Een moedige stap terug

Schrijver Aukelien Weverling ging op zoek naar een vaste baan. Ze dacht met haar diploma journalistiek, drie talen en tien jaar ervaring een goede kans te maken. In deze serie vertelt zij over haar ervaringen als hogeropgeleide op een overspannen arbeidsmarkt. Vandaag de laatste aflevering: terug als stagiair.

Illustratie Hajo

‘Misschien moet je een stage proberen te lopen”, zei een goede vriendin tegen me. „Iedereen doet dat tegenwoordig.”

„Is het niet raar om op je 37ste stage te gaan lopen in een vak waar je al tien jaar in werkt?”

„Nee joh, zo kom je er juist tussen.”

Stage… het voelde als een moedige stap terug. Ik herinnerde het me nog maar al te best, die stageperiodes uit mijn studietijd. Op een redactie zitten en in gesprekken net niet lekker meekomen. Vergaderingen waarin je onderwerpen moest pitchen en waar je zo zenuwachtig voor was dat je er een beetje duizelig van werd. Persberichten sorteren. Stukjes tikken die de andere redactieleden niet interessant genoeg vonden. Opgroeien onder de hoede van een journalistieke mastodont die je naam niet onthield, omdat hij wist van de dingen die voorbijgaan en hoe niet elk kuiken overleeft.

Schommelend tussen wanhoop en toekomstdroom sprokkelde je ervaring bij elkaar die later door geen enkele werkgever echt werd meegeteld, maar met wat geluk hield je er contacten aan over.

„Dus jij zou dat doen, stagelopen?” vroeg ik mijn vriendin.

„Nee, ik niet, ik heb gewoon een vaste baan, ik heb daar geen tijd voor.”

Die middag onderzocht ik mijn mogelijkheden in de culturele sector ‘om ertussen te komen’ met een simpele stage. Maar die veilige wereld waarin je met vlindernet achter traag nieuws aandartelde, leek niet meer te bestaan. Stagiaires vervulden nu gewoon startersfuncties, gelardeerd met de taken van de vroegere scholieren en uitzendkrachten.

Natuurlijk viel er wat voor te zeggen dat een stage nu echt gewicht gaf aan je cv en dat je grotemensenervaring opdeed, maar ergens bekroop me toch het gevoel dat de stagebegeleiders vooral langs marktkraampjes liepen om repeterend te vragen: Gratis? Gratis?

Alles, behalve betalen

Bij een ‘projectontwerper’ bijvoorbeeld mocht je als assistent-programmamaker geheel onbetaald meewerken aan alle culturele projecten en evenementen van van februari tot juli. Je zou werken voor twee festivals. Er werd je de kans geboden om je creativiteit te ontwikkelen en inzicht te krijgen in begrotingen en budgetten. Dat laatste zou voor iemand die maandenlang onbetaald werk leverde nogal frustrerend zijn, gokte ik.

Een ‘beloning’ in plaats van salaris

Bij de Stadsschouwburg Amsterdam kon ik voor een ‘beloning van 286 euro’ 36 uur per week fondsen werven. Toch, mijn lievelingsadvertentie was die van De Nederlandse Dansdagen. Ze zochten daar een stagiair marketing en publiciteit, waarbij ze over een periode spraken van ‘minstens vier maanden, maar voor langere tijd is wenselijk en behoort dus tot de mogelijkheden’. Daar kon je dus tot het eind der dagen onbetaald aan de slag.

In de supermarkt liep ik een vriend tegen het lijf die net klaar was met zijn studie internationale betrekkingen. Ik vertelde hem dat ik erover dacht om stagiair te worden: „Zo kom je ertussen”, zei ik aarzelend. Hij knikte en zei: „De bezuinigingen hebben prachtige kansen gecreëerd om stage te lopen. Ik las dat door de economisch moeilijke tijden steeds meer hogeropgeleiden na hun afstuderen noodgedwongen stage lopen.”

„Dat is om ertussen te komen”, knikte ik. „En misschien ook omdat een tweede studie te duur is.”

„Ik heb me erbij neergelegd dat er waarschijnlijk niet genoeg internationaal te betrekken is voor alle mensen die het graag willen”, zei hij gelaten, „In de krant stond dat werkgevers over een paar jaar weer vechten om de jongeren. Afgestudeerden moeten deze tijd even weten uit te zingen. Ze moeten hun kennis en ervaring wel op peil houden; met een stage blijven ze in de race, stond er. Ik werd er helemaal ellendig van”, zuchtte hij. „Waar kijk jij naar qua stages?”

„Ik zit erover te denken om de rest van mijn leven stage te lopen bij de Nederlandse Dansdagen.”

Hij knikte: „Van dansen word je vrolijk.”

Het was welletjes

Thuis speurde ik het internet verder af, tot de ratio binnenviel. Het was welletjes. Het was tijd om de zoektocht naar een vaste baan te staken. Freelancen was onzeker en er kwam zeker niet elke maand hetzelfde binnen, maar dat wat er binnenkwam werd in elk geval geen ‘beloning’ genoemd. Ik kreeg geen vakantiegeld, geen dertiende maand en geen kerstpakket, maar ik kwam er al jaren van rond en alles was voor het echie en elke stap vooruit.