‘Dit is gewapper, geen echte taal’

Alex de Ronde, vader van een dove zoon, vindt de gebarentaal in ‘The Tribe’ ‘apentaal’: „Geinig gedoe dat er niet toe doet.”

Sergej leert de liefde kennen in The Tribe

Alex de Ronde is directeur van de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis en vader van een dove zoon. In Het Ketelhuis organiseerde De Ronde al drie keer het festival Deaf in the Picture, met films van en over doven. Al sinds The Tribe in Cannes draaide, wond hij zich op en na de eerste vertoning op het filmfestival van Rotterdam, waar de regisseur ook te gast was, wierp hij zich op als aanklager. De Ronde:

„De voertaal in The Tribe is de Oekraïense gebarentaal, maar de film wordt overal zonder ondertitels vertoond. Dat mág uiteraard en het is denkbaar dat de regisseur enkel oog had voor de puur esthetische aspecten van gebarentaal. Maar waarom schreef hij dan wel een compleet scenario mét dialogen, zoals hij in Rotterdam vertelde? Hij verklapte verder dat hij pas bij de repetities zag hoe zijn dialogen eruitzagen, maar waarom liet hij die dan vervolgens onvertaald?

„Ondertussen begeeft The Tribe zich op glad ijs waar het gaat om de dovenemancipatie en de nog immer voortdurende strijd om de erkenning van gebarentalen. De film lijkt immers het nog altijd hardnekkige vooroordeel te bevestigen dat gebarentalen bestaan uit wat onbeduidend gewapper, vroeger sprak men dan ook over ‘apentalen’. In The Tribe dient het als geinig visueel gedoe dat er verder niet toe doet en dus niet ondertiteld hoeft te worden.

„Nadat ze eeuwen niet serieus waren genomen, ontdekte de Amerikaan Willem Stokoe in 1962 dat gebarentalen wel degelijk echte talen zijn, met een eigen idioom en grammatica. Elke taalgemeenschap heeft zijn eigen gebarentaal. Daarom kennen sommige landen zelfs meerdere gebarentalen, maar menigeen – onder wie interviewer Hans Maarten van den Brink tijdens zijn gesprek met de regisseur op het Rotterdamse filmfestival – denkt dat er op de wereld slechts één universele gebarentaal bestaat. ‘Ik dacht dat doofheid ten minste één voordeel had’, lichtte Van den Brink zijn vergissing toe.

The Tribe is een klap in het gezicht van alle doven die volop communiceren in hun eigen gebarentaal. Al dan niet onbedoeld, beweert dit Oekraïense drama dat die communicatie geen relevante betekenis heeft en dus niet vertaald hoeft te worden. Is het denkbaar dat een regisseur een Japans-gesproken film zonder ondertiteling wenst uit te brengen omdat de kijker dan veel beter van het grappige klankbeeld kan genieten?

„Je zou kunnen zeggen dat The Tribe, al dan niet met metaforische bedoelingen, de Oekraïense doven en hun gebarentaal respectloos exploiteert. Ook in een ander opzicht zou je The Tribe een ‘foute’ film kunnen noemen. Het toont doven als achterlijke, agressieve en seksistische wezens, zonder ook maar een greintje moreel besef. Hoe acceptabel zou men een dergelijke stigmatisering vinden als The Tribe een film was geweest over onverstaanbare Marokkanen of Limburgers?”