Column

Een gymnasium moet ook ruimte bieden voor topsport

Je zou denken dat een gymnasium staat voor het ontwikkelen van toptalent. In de praktijk gaat het anders, merkt Tiis van der Werf.

Je zou verwachten dat je vrije uren krijgt op de middelbare school als je topsport bedrijft. Tenminste, dat dacht ik toen ik vorige week in overleg met mijn ouders een e-mail naar mijn school stuurde met de vraag of ik de komende maanden de lessen gym mocht missen. Het idee was dat ik in die tijd kon gaan trainen op mijn tafeltennisvereniging. Ik had namelijk van clubgenoten die ook op de hoogste landelijke niveaus spelen gehoord dat ze vakken zoals gym en beeldende vorming mochten missen om zo meer te kunnen trainen. Het stimuleren van topsport dus.

Het antwoord dat ik van mijn school kreeg, was ronduit teleurstellend: iedere leerling is verplicht naar alle vakken te gaan en er worden geen uitzonderingen gemaakt.

Je zou toch denken dat een gymnasium staat voor het bevorderen van uitmuntendheid. Dit wordt overigens ook breed uitgemeten in folders, schoolgidsen en op de website van de school. Ik citeer uit de eerste pagina van de schoolgids: ‘... een leeromgeving biedend, die alle leerlingen uitdaagt hun talenten optimaal te ontwikkelen’. Maar als ik dan een verzoek indien om onder schooluren topsport te kunnen bedrijven door bijvoorbeeld niet mee te gymmen, dan wordt er opeens heel anders geredeneerd. Bovendien, waar hebben we het over? Die lesuren gaan over bewegen en bewegen is nu juist niet bepaald een probleem bij een topsporter.

In de Oudheid waren gymnasia de plekken waar sport werd beoefend. Een gymnasium was dus in feite een sportschool. Dan is het toch wel vreemd om te bedenken dat een directie afwijzend reageert op een verzoek om topsport te bevorderen?

Het heeft ermee te maken dat een schooldirectie in de huidige situatie gewoon naar eigen inzicht iets goed of af kan keuren. Maar hoe moet een land als Nederland tot grote sportprestaties komen als jong talent slecht gefaciliteerd wordt? Overal ter wereld zie je dat topprestaties niet alleen voortkomen uit talent maar vooral ook uit eindeloos trainen, trainen en nog eens trainen. Zo worden getalenteerde kinderen in bijvoorbeeld China op hun zesde al aangetrokken door sportverenigingen en gaan vervolgens slechts halve dagen naar school. Dit zorgt voor meer trainingsuren en dus voor een hoger niveau. Het gevolg is dat China in veel sporten uitblinkt op wereldniveau.

Het huidige beleid is weer typisch Nederland; wel op de eerste rang willen zitten, maar er verder niks voor willen doen. Als we als land wat willen betekenen in de sport op wereldniveau, dan moeten we daar ook tijd en geld in steken. Een eenvoudige verbetering zou het anders invullen van bijvoorbeeld lesuren zijn.