Er wordt thuis zóveel geschreeuwd en gemept

Filosoof en verpleeghuisarts

Buitenstaanders zien niet hoe zwaar het is om met een demente partner te leven.

Foto Getty Images/ beeldbewerking NRC fotodienst

Bert Keizer (67), filosoof en verpleeghuisarts in Amsterdam, bekend van columns en boeken, lacht als hij hoort dat het gerechtshof in Arnhem met de veroordeling van de Henk K. duidelijk wil maken dat doodslag niet de manier is om van je demente partner af te komen. „Dat kan ik zonder nadenken onderschrijven.” Maar dat het hof K. verwijt dat hij geen hulp heeft gezocht, vindt hij hard. „Je weet niet wat je meemaakt als je dat idiote domein van dementie binnentreedt”, zegt Keizer. „Met een demente partner valt niet te leven. Je kunt niet eens over de kinderen praten, want hoeveel waren er ook al weer? Er zijn erbij die achter je aan lopen, wat je ook doet. Naar de wc, was ophangen, krant lezen – daar staat hij weer. Je wordt wakker, loopt er water over je kop. Heeft hij boven de kraan opengezet. Of je wordt wakker in een bed vol poep. Je verschoont de boel, paar uur later: weer poep. Ik hoor die verhalen elke dag.”

En wat doen mensen dan?

„Schreeuwen, meppen. Er wordt zoveel gemept thuis. Buitenstaanders, ook de kinderen, denken dat het wel meevalt, want moeder is zo lief en ze knikt gezellig mee. Dementen zijn goed in gezellig meeknikken.

„Die vrouw van Henk K. hield haar man uit zijn slaap en ze was stronteigenwijs. Ze wilde niet naar een instituut en niet naar de dagbehandeling. Die had dus gedwongen moeten worden – en nou gá je. Die man is helemaal gek geworden. Dus ik snap het wat hij gedaan heeft. Ik keur het niet goed, maar ik snap het. Wie heeft de schuld? Hijzelf, maar ook de alzheimer, de hulpverleners, de huisarts.”

Hoe moet dat, iemand dwingen?

„Als er een indicatie is afgegeven voor hulp, en dat was zo bij deze vrouw, dan is er een casemanager die op bezoek komt, en als die ziet dat het uit de hand loopt – ‘vannacht weer niet geslapen’ – moet ze de huisarts waarschuwen of het verpleeghuis bellen, en dan kan iemand met een rechterlijke machtiging uit de woning worden verwijderd. Je moet mensen ook tegen zichzelf beschermen. Ik zeg het vaak tegen de partners van mensen die we in de dagbehandeling hebben: hou nou op, je maakt jezelf helemaal stuk.”

En is er dan plek?

„Bij een rechterlijke machtiging is er altijd plek. In Amsterdam wel.”

Hoe erg moet het zijn voordat er wordt ingegrepen?

„Een partner die helemaal kapotgaat, is een goeie reden. K. had de nacht ervoor twee keer de huisartsenpost gebeld, in zijn wanhoop. Hij had al zo vaak gebeld, maar kennelijk had dat niets opgeleverd. Over falende hulpverlening gesproken.”

Het beleid is dat mensen langer thuis blijven wonen. Kunnen we meer doodslag verwachten?

„Weet ik niet. De criteria voor opname zijn voor zover ik weet niet verschoven, dus als je een indicatie voor het verpleeghuis krijgt, ga je naar het verpleeghuis. De vrouw van K. had die indicatie niet, want waarschijnlijk stond ze ’s morgens zelf op, ze at en dronk zelf, en met een beetje moeite kreeg hij haar onder de douche. Maar het treitercentrum was kennelijk intact. Als dat ernstige schade aan de partner geeft, is dat een indicatie.”

De oudste zoon vroeg zich voor het hof af of hij zelf genoeg gedaan had.

„Snap ik, maar in Nederland hebben kinderen geen zorgplicht voor hun ouders, en we zouden het heel raar vinden als we er bij wet toe gedwongen werden. Die tijd is voorbij.”

Nogal wat mensen vinden dat dementerenden euthanasie moeten kunnen krijgen als er een wilsbeschikking is.

„Ja, lekker is dat. Moeder had dit nooit gewild, dokter, en dan kan ik aan de slag. Als mensen niet zelf rechtop kunnen zitten en tegen me zeggen: ik wil dood, dan doe ik er niet aan mee. Ik ken geen geen arts die het wel doet, behalve dan die ene in Brabant. Dat werd dus euthanasie op een tegenstribbelende demente vrouw die niet begreep wat er gebeurde. Nooit doen.”

Hoe reageren kinderen als u dat zegt?

„Dit en dat en zus en zo… Ja, het is hier planeet aarde, doodgaan is hier slecht geregeld. Maar stel, je moeder is dement en ze heeft rectaal bloedverlies, ik toucheer, o, verdomme, een tumor. Als zij dan heeft opgeschreven dat ze in haar dementie niet behandeld wil worden, ben ik bereid mijn handen thuis te houden. Ik vind het prettig, als ik met iemand te maken heb die heeft nagedacht over het feit dat ze een keer moet sterven.”

Nogal wat juristen vinden ook dat een dementerende met een wilsbeschikking geholpen moet worden.

„Ik leg het ze wel eens uit, hè. Zeg ik: hou jij die vrouw even vast, dan giet ik het erin… Nou, nou, we vinden het heel vervelend dat u er zo over praat. Zeker, maar iemand gaat echt niet dood omdat ik die verklaring onder zijn kussen schuif.”

Wat moeten we dan doen, als we alsmaar ouder worden en jaren ziek zijn voordat we sterven?

„Geen idee. Hoeveel mensen zijn er zo nuchter dat ze het gewoon zelf doen? Ik scheel zeven jaar met mijn vrouw, als ik 87 ben, is zij 80. Zij kan nog spitten in de tuin, ik zit binnen te mokken. Zeg ik: geef mij maar een overdosis. Zegt zij: jij bent grappig, moet ik alleen verder?”

En als u dement zou worden?

„Ik heb mensen die begonnen te dementeren wel aan barbituraten geholpen en daar heb ik geen spijt van. Als je dement wordt, heb je een stok achter de deur. Maar als je gezond 97 bent geworden en je vind er niets meer aan, misschien moeten we er wel naartoe dat je dan pillen kan krijgen om er een eind aan te maken.”