Een intellectuele benadering van dans

Nicole Beutler zoekt in haar choreografieën aansluiting in disciplines buiten de kunst.

Misschien hebben toeschouwers zich nog nooit zo gewaardeerd gevoeld als vorig jaar tijdens een voorstelling van Nicole Beutler. „Zonder jouw aanwezigheid zouden we tegen een muur spreken. Jij maakt het hier compleet!”, spraken de jonge performers van het Leuvense gezelschap fABULEUS. Met wijd opengesperde ogen, een uitnodigende glimlach, zonder voorbehoud (én zonder vierde wand) communiceerden zij met het publiek. Vanaf het podium stuurden ze de ene aanhankelijkheidsbetuiging na de andere uiting van appreciatie richting zaal. „Ik zeg ja tegen jou. Zeg jij ook ja tegen mij?”

„Ik zie je graag.”

„Blijf, blijf, blijf bij mij!”

Een ware liefdesverklaring, en zo heet de voorstelling van de in München geboren choreograaf en theatermaker Nicole Beutler (45) dan ook. Liefdesverklaring, als diapositief van Peter Handkes Publikumsbeschimpfung uit 1966, waarin de schrijver het publiek met een spervuur van beledigingen en verwijten op zijn passieve houding aansprak en al fulminerend een pleidooi hield voor minder hapklare verhalen en meer betrokkenheid van de toeschouwer. Vanaf maandag gaat Liefdesverklaring op tournee.

Zo’n omkering en bewerking van een bestaand gegeven is typerend voor Beutler. Maar terwijl zij Handkes tekst omdraait, omhelst zij zijn artistieke houding. Met het werk dat zij maakte sinds ze in 1997 in Amsterdam afstudeerde, laat zij haar publiek altijd delen in de vragen die zij zichzelf stelt over haar vak. Niet door middel van een rechtstreekse ‘afbeelding’, maar telkens in een specifieke vorm, die soms dansant is, dan weer neigt naar performance en beeldende kunst. Een enkele keer ook, zoals in Antigone (met poppenspeelster Ulrike Quade), naar poppentheater, of naar een concert, zoals de voorstelling Shirokuro (met pianiste Tomoko Mukaiyama) in het Holland Festival vorig jaar.

Zo is in ruim tien jaar een gevarieerd oeuvre ontstaan dat internationaal aanslaat. Beutler maakt voorstellingen over barokopera, tragische vrouwelijke personages uit de toneelliteratuur, de tegenstelling natuur-cultuur. Ze werkte mee aan een film over line-dancers op leeftijd (Diamond Dancers, 2010) en nam een duik in de geschiedenis van de Nederlandse dans (5: Echo, uit 2014).

In 2: Dialogue with Lucinda (2010) bewerkte zij twee choreografieën van Lucinda Childs, de Amerikaanse koningin van de minimal dance, op een – bijna minimale – manier. Maar wel zodanig dat de toeschouwer, samen met de danser die soms uit Childs’ repetitieve, bijna ritualistische dans stapt, even afstand kan nemen, om tegelijk dichter bij de onderliggende constructie van het werk en de uiterste concentratie van de dansers te komen.

Een paar jaar eerder vond Beutler inspiratie in het klassieke Les Sylphides van Michel Fokine, dat als eerste niet-verhalende werk uit de balletgeschiedenis geldt. De afstandelijkheid van de academische dans, met zijn nadruk op perfectie en moeiteloosheid, werd door Beutler in zijn tegendeel veranderd. Zij plaatste het publiek in een vierkant om de dansvloer, en maakte de drie danseressen zo aanraakbaar. Elke zweetdruppel, elke wiebelende enkel werd zichtbaar, de danseressen tastten naar dijen en knieën van de toeschouwers voor steun tijdens hun balansposities.

Het fenomeen dansduet werd op ingenieuze wijze belicht in 4: Still Life (2013), waarin de (ruimtelijke) opvattingen van de Bauhausbeweging werden toegepast op de paardans door de eeuwen heen: van de formele hofdans via het klassieke ballet en de gestandaardiseerde ballroomomhelzing tot prachtige, bijna acrobatische bouwwerken van twee lichamen.

Beutlers keuze voor bestaand materiaal als vertrekpunt voor haar choreografieën vloeit voort uit haar vaste overtuiging dat ‘nieuw’ in de kunst een illusie is. Alles is een voortzetting van het voorgaande. Waarschijnlijk speelt het feit dat zij van oorsprong geen choreograaf is daarbij een rol. Vóór deze dochter van een boekhandelaar en een docent klassieke talen naar Amsterdam kwam, studeerde zij beeldende kunst en literatuur. Met die brede vorming past zij binnen de stroming in de dans die aansluiting zoekt bij disciplines búíten de kunst: natuurkunde, geschiedenis, filosofie. Sinds vorig jaar is Beutler als associated artist verbonden aan ICKamsterdam, het International Centre for Choreographic Arts in Amsterdam, de Nederlandse exponent van die beweging.

Haar intellectuele benadering van dans vertoont verwantschap met de zogeheten conceptuele dans. Beutler werkte als performer mee aan een voorstelling van een van de voormannen van die beweging; The Show Must Go On van Jérôme Bel. Maar anders dan de ‘conceptuelen’, die in de jaren tachtig en negentig hermetische, vaak bestudeerd onaantrekkelijke en nauwelijks dansante stukken maakten (de term anti-dans klonk regelmatig), heeft Beutler er vanaf het begin naar gestreefd op een heldere – wat iets anders is dan makkelijke – manier met haar publiek te communiceren. Met Liefdesverklaring („Wij doen niet alsof we alleen op de wereld zijn!”) als ultieme uiting van die drang.