarmee vrede en stabiliteit in de regio te consolideren.”

Met zijn vonnis helpt het Hof de gemoederen tussen Kroatië en Servië te kalmeren. Toekenning van een van de claims had tot nieuwe spanningen kunnen leiden. Genocide geldt als een van de zwaarste misdaden die er zijn. Beide landen zouden toekenning van een claim stellig hebben uitgelegd als een bevestiging van de eigen goedheid en de verdorvenheid van de ander.

Mokkend schikten Zagreb en Belgrado zich gisteren in de uitspraak, waartegen geen beroep mogelijk is. „We zijn ontevreden over het besluit van het Hof”, zei de Kroatische premier Zoran Milanovic. Het oordeel was „niet helemaal wat we ervan verwacht hadden”, zei de Servische president Tomislav Nikolic. Een lichtpunt zag hij in de erkenning dat Kroaten ook misdaden tegen de Serviërs hadden begaan.

De enige genocideclaim die tot nu toe is gehonoreerd in het voormalige Joegoslavië is die inzake de slachting van ruim 8.000 Bosnische moslims bij Srebrenica. Het Internationaal Gerechtshof bevestigde in 2007 een oordeel van het Joegoslavië-tribunaal dat de slachting als genocide kon worden aangemerkt. Het stelde Servië weliswaar niet direct verantwoordelijk, maar oordeelde dat Servië wel het genocideverdrag had geschonden door de slachting niet te voorkomen.