Doc Sportello als erfgenaam van Cheech, Chong, Wayne en The Big Lebowski

Helden die zich knetterstoned door de burgermanswereld blunderen: ‘Inherent Vice’ is een bijzonder soort stonerkomedie.

Een prequel van The Big Lebowski, de ultieme stonerkomedie van de gebroeders Coen? Regisseur Paul Thomas Anderson is „al trots om in de schaduw te mogen staan van een van de beste films ooit”, zegt hij in Parijs.

Toen hij in 2009 Thomas Pynchons Inherent Vice las, vroeg hij zich direct af of zijn favoriete schrijver The Big Lebowski had gezien. Ga maar na: daar gaat The Dude, een oude hippie, als een gedrogeerde Philip Marlowe anno 1991 op onderzoek en struikelt zo de één na de andere absurde Californische subcultuur binnen. Zoals hippiedetective Doc Sportello in het Los Angeles van 1970 al net zo relaxt en richtingloos navigeert tussen LAPD, jetset, junkies, Black Panthers als motorbendes. Anderson: „Maar zo vroeg ik me eerder af of de Coens voor The Big Lebowski de roman Vineland van Pynchon hebben gelezen. De held uit die roman, Zoyd Wheeler, dat is The Dude! Lazen de Coens Pynchon? Zag Pynchon Lebowski? Wie beïnvloedde wie?”

Dat is zo’n vraag waar types als Doc Sportello gemakkelijk een doorrookte avond mee vullen. Inherent Vice staat in een traditie: die van de stonerkomedie. Die films zijn een verre echo van de ernstige drugsfilms van de jaren zestig als The Trip, Head of Easy Rider, waarin drugsgebruikers psychonauten op de drempel van een spirituele revolutie zijn, of romantische desperado’s in een wereld vol onbegrip.

In de jaren zeventig, met de triomf van de harddrugs heroïne en cocaïne, werd de drugscultuur in films een doodscultus en de junkie een angstbeeld. Op Cheech en Chong na dan, die in 1978 met Up in Smoke een nieuw komische type introduceerden: oude hippies die – net als de striphelden Fritz the Cat en the Freak Brothers – in de jaren zestig bleven hangen. De stoner was een onschuldige clown met een surrealistisch, infantiel gevoel voor humor. In feite een passieve consument die in zijn hoekje aan de bong wilde lurken, giechelend over de druktemakerij van gezag en burgerman. Vaak zoekt hij iets wat hij kwijt is geraakt. Onder het zoeken vergeet hij vaak wat.

Dat type had toekomst: begin jaren negentig fuseerde hij in de films van Richard Linklater (Dazed and Confused) en Kevin Smith (Clercks) met de slacker die elke verantwoordelijkheid afwijst en opgaat in poptrivia. Die stoner/slacker vierde triomfen in komedies als Wayne’s World en Dude, Where’s My Car, waar de helden stoned zijn zonder openlijk joints op te steken. Die slacker werd op zijn beurt in de 21ste eeuw held in romkoms uit de school van Judd Apatow, vol nijvere meisjes en slonzige kindmannen die weigeren op te groeien.

Doc Sportello is een echte stoner. Hij zoekt iemand, maar wie? Zijn ex, een projectontwikkelaar, een saxofonist? Dat verandert steeds: Inherent Vice heeft de logica van een half-paranoïde marihuanaroes, met Doc altijd op de drempel van diepe inzichten of grote complotten die in rook oplossen zo snel hij ze onder woorden brengt. Waarna hij afgeleid raakt en zich achter de horizon een nieuwe fata morgana vormt. Geen wonder dat ook zijn generatie de wereld niet veranderde.