Column

Het recht de ogen te sluiten voor de duivel

Gedwongen bioscoopbezoek in ‘Andere Tijden’.

In Burgsteinfurt, een stadje achter Enschede, werd in het voorjaar van 1945 de komst van Canadese militairen gevreesd. Het gerucht ging namelijk dat die mensen aten.

Het werden gelukkig slechts de Britten, die wel in propagandafilms geleerd was dat Duitsers niet hun vrienden konden zijn. En Burgsteinfurt kreeg van de geallieerden de bijnaam Village of Hate, omdat de bewoners de nazi-ideologie hardnekkig trouw bleven.

Dit alles wordt nauwgezet gedocumenteerd door Reinier van den Hout in een leerzame aflevering van Andere Tijden (NTR/VPRO) over de cursussen democratie en discussiëren die de Duitsers ten deel vielen. Ze moesten leren „omdenken”.

De bewoners van het stadje werden eerst gedwongen om in de plaatselijke bioscoop naar beelden van de concentratiekampen te kijken. Verplicht toekijken: dat moesten omstanders in Amsterdam ook, als de bezetter bij wijze van represaille op straat burgers fusilleerde.

Zoals we al begrepen hadden uit de documentaire Night Will Fall werd de geallieerde shockstrategie snel weer verlaten. De boodschap kwam slecht aan en bovendien bleken in de Koude Oorlog de Duitsers juist weer wel onze vrienden.

Van den Hout sprak met enkele Burgsteinfurters die in die bioscoop hadden gezeten. Een van hen was Elizabeth Epping, die met haar foto in een Britse krant had gestaan als „de Lachende Vrouw”. De militairen dwongen haar opnieuw naar binnen te gaan. Ze had bij het verlaten van de bioscoop niet gelachen uit zenuwen of sarcasme, vertelt ze nu. Het was opluchting dat het haar gelukt was de ogen dicht te houden.

In een democratie heb je het recht om niet te kijken. Zo’n dilemma deed zich gisteravond weer voor, met het betreden van een nieuwe fase in de beeldoorlog van IS. De meeste televisiestations kozen ervoor het levend verbranden van een neergestorte Jordaanse piloot in een kooi niet te laten zien. Op internet was de film makkelijk te vinden, voor wie dat wilde. Net als vele aansporingen om de terroristen niet hun zin te geven, door zulke gruwelbeelden te verspreiden of zelfs maar te bekijken.

Ik was het eens met die opvatting, en vermeed tot nu toe de talloze onthoofdingsvideo’s. Ik heb nu wel gekeken en betreur die keuze niet, hoe misselijkmakend sadistisch het tafereel ook is.

De onthoofdingen waren een ritueel, dit keer bedrijft de propaganda-afdeling van IS meer geraffineerde retoriek. De piloot loopt als in een documentaire tussen de puinhopen van een bombardement. Er liggen ook lijken tussen. Dan wordt hij zelf in brand gestoken. Oog om oog, tand om tand.

Het is van belang om de retoriek te begrijpen. Ook snap je meteen dat die wel eens averechts zou kunnen werken. Wie niet is opgegroeid in een aan het Oude Testament herinnerend wreed universum, zal die manier van denken niet accepteren. Toch?

Of zijn wij net als die burgers van Burgsteinfurt, opgegroeid met Goethe en Bach, evenzeer ontvankelijk voor genocide, marteling en wreedheid, als ons verteld wordt dat de tegenstanders kannibalen zijn?