‘Er loopt nog verschrikkelijk veel onontdekt talent rond’

De regisseur heeft veel succes met zijn zelf uit de grond gestampte documentaire ‘Mijn vader, de expat’. Nu wil hij over het verhaal van de eerste generatie migranten een speelfilm maken. „Daar is heel veel behoefte aan.”

Foto Rien Zilvold

De reacties op mijn documentaire Mijn vader, de expat zijn overweldigend. Zo mooi om te zien dat mensen het verhaal van mijn vader en mij herkenbaar vinden. Het sterkt mij in mijn gevoel dat er een tekort is aan dit soort verhalen over de eerste generatie migranten in Nederland. Verhalen waarin ze niet worden gereduceerd tot hun arbeidsverleden, maar gewoon als mensen met eigen ideeën, angsten en dromen worden benaderd.

„Het is eigenlijk schandalig dat zulke verhalen voor een gemengd publiek niet veel meer worden gemaakt. Er is een enorme behoefte aan. Dat merkte ik aan de tientallen berichten die na elke voorstelling binnenstroomden op Facebook. Zonder die belangstelling waren we niet op tournee gegaan door het hele land. We hebben de film al twintig keer in allerlei theaters getoond. In maart is de film zelfs te zien in Carré, aangevuld met de monoloog Oumi van Nasrdin Dchar en een optreden van Najib Amhali.

„Ik wil meer met dit onderwerp doen, maar dan in de vorm van een speelfilm. Hoe het er precies uit moet gaan zien, geen idee. Misschien moet het verhaal vanuit de derde generatie worden verteld. Een tiener die dan op zolder een bandje vindt met de stem van zijn opa. Zo leert hij over zijn familiegeschiedenis.

„Er staat nog niks op papier, dus ik roep maar wat. Maar ik vind het in ieder geval belangrijk dat er zo’n film komt. Een film als Shoof Shoof Habibi is namelijk te oppervlakkig. En andere verhalen zijn weer te zielig, of gericht op het doorbreken van taboes. Terwijl er een behoefte is aan positieve, mooie verhalen. Cultureel erfgoed dat een plekje krijgt in de Nederlandse filmgeschiedenis.

„Voor de speelfilm wil ik samenwerken met onbekende acteurs. Er is zoveel onontdekt talent. Dat geldt ook voor de crew. Het is voor mij niet alleen belangrijk dat ze goed zijn, maar vooral dat ze achter het verhaal staan. Dat ze enthousiast zijn over het idee en dat we op één lijn zitten.

„Maar ook vanuit praktisch oogpunt is het handig om met onbekenden te werken: het kost minder geld. Ik schrijf namelijk liever geen filmfondsen aan. Die hebben allerlei voorwaarden waar je aan moet voldoen, waardoor je wordt beperkt. Mijn vorige film heb ik daarom helemaal zelf gefinancierd. Terwijl er voor dit type film, zeker ook omdat hij over migranten gaat, allerlei potjes te vinden zijn.

„Ik wil me niet profileren als een keiharde activist, maar engagement is voor mij wel heel belangrijk. Ook als ik bedrijfsfilmpjes of internetvideo’s maak, moet ik iets met het onderwerp hebben. Ik heb campagnefilmpjes voor politieke partijen als GroenLinks en de Rotterdamse lokale partij NIDA gemaakt, maar voor sommige politieke partijen zou ik bijvoorbeeld nooit willen werken.”