Hoe kun je nog internetten in China?

Het wordt steeds lastiger om de Chinese internetmuur te omzeilen. Bedrijven, wetenschappers en studenten zijn de dupe.

Bedrijf in Guilin, Guangxi. Het Chinese internet ontwikkelt zich tot een ‘gouden kooi’, waarin Chinese bedrijven het fantastisch doen en buitenlandse bedrijven steeds vaker worden geblokkeerd. Martin Puddy/ Getty images

„Hallo Oscar, hoe gaat het? Tijd voor bier? En zeg, kan je niet eens stoppen met het schrijven van die kritische verhalen over China, want als ik mijn krantje wil lezen, word ik steeds vaker geblokkeerd, zelfs met VPN.”

Kennis J., een Nederlandse ondernemer in Shanghai, is niet de enige die heeft ontdekt dat de Chinese digitale muur de afgelopen weken steeds hoger en breder wordt.

Sinds enige weken is het ook met behulp van speciale software, waarmee een ‘virtueel particulier netwerk’ kan worden aangelegd, steeds lastiger om de Chinese internetmuur te omzeilen. VPN-technologie, die wordt verkocht door buitenlandse bedrijven als Astrill, 12VPN, Golden Frog en StrongVPN, is illegaal en wordt bestreden.

Kleinere exportbedrijven, Chinese wetenschappers en studenten, filmers, journalisten en nieuwsjunkies, Chinese toeristen en buitenlanders klagen honderduit over de nagenoeg complete blokkade van Gmail, Google Scholar, Google Docs, Facebook, Twitter, Instagram, Flickr, Line en KaKao Talk (een soort WhatsApp). De lijst van media die helemaal of zo nu en dan worden geblokkeerd groeit dagelijks en omvat Nederlandse media als die bijvoorbeeld uitvoerig berichten over de demonstraties in Hongkong (NRC Handelsblad) of de vermogens van Chinese toppolitici (Trouw).

Behalve dat door de steeds intensievere controles het Chinese internet tot een van de langzaamste ter wereld is gaan behoren, is er hard gewerkt aan nieuwe, betere werkende filters die ook het illegale gebruik van deze VPN-diensten ‘automatisch en dynamisch’ kunnen bemoeilijken.

Tot een half jaar geleden vormde VPN-software een digitale navelstreng naar het wereldwijde net. Maar sinds president en partijleider Xi Jinping persoonlijk het comité leidt dat zich bezighoudt met ‘cyberveiligheid- en terrorisme’ wordt ook deze slagader langzaam dichtgeknepen.

Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan. Cybersoevereiniteit is een eufemisme voor het filteren, censureren en blokkeren van websites en is na de ‘Facebook-revolutie’ in 2009 in Iran en de Arabische Lente in China een officieel doel geworden. „Wij hebben de plicht voor de miljoenen internetters een gezonde en veilige omgeving te creëren en hen te beschermen tegen vijandige buitenlandse krachten”, legde directeur Wen Ku van het ministerie van Industrie en Informatietechnologie vorige week uit. Dat is een van de drie staatsorganen die van het Chinese internet een soort Intranet willen maken, een parallel aan het mondiale internet opererend, controleerbaar Chinees universum.

Hebben buitenlanders daar problemen mee? Dan is dat hun zaak en rotten zij maar op uit China, donderde de Global Times, de veel gelezen tabloidkrant van de Communistische Partij van China. Volgens het dagblad is het belangrijker dat de 650 miljoen Chinese internetters, waarvan de overgrote meerderheid geen Engels of een andere buitenlandse taal spreekt, zich veilig weten. Feit is dat de meeste Chinezen het internet gebruiken voor spelletjes, films, muziek en porno en nog nooit hebben gehoord van bijvoorbeeld The New York Times.

Wat behalve het opsporen van drugshandelaren en pornoproducten onder ‘veilig’ wordt verstaan, wordt duidelijk in de nieuwste richtlijnen aan mediabedrijven om zich op hun sites te onthouden van discussies over westerse waarden en anti-Chinese thema’s. Op Weibo zijn discussies over de blokkades van VPN-diensten verboden. Toch waren enkele netizens te snel voor de censuur. Een van hen stelde vast dat China niet langer mag schamperen over Noord-Korea: „China moet vanaf nu West-Democratische Volksrepubliek Korea worden genoemd.” „We keren terug naar de Middeleeuwen”, voegde wetenschapper Zhang Qian daaraan toe.

De belangrijkste verliezers zijn niet alleen bedrijven die afhankelijk zijn van Gmail en Facebook, maar ook innoverende wetenschappers en studenten. Universitaire onderzoekers zien de toegang tot buitenlandse informatie bemoeilijkt en Chinese studenten die via websites dingen naar studiemogelijkheden op buitenlandse, vooral Amerikaanse universiteiten voelen zich ernstig belemmerd. Volgens de Europese en Amerikaanse Kamers van Koophandel schiet China zich in eigen voet omdat de zware controles van het internet innovatie belemmert. Grote binnen– en buitenlandse ondernemingen en hun researchafdelingen hebben overigens minder last van de digitale hindernissen, want zij kopen tegen zeer pittige bedragen aparte, supersnelle internetlijnen van de overheid die daarmee kapitalen verdient.

Winnaars zijn de Chinese internetondernemingen. Baidu, het Chinese Google heeft dankzij de hulp van de overheid nauwelijks last van het Amerikaanse Google. Amazon.com wordt het zakelijk leven zuur gemaakt tot blijdschap van Alibaba dat kon uitgroeien tot grootste internetbazaar van de wereld. De Amerikaanse internetjournalist Bill Bishop in Beijing stelt vast dat het Chinese internet zich ontwikkelt tot een ‘gouden kooi’, waarin Chinese bedrijven het fantastisch doen terwijl buitenlandse ondernemingen door woestijnzand moeten fietsen. Charlie Smith van Greatfire.org, een website die Chinese internetters die censuur willen ontwijken adviseert, verwacht in een e-mail dat 2015 de geschiedenis zal ingaan als het jaar van „de meest agressieve pogingen om het Chinese internet te scheiden van de rest van de wereld”.

VPN-bedrijven zoals Astrill.com doen alles om nieuwe software, speciaal voor gebruik in China te ontwikkelen, maar of daarmee ‘de oorlog met de censuur’ gewonnen zal worden? „Het is een permanent kat- en muisspel aan het worden met de gewone gebruikers als verliezers”, vreest Smith, een verzonnen naam voor de makers van Greatfire.org. Nu maar afwachten hoe lang het duurt om dit verhaal naar de Amsterdamse servers van deze krant te sturen. Er zijn dagen dat ik de aanschaf van een postduif overweeg.